GettyImages-525148515-LANDING-1024-1
Fiscaliteit & Accounting24 januari, 2022

Fiscaal jaaroverzicht van Koen Janssens - wat bracht 2021, wat brengt 2022?


Het afgelopen jaar heeft ons doen nadenken over een heleboel zeer wezenlijke dingen. Rampzalige overstromingen in Wallonië drukken ons met de neus op de feiten wat de gevolgen van de klimaatopwarming betreft. Een vastgelopen containerschip demonstreert de kwetsbaarheid van de internationale aanvoerlijnen. De bestorming van het Capitool in Washington doet ons beseffen dat democratie een fragiel goed is. Spanningen rond Oekraïne en in de Chinese Zee, de chaos in Afghanistan en drama’s met vluchtelingen illustreren de broosheid van een stabiele wereldorde. En er is natuurlijk de aanslepende coronapandemie. Maar de reactie lijkt voorlopig niet te zijn dat het roer radicaal omgegooid wordt. Toch niet op de klimaattop in Glasgow of in de Amerikaanse Senaat, om maar iets te noemen. 

Op het eerste gezicht lijkt dat ook op te gaan voor de fiscaliteit. Een grote belastinghervorming moet volgens het regeerakkoord het paradepaardje worden van het fiscale beleid van de huidige bewindsploeg. Maar op dit moment ziet het er slecht uit voor de kansen op een echte hervorming. Het lekken van een rapport van experten kan alleen maar opgevat worden als een doelbewuste poging tot sabotage van een project dat door een anonieme Waalse politicus uit de meerderheid al als een “gruwelkabinet” omschreven is.(1) En de voorzitter van de grootste Waalse partij heeft verklaard dat de hervorming hoe dan ook niet meer door deze regering doorgevoerd zal worden. 

Corona bepaalt de agenda 

De coronapandemie dwong ook fiscale beleidsmakers natuurlijk om vooral met de korte termijn bezig te zijn. De talrijke coronamaatregelen beheersten dan ook eens te meer de actualiteit van het afgelopen jaar. Op alle mogelijke manieren sprongen de fiscale wetgever en de fiscus bij om de economische impact van de pandemie te verzachten. (2) Het bleef niet alleen bij voor de hand liggende maatregelen zoals verlengde aangiftetermijnen. (3) De btw in de horeca werd opnieuw tijdelijk verlaagd. En deze keer ook voor alcohol – kwestie van illegale feestjes zoals op het kabinet van Boris Johnson te vermijden waarschijnlijk. Invorderingen werden opgeschort en afbetalingsplannen toegestaan. Btw-boetes werden verlaagd. Nieuw was een vrijgestelde of gunstig belaste coronapremie, ook voor zelfstandigen. En op de valreep is nog beslist tot een belastingkrediet voor afgelaste evenementen. De cultuursector heeft dus niet alleen de vernietiging van de verplichte sluiting door de Raad van State om zich aan op te trekken … 

Misbruik 

Maar er is veel meer gebeurd dan een spervuur aan ‘ad hoc’-maatregelen. Een duidelijke trend in het fiscale beleid is het sluiten van achterpoortjes en het aanpakken van wat als misbruiken beschouwd wordt. Er is een wetgevend stokje gestoken voor een mogelijkheid om autokosten toch voor 100 % af te trekken. De aftrek van regularisatieheffingen en sommen m.b.t. minnelijke schikkingen wordt formeel uitgesloten.

Nederlandse pensioenen zullen niet meer aan (een normale) belasting ontsnappen. Dat is voor alle duidelijkheid geen maatregel om een stormloop van kooplustigen uit Nederland in onze winkelstraten tegen te gaan … Vakantiehuizen en studentenkoten kunnen inzake btw niet meer gelijkgesteld worden aan hotels. Rulings die gaten in de wetgeving blootleggen, worden meteen wetgevend afgeblokt (zie verder). In antwoorden op parlementaire vragen worden strenge standpunten ingenomen over terugbetalingen van coronatests of door de werkgever betaalde aangifteverplichtingen. En onder het VVPRbis-regime kunnen vennootschappen niet meer ontkomen aan hun ‘historische’ kapitaalverplichtingen.

‘Echte’ misbruiken zijn nog steeds het domein van de algemene antimisbruikmaatregel. Op dat punt was 2021 een historisch jaar omdat het Hof van Cassatie zich voor het eerst – en maar liefst in vijf arresten tegelijk – uitgesproken heeft over de nieuwe versie van die bepaling. En opvallend genoeg kreeg de fiscus over heel de lijn ongelijk. Dat is goed nieuws in een jaar waarin ‘jezelf kunnen zijn’ door veel mensen uitgeroepen is tot hoogste goed (vandaar het thema van de Warmste Week). Commentatoren hadden bedenkingen bij het egocentrische en zelfs onzinnige van die betrachting (kan je iets anders zijn dan jezelf?). Maar in de fiscaliteit is die slogan verrassend relevant. De algemene antimisbruikbepaling houdt immers in dat de fiscus een handeling mag negeren en doen alsof er iets anders gebeurd is. Een restrictieve invulling van die bepaling betekent dus meer ‘jezelf blijven’. Het gevaar van een schizofreen bestaan in twee werkelijkheden – de juridische en de economische – lijkt bezworen.

De lagere rechtspraak zat op dezelfde lijn als Cassatie. Het Antwerpse hof weigerde van misbruik te spreken bij een interne vereffening in combinatie met een kapitaalvermindering, en legde daarbij de vinger op de zere plek van artikel 344, § 1: de (gefrustreerde) bedoeling van de wet is vaak moeilijk te achterhalen. In dezelfde sfeer kwam er ook nog goed nieuws van het Gentse hof van beroep, dat een Vlabel-ruling vernietigde over misbruik bij successieplanning met voorbehoud van controle via een maatschap. M.b.t. een ‘interne verkoop’ was ook de rulingdienst positief. 
‘Historisch’ qua antimisbruikbepalingen was 2021 ook omdat we officieel kennis maakten met een nieuwe rechtsfiguur: een onweerlegbaar vermoeden van misbruik. Dat was in de regeling over de nieuwe effectentaks.

Van artikel 49 WIB 92, over de aftrek van beroepskosten, wordt vaak gezegd dat de fiscus het ook als een antimisbruikbepaling inzet. Naar goede gewoonte kreeg die bepaling dan ook veel aandacht tijdens het afgelopen jaar. En ook op dat vlak viel goed nieuws te noteren. Zo haalde een belastingplichtige opnieuw gelijk voor het Gentse hof in een discussie over de beruchte bezoldigingstheorie en de aftrek van een woning die in de vennootschap zit. (4) Een zeer fundamentele discussie ontstond er ook over de vraag of particulieren wel kunnen afschrijven. Voor de aftrek van handelsgoederen en doorgerekende cateringkosten is met een welgemikt wetgevend ingrijpen een einde gemaakt aan veel onduidelijkheid. Minder goed nieuws was er dan weer over een andere klassieker onder de fiscale discussies: de aftrek van interest op leningen voor een dividend of kapitaalvermindering. Ook in de Duvel-zaak tapte het hof van beroep uit hetzelfde vaatje als vorige keren en verwierp de aftrek . 

Fiscaliteit en realiteit 

Nu was 2021 sowieso een jaar waarin de grens tussen feit en fictie meer en meer vervaagde. En niet alleen door de aandacht voor fiscale misbruiken. De virtuele werkelijkheid gaat ons leven steeds meer beheersen. Metaverse was niet voor niets een van de buzzwords van het afgelopen jaar. NFT’s (non-fungible tokens) braken door. En de opstand van kleine beleggers tegen shorters in de Gamestop-saga demonstreerde eens te meer dat aandelenkoersen vaak volledig losgekoppeld zijn van de werkelijkheid (om Tesla niet te vergeten, en de records van bitcoin). (5) De vierde Matrix-film, inclusief rode pil, kon op geen beter moment komen. En wie aan de aardse realiteit wil ontsnappen, kan nu mee met een raket van Bezos of Musk.

De fiscaliteit heet gestoeld te zijn op de werkelijkheid en blijft dus op het eerste gezicht gevrijwaard van die trend. Maar schijn bedriegt. Want in de praktijk wordt heel vaak gewerkt met ficties. Zo kwamen de forfaits voor voordelen van alle aard herhaaldelijk in het nieuws. Bijvoorbeeld met een ophefmakende ruling over de forfaitaire waardering van elektriciteit als onderdeel van een cafetariaplan. En met een plan om belasting op basis van de werkelijkheid uit te sluiten als die onverhoopt gunstiger zou uitvallen dan het forfait (het plan werd uiteindelijk afgevoerd). De forfaits waren ook in het nieuws door de afschaffing van de forfaitaire regelingen inzake btw en inkomstenbelastingen.

De Raad van State verwierp een vernietigingsberoep tegen de FAQ over bedrijfswagens en bekrachtigde daarmee een regeling die op bepaalde punten toch losgekoppeld lijkt van de realiteit. Het Gentse hof gaf de belastingplichtige dan weer gelijk door het begrip ‘reële economische activiteit’ ruim op te vatten in de context van het Vlaamse gunstregime voor familiale vennootschappen. Ook de ‘groene’ fiscaliteit werkt graag met ficties: dat een elektrische auto nul CO2-uitstoot veroorzaakt, is er zo een. (6) 

Een aloude fictie uit ons fiscaal recht, de tekenen en indiciën, stond ineens ook weer in de actualiteit, o.m. omdat buitenlandse rekeningen – waarover de fiscus nu alle info krijgt – vaak op die manier belast worden. Zelfs de oeroude sterfhuisclausule haalde, zes jaar na haar verscheiden, nog eens het nieuws, overigens als illustratie van een blijvend actuele discussie. Niet fictief maar wel virtueel is het thema digitalisering. Op dat vlak is een fundamentele stap gezet in 2021, met een grote wet die de basis legt voor de digitalisering van alle contacten met de overheid tegen 2025. Voorts was e-commerce een van de thema’s die inzake btw de actualiteit bepaalden in 2021. Op een kleiner niveau kunnen steeds meer formaliteiten digitaal vervuld worden. Een opvallende nieuwigheid was het boekenonderzoek op afstand, via een digitaal platform van de fiscus. De Europese ‘DAC 7’ impliceert uitgebreidere rapporteringsver¬plichtingen voor operatoren van digitale platformen. 

Dat de fiscaliteit meegaat met zijn tijd, is ook in andere opzichten onmiskenbaar. Zo moeten we ons tegenwoordig (helaas) buigen over de aftrekbaarheid van losgeld na een cyberaanval. Ook negatieve interesten zijn een nieuw onderwerp in de fiscaliteit. Helemaal passend in de tijdsgeest is er nu ook een voordeel voor (kortingkaarten voor) gezonde voeding. En een controleur riep zowaar de dreigende stijging van de zee¬spiegel in om het langetermijnrendement van een investering in vastgoed aan de zeedijk in vraag te stellen. (7)

In andere opzichten is er wel nog werk aan de winkel. Digitalisering in combinatie met de pandemie maakte van thuiswerken het nieuwe normaal. De fiscaliteit van thuiswerkvergoedingen kwam dan ook herhaaldelijk in het nieuws. Sommigen keken zelfs wat verder dan hun neus lang is en dachten zelfs aan telewerken in Toscane. Maar het blijft een feit dat de fiscaliteit helemaal niet afgestemd is op die nieuwe realiteit. Niet alleen als het gaat over techbedrijven zijn de regels van de internationale fiscaliteit hopeloos achterhaald. Ook voor particulieren draait alles nog rond fysieke aanwezigheid. En zelfs na bijna twee jaar zwijgt de fiscus nog steeds in alle talen over de vraag of we de ‘corona-akkoorden’ over grensarbeiders met de buurlanden mogen doortrekken naar zelfstandigen en bedrijfsleiders. 

Grondrechten 

De coronapandemie zette natuurlijk nog veel meer in beweging. De crisis plaatste de grondrechten opnieuw op de voorgrond. Ook in de fiscaliteit was dat een heikel thema. Neem nu de rechtszekerheid. Positief is dat de regering in het algemeen haar best doet om met zeer ruime overgangsperiodes te werken. De hervorming van de autofiscaliteit is daar een mooi voorbeeld van: de nieuwe regels treden pas in werking midden 2023 of in 2026, en zijn doorgaans alleen van toepassing op nieuw gekochte auto’s. (8) Iedereen krijgt dus ruim de tijd om zich aan te passen. Een ander voorbeeld is de afschaffing van de forfaitaire regelingen waarover we het al gehad hebben: de uitdoofperiode werd uiteindelijk met vijf jaar verlengd tot 2028. En het nieuwe regime voor expats is belangrijk omdat daarmee eindelijk een einde komt aan de onzekerheid van een statuut dat sinds 1983 alleen een circulaire als (wankele) basis had. 

Maar er waren ook uitschuivers. Een de facto retroactieve verstrakking van het VVPRbis-regime werd pas na kritiek van de Raad van State geschrapt. En wat er overblijft van de aanpassingen van het regime, treedt nog altijd in werking op 1 januari 2022 (retroactief dus) hoewel het om roerende voorheffing gaat. De goedkeuring van de betreffende wet werd uitgesteld tot na de kerstvakantie maar men vond het niet nodig de datum van inwerkingtreding mee op te schuiven. En intussen blijken de diverse BV-kortingen steeds meer een ondoorzichtig kluwen. (9)

Fundamenteler is dat rulings steeds minder zekerheid lijken te bieden. Steeds vaker worden die aangevochten door de fiscus nadat ze afgeleverd zijn. (10) Of na een positief oordeel van de rulingdienst in de prefiling-fase laat die soms ineens weten dat een positieve ruling er toch niet inzit, omdat de BBI of het hoofdbestuur intussen hebben laten weten dat de zaak hen niet zint. En waar zit de logica als de fiscus, bij belastingplichtigen zonder ruling, constructies aanvalt die in identieke vorm goedgekeurd zijn door de rulingdienst bij andere belastingplichtigen? (11) De opschudding over die trend leidde zelfs tot een hoorzitting in de Kamer tijdens de zomer. En ook al gaat het om relatief zeer kleine aantallen, de dossiers hebben een grote (ook internationale) weerklank en zelfs 1 % is nog te veel voor al diegenen die voor een ruling gaan juist omdat ze 100 % zekerheid willen. (12) In dezelfde sfeer was een ander opvallend fenomeen te signaleren in 2021: nieuwe wetgeving die expliciet bedoeld is om een gunstige ruling buiten spel te zetten. Het ging om rulings over verhuur van studentenkoten, forfaitair belaste terugbetalingen van elektriciteit door de werkgever en kapitaalverminderingen binnen het VVPRbis-regime.

Dat roept de vraag op of de toenemende polarisering in de samenleving zich ook weerspiegelt in een conflictueuze houding tussen fiscus en belastingplichtige. En inderdaad, ook als er geen rulings in het spel zijn, ervaren velen het optreden van de fiscus soms als erg voortvarend. Vaak gaat het wellicht om geïsoleerde gevallen. (13) Maar het helpt niet dat de fiscus en de BBI het meer dan vroeger principieel spelen door bijvoorbeeld misbruik in te roepen. De gretigheid waarmee de BBI de ‘Danish cases’ aanhaalt om misbruik zo ruim mogelijk te kunnen interpreteren, is tekenend. In principiële kwesties is een akkoord nu eenmaal moeilijker. Men heeft voorts niet direct de indruk een faire behandeling te krijgen als de fiscus onomwonden verklaart dat hij uw geval als een ‘test case’ gebruikt voor zo’n principe. Los van de anekdotiek is het hoe dan ook ontmoedigend dat vele jaren na mooie beloften over ‘taxcificatie’, horizontaal toezicht en ‘de fiscus als partner’ nog steeds weinigen de indruk hebben dat er op die punten echte vooruitgang is geboekt. (14) 

Het probleem is eigenlijk nog fundamenteler. Naarmate de fiscus meer wapens in handen krijgt via betere controle-instrumenten, meer transparantie en allerlei misbruikbepalingen, rijst de vraag of de belastingplichtige zich nog voldoende kan verdedigen. Op dat punt ziet het er niet zo goed uit. Het gezag van de rulingdienst wordt aangetast door de hierboven beschreven ontwikkelingen. De bemiddelingsdienst werkt de facto niet meer omdat te veel benoemingen ver¬nietigd zijn door de Raad van State. De mogelijkheid om te regulariseren, verdwijnt. De Raad van State verklaart zich nu ineens onbevoegd om te oordelen over circulaires. (15) En in België is het nog altijd onmogelijk om de belasting te matigen om billijkheidsredenen, zoals in Nederland of Duitsland (art. 63-66 Algemene wet inzake rijksbelastingen, art. 163 en 227 Abgabenordnung). Is het evenwicht niet zoek? Sommigen zien de belastingplichtige zelfs meer en meer als ‘aangeschoten wild’. Een nieuw Charter van de Belastingplichtige dringt zich op. 

Privacy is een ander grondrecht, en een dat specifiek door de coronapandemie veel aandacht kreeg. Ook in de fiscaliteit bleek dat een hot topic in 2021. Het Hof van Cassatie oordeelde, aan de hand van de Antigoon-toets, dat de fiscus bewijsmateriaal mag gebruiken dat verkre¬gen is met miskenning van de privacy. En in beroep haalde de fiscus voorlopig gelijk tegen de Gegevensbeschermingsautoriteit, in een zaak over het gebruik van de naam van een ‘stroman’ in een kennisgeving van aanwijzingen van fraude. Uit die zaak bleek echter vooral dat uitspraken in die materie zowat even lang standhouden als coronabeperkingen in de cultuursector. Hoe dan ook blijft voor de overheid steeds minder verborgen, dat wisten we al. In de fiscaliteit is dat natuurlijk geen gevolg van het kraken van bv. het superbeveiligde Sky ECC-netwerk (waardoor vorig jaar veel criminelen geklist konden worden). Het is wel een gevolg van steeds uitgebreidere rapporteringsverplichtingen (en het feit dat de fiscus zijn onderzoeksbevoegdheden ter zake ruim interpreteert). Aan het lijstje is nu ook toegevoegd dat banken saldi van rekeningen moeten melden aan het Centraal Aanspreekpunt. Ook dat baart de verdedigers van de privacy grote zorgen, temeer daar de regering een negatief advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit verticaal klasseerde. Voorts zullen meer ‘bijzondere mechanismen’ gemeld worden. En de aangifteplicht van betalingen aan belastingparadijzen is uitgebreid.

Om een betere controle mogelijk te maken, worden ook de ficheverplichtingen aanzienlijk uitgebreid. Fiches voor auteursrechten worden verplicht. Voor eigen kosten van de werkgever moet voortaan het exacte bedrag vermeld worden op de loonfiches. En werkgevers die gebruik willen maken van een van de kortingen op de bedrijfsvoorheffing, krijgen te maken met heel wat extra papierwerk: zij zullen voor elke betrokken werknemer apart de gegevens moeten bezorgen aan de fiscus. Gelukkig zijn er ook pogingen gedaan om de administratieve lasten voor het opmaken van fiches te verlichten. Zo is nu expliciet in de wet gezet dat een fiche 281.50 niet nodig is als er een factuur is. En ook het afschaffen van de decembervoorschotten voor zowel btw als bedrijfsvoorheffing is een welgekomen vereenvoudiging.

De hervorming als slachtoffer van de polarisering? 

De coronapandemie heeft, zoals gezegd, de al fel toegenomen polarisering in de samenleving nog versterkt. Ook dat laat zijn sporen na in de fiscaliteit. En dan gaat het niet in de eerste plaats om het feit dat nu ook bij ons de beweging van de “soevereine burgers” opduikt. Dat zijn complotdenkers die zoveel wantrouwen hebben tegenover de overheid dat zij zich formeel willen onttrekken aan het gezag van de Staat. Voor de extremen onder hen vloeit daaruit voort dat zij weigeren nog belastingen te betalen. (16) 

Dat blijft natuurlijk een marginaal verschijnsel. Betekenisvoller is dat een Waalse partijvoorzitter nu al veto’s uitspreekt over punten die volgens velen onvermijdelijk deel uitmaken van een belastinghervorming. Op het niveau van het Waalse Gewest ging de radicalisering zo ver dat een partij in opstand kwam tegen haar eigen minister van Financiën wegens een ontwerp van decreet over een rechtvaardiger fiscaliteit. Even agressief als in de tv-serie Squid Game werd de sfeer weliswaar niet, want het decreet is uiteindelijk nog goedgekeurd. 

Zoals al gezegd, voorspelt die profileringsdrang weinig goeds over de slaagkansen van de geplande grote belastinghervorming. Sowieso wordt het een aartsmoeilijke oefening. De betreurde Frans Vanistendael sprak van de “oeverloze oceaan van vrijstellingen en bijzondere belastingregimes waarop we vandaag ronddobberen”. Die situatie creëert een patstelling. Zowat iedereen die enige invloed heeft in dit land, heeft zich comfortabel genesteld in een van de talloze koterijen. Bij een grote hervorming hebben zij enkel te verliezen, zelfs als die gepaard zou gaan met een algemene tariefverlaging. En dan komt onmiddellijk de lobbymachine van de betreffende sector op gang. Welke invloed die kan uitoefenen, illustreert de reactie van de grote voetbalclubs op de (nog zeer redelijke) plannen om de gunstregimes voor de sportsector te hervormen. (17) De algemene tariefverlaging zou al heel substantieel moeten zijn om voor de betrokkenen het nadeel van het schrappen van de gunstregimes te compenseren. En daarvoor is gewoon geen geld. 

Ook de onvermijdelijke verschuiving naar meer milieuheffingen blijft problematisch. Het is niet dat bewindvoerders het klimaatprobleem ontkennen, zoals de aanstormende komeet in de satirische film Don’t look up weggelachen wordt. Maar het is nu eenmaal complex. Dat ‘groene’ fiscaliteit de laagste inkomens buitenproportioneel treft, wordt al lang aangekaart. Maar vorig jaar kwamen daar twee problemen bij (en dan bedoelen we niet PFOS). Hoe leg je uit dat je energie zwaarder gaat belasten als de energieprijzen de pan uitswingen? En ook de inflatie, die ineens weer de kop opsteekt, creëert een nieuw speelveld: door milieuheffingen wakker je die inflatie nog verder aan (zgn. greenflation). Het ziet er dan ook naar uit dat de trend op korte termijn exact in de omgekeerde richting zal gaan: minder i.p.v. meer milieufiscaliteit, bijvoorbeeld door een lagere btw op elektriciteit.

Ook de hervorming van de autofiscaliteit – wellicht de opvallendste fiscale nieuwigheid van het afgelopen jaar – illustreert goed de dilemma’s. Het probleem is niet alleen dat niemand een idee heeft hoe we het gigantische gat in de schatkist moeten vullen dat geslagen zal worden doordat accijns op benzine en diesel binnen enkele jaren nog nauwelijks iets zal opbrengen. In de nasleep van de coronacrisis lijken economen het er weliswaar over eens dat op begrotingsvlak de teugels gelost kunnen worden. Maar die marges zijn in België al volledig opgebruikt door de historische begrotingstekorten en door de coronasteun, om nog te zwijgen van dreigende rentestijgingen en de kost van de broodnodige investeringen om de energietransformatie te verwezenlijken. En er zijn ook de sociale aspecten. Dankzij de hoge accijnzen op brandstof droegen eigenaars van gulzige auto’s meer bij dan mensen met een bescheiden inkomen en dito auto. Die sociale correctie valt nu grotendeels weg. Ook op die manier vergroot ‘groene’ fiscaliteit de ongelijkheid. We zwijgen dan nog over de enorme boost die het (door een groot deel van de coalitie vermaledijde) stelsel van de bedrijfswagens krijgt als in 2026 de aftrek van gemiddeld zo’n 65 % nu naar 100 % gaat (terwijl de kosten voor een elektrische auto tegen dan waarschijnlijk gezakt zijn tot het niveau van een klassieke auto). (18)

Het onvermogen om te beslissen en de neiging om grote dossiers alsmaar voor zich uit te schuiven, wordt door commentatoren vaak een Belgische ziekte genoemd. En sommigen hebben de grote belastinghervorming nu al toegevoegd aan dat lijstje. Nu ja, in andere landen worstelen ze natuurlijk met dezelfde dilemma’s. In Duitsland heeft de nieuwe coalitie niet bepaald ambitieuze plannen op fiscaal gebied. Van de aangekondigde vermogensbelasting en een hervorming en verlaging van de vennootschapsbelasting wordt niet meer  gesproken. In Nederland blijft de nieuwe ploeg van Rutte zo mogelijk nog vager. Ze kondigen wel rekeningrijden aan … tegen 2030. 

‘Knaldrang’ lijkt sowieso niet op zijn plaats als het gaat om fiscaal beleid (evenmin natuurlijk als op een filmset met een per ongeluk geladen pistool). (19) Het ‘rijk der vrijheid’ bleek, ondanks alle hoop en beloften, ook niet binnen handbereik te liggen. En voor een coronajaar is er in 2021 best veel verwezenlijkt op fiscaal gebied, zeker als we het bekijken in het licht van het regeerakkoord. Dat legt inderdaad de nadruk op het bestrijden van misbruik en het aanpakken van optimalisaties. (20) Opeenvolgende regeringen hebben ons voorgehouden dat, als men de belastingen wil verlagen, de belastingbasis verbreed moet worden door te snoeien in de gunstregimes. Sommigen maken zich wel ongerust over de volgorde. Optimalisaties worden volop afgeblokt, maar algemene belastingverlagingen zijn voorlopig even schaars als benzine aan een Engelse benzinepomp. Daar moet wel bij gezegd worden dat er een ‘mini-taxshift’ op stapel staat, met de afschaffing van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid (41/15 – en in Vlaanderen de jobbonus).

En ook een maatregel die per saldo niets kost, kan een fiscaal cadeau vormen: in de bedrijfsvoorheffing wordt nu eindelijk rekening gehouden met de personenbelasting hervorming van … 2002. Op Vlaams niveau is trouwens de hervorming van het verkooprecht voor onroerend goed te signaleren, die een belastingverlaging (min 3 % voor de eerste woning) combineert met een groen aspect (min 4 % bij groene renovaties) en een herverdelingsaspect (plus 2 % voor tweede verblijven). Dat laatste aspect is ook in het federale regeerakkoord een prioriteit. De strijd tegen optimalisaties en “oneerlijke concurrentie” is voor de regering essentieel om te komen tot meer gelijkheid en een rechtvaardiger fiscaliteit. Volgens de grote belastingenquête van een Vlaamse krant is dat trouwens precies wat de bevolking wil. De burgers vinden blijkbaar niet zozeer de hoge belastingdruk een probleem. Ze zien de Belgische fiscaliteit in de eerste plaats als oneerlijk. Typisch is dan wel dat de meeste mensen vooral moeite hebben met belastingontwijking door grote multinationals en helemaal niet met huis-tuin-en-keukenfraude zoals het in het zwart betalen van een aannemer. (21) 

Het OESO-akkoord als katalysator 

Het komt de regering dan wel heel goed uit dat er in de schoot van de OESO een akkoord bereikt is over een minimumbelasting voor multinationals. Tegen mei of juni 2022 wordt de definitieve Europese richtlijn verwacht die het OESO-akkoord omzet in EU-regelgeving. Dat het akkoord een echte omwenteling betekent in de internationale fiscale betrekkingen, is intussen voldoende duidelijk. Wat nog niet duidelijk is, is hoe ver de concrete impact gaat reiken. De vraag voor de toekomst is of het zin heeft om allerlei gunstregimes en koterijen te bestendigen als het voordeel daarvan toch afgeroomd wordt door een ander land, dat mag bijbelasten tot 15 %. En als men die regimes dan afschaft, is de vraag of die ingreep moet gebeuren voor alle vennootschappen of alleen voor de grote multinationals die formeel onder de OESO-regels vallen. Met die laatste optie zou men twee verschillende stelsels van vennootschapsbelasting naast elkaar krijgen, wat niet bepaald zou bijdragen tot de vereenvoudiging van het belastingstelsel én in aanvaring kan komen met het gelijkheidsbeginsel.

Maar zelfs los daarvan betekenen de nieuwe regels dat er een parallel systeem komt naast de bestaande vennootschapsbelasting. Nagaan of de 15 % minimale belasting gehaald wordt, is namelijk geen simpele oefening. De 15 %-drempel geldt per land. Dus moeten alle entiteiten van de betreffende multinational in een bepaald land als één geheel bekeken worden, waarbij de belastingvoordelen van de ene entiteit geconsolideerd afgewogen worden tegen de hogere effectieve belasting bij een andere entiteit. Dat zal vroeg of laat de bedenking oproepen of het niet gemakkelijker is om dan maar ineens een veralgemeende fiscale consolidatie in te voeren. En in het licht van al die extra complexiteit zal men wellicht ook beter de voordelen inzien van een eengemaakte Europese vennootschapsbelasting. De plannen voor dat laatste hebben trouwens – los van het OESO-akkoord – een doorstart gekregen in mei 2021 doordat de CCCTB officieel vervangen is door BEFIT (Business in Europe: Framework for Income Taxation). (22)

Er komt dus heel veel op ons af. Veel vaste waarden vallen weg. En dan hebben we het niet over het afscheid van Merkel (of Linda De Win, of van Daniel Craig als James Bond). Om bij te blijven in een snel veranderende wereld, is ‘veerkracht’ volgens economen het sleutel¬woord geworden23. Een efficiënte en niet-concurrentieverstorende fiscaliteit hoort daar ook bij. België, met zijn hoge schuldenlast en een jarenlange ‘pak de problemen pas aan als ze zich stellen’-houding, vertrekt wellicht met een achterstand. Maar snel schakelen zouden we met de coronacrisis nu stilaan wel geleerd moeten hebben. Ook Union schoot vanuit het niets naar de top van het klassement. En vlak na brons op de Olympische Spelen stuntte Bashir Abdi ook nog eens in de marathon van Rotterdam. Laat het een inspiratie zijn voor de veerkracht die we nu nodig hebben.

Bron: Fiscale Actualiteit Nr. 1 Jaargang 41
Voetnoten bij de tekst

Back To Top