effectentaks
Tax & Accounting03 maart, 2021

De nieuwe jaarlijkse effectentaks is nu van kracht

De vroegere taks op de effectenrekeningen werd in oktober 2019 door het Grondwettelijk Hof nietig verklaard wegens een aantal ongerechtvaardigde discriminaties. De wet van 17 februari 2021 voert een nieuwe jaarlijkse taks op de effectenrekeningen in die 26 februari 2021 in werking treedt.

Voor welke effectenrekeningen?

De taks wordt geheven op de effectenrekening als dusdanig. Het heeft geen belang wie die rekening bezit of hoeveel personen er houder van zijn. Het gaat om de volgende effectenrekeningen:

  • effectenrekeningen die door Belgische inwoners of niet-inwoners worden aangehouden bij Belgische banken – onder voorbehoud van een dubbelbelastingverdrag dat de heffingsbevoegdheid aan de woonstaat zou toekennen;
  • effectenrekeningen die in het buitenland worden aangehouden door Belgische inwoners.

Belastbare grondslag

Effectenrekeningen waarvan het gemiddeld saldo tijdens de referentieperiode hoger is dan 1.000.000 euro worden aan de taks onderworpen. Om de gemiddelde waarde vast te stellen, moet rekening worden gehouden met de waarde van de rekeningen op het einde van elk kwartaal. Voorbeeld: de taks wordt geheven op effectenrekening zelf. Dus wanneer iemand een effectenrekening heeft met een waarde van 1.500.000 euro, is hij de taks verschuldigd (met name 2.250 euro). Als dezelfde persoon twee effectenrekeningen heeft met een waarde van elk 750.000 euro wordt de taks niet geheven.

Tarief van de taks

Een tarief van 0,15% wordt toegepast op het volledige kapitaal op de effectenrekening zodra de gemiddelde waarde van die rekening hoger is dan 1.000.000 euro.
Uitzondering: als het saldo wegens de heffing van de taks lager is dan het drempelbedrag van 1.000.000 euro. In dat geval wordt enkel het verschil tussen de belastbare grondslag en het drempelbedrag tegen 10% belast.

Referentieperiode

De referentieperiode is een periode van twaalf opeenvolgende maanden die aanvangt op 1 oktober en eindigt op 30 september van het volgende jaar. De referentiepunten zijn 31 december, 31 maart, 30 juni en 30 september.

Belastingschuldig(en)

De Belgische financiële instellingen zorgen zelf voor de inhouding, aangifte en betaling van de taks. De houder van de effectenrekening is echter zelf verantwoordelijk voor de aangifte en de betaling als er geen Belgische tussenpersoon is, tenzij hij bewijst dat de taks eerder werd aangegeven en betaald door de buitenlandse financiële instelling die de effectenrekening aanhoudt.

Privépersonen, rechtspersonen en vennootschappen

De taks is van toepassing op de effectenrekeningen zelf, ongeacht of ze worden aangehouden door privépersonen, rechtspersonen of oprichters van juridische constructies zoals stichtingen en ‘fonds dédiés’ (gepersonaliseerde Tak 23-producten).

Antimisbruikmaatregelen

Om eventuele risico’s op misbruik te ondervangen, voorziet de wet in een antimisbruikbepaling die met terugwerkende kracht in werking treedt. Een splitsing van een effectenrekening in extremis is niet tegenstelbaar aan de belastingadministratie en sluit de betaling van de taks door de belastingschuldige niet uit. In de praktijk moet de belastingschuldige dus het bewijs leveren dat effectenrekening niet werd gesplitst om de taks te ontwijken. Bovendien is de omzetting van belastbare financiële instrumenten die op een effectenrekening worden aangehouden in effecten op naam evenmin tegenstelbaar aan de belastingadministratie.

Financiële producten

Alle financiële producten die op een effectenrekening worden aangehouden zijn belastbaar. Dus niet alleen aandelen, obligaties en fondsen, maar ook afgeleide producten zoals turbo’s, speeders et trackers. Effecten op naam die zijn ingeschreven in een aandeelhoudersregister zijn echter uitgesloten van het toepassingsgebied van de taks.

Aangiftemodaliteiten en boetes

De aangiftemodaliteiten moeten nog door de Koning worden bepaald. Niet-aangifte, laattijdige, onnauwkeurige of onvolledige aangifte, laattijdige betaling of niet-betaling worden bestraft met een boete.

Geen aftrekbare beroepskost

De nieuwe jaarlijkse taks op de effectenrekeningen is geen beroepskost, noch in de personenbelasting wanneer het gaat om kapitaal dat voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt, noch in de vennootschapsbelasting. Hiertoe worden de artikelen 53 en 198 van het WIB 1992 aangevuld. Dezelfde regels zijn van toepassing op de in artikel 277, 1° en 2° van het WIB 1992 bedoelde belastingplichtigen die aan de belasting niet-inwoners zijn onderworpen. Artikel 205, § 2, 1e lid, 8° van het WIB 1992 wordt aangevuld zodat de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen wordt opgenomen onder de niet-aftrekbare beroepskosten waarop de in artikel 202 van het WIB 1992 voorziene aftrek wordt beperkt.

Inwerkingtreding

De wet treedt in werking op 26 februari 2021, met uitzondering van de antimisbruikmaatregelen die sinds 30 oktober 2020 uitwerking hebben, uitsluitend wat de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen betreft. De eerste referentieperiode gaat in op de datum van inwerkingtreding van de wet (26 februari 2021) en loopt af op 30 september 2021.