btw-regels voor verkopen via marktplaats of platformen?
Tax & Accounting26 mei, 2021

Welke btw-regels gelden nu voor verkopen via marktplaats of platformen?

Onder de vorige btw-regels was de verkoper verantwoordelijk voor het aanrekenen en afdragen van btw over de goederen die hij verkoopt aan een niet-belastingplichtige (B2C) afnemer via een elektronische interface. De nieuwe btw-regels voorzien in een verschuiving van die verantwoordelijkheid bij bepaalde leveringen van goederen naar de elektronische interface die de verkoop faciliteert. Zo wenst men een effectieve en zo efficiënt mogelijke inning van de btw te garanderen. Onder “elektronische interface” kan eender welk middel worden verstaan waarmee goederenleveringen kunnen worden gefaciliteerd, zoals een marktplaats, platform of portaal.

Levering van goederen via een elektronische interface

Volgens de nieuwe btw-regels wordt een elektronische interface, wanneer deze gebruikt wordt bij het verrichten van transacties, beschouwd alsof het de goederen zelf heeft ontvangen van de onderliggende verkoper en zelf heeft geleverd aan de particulier (of lid van de groep van 4). Bijgevolg valt een levering van goederen die wordt gefaciliteerd door een elektronische interface voortaan uiteen in twee onderscheiden handelingen, met name (i) een levering door de onderliggende verkoper aan de elektronische interface (B2B-context) en (ii) een daaropvolgende levering door de elektronische interface aan de niet-belastingplichtige (B2C-context).

Let op, niet elke levering van goederen die wordt verricht via een elektronische interface valt onder deze regeling. De verkoop wordt alleen opgesplitst in twee onderscheiden leveringen indien de elektronische interface:

  • afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen in zendingen met een intrinsieke waarde die 150 euro niet overstijgt faciliteert; of
  • de levering van goederen binnen de Gemeenschap door een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige aan een niet-belastingplichtige afnemer faciliteert.

Concreet wordt een elektronische interface beschouwd op te treden als leverancier voor de volgende goederen die worden verkocht via de interface:

  • goederen ingevoerd in zendingen met een intrinsieke waarde van maximum 150 euro die geleverd worden aan een niet-belastingplichtige (B2C) gevestigd in de Europese Unie en die werden ingevoerd in de Europese Unie, ongeacht waar de onderliggende verkoper is gevestigd;
  • goederen die zich reeds in het vrij verkeer bevinden in de Europese Unie en geleverd worden aan een niet-belastingplichtige (B2C) gevestigd in de Europese Unie, ongeacht hun waarde, wanneer de onderliggende verkoper buiten de Europese Unie is gevestigd.

Omgekeerd geldt bovenstaande regeling niet en wordt de elektronische interface, ondanks dat de levering via zijn interface wordt verricht, niet beschouwd als leverancier van de goederen, wanneer de intrinsieke waarde van de ingevoerde goederen meer bedraagt dan 150 euro of wanneer het leveringen van goederen betreffen die vallen onder het toepassingsgebied van de regeling voor intracommunautaire afstandsverkopen, waarbij de onderliggende verkoper gevestigd is in de Europese Unie.

Auteurs

Gladys Cristiaensen, Executive VAT Manager KPMG Belgium
Rianda Zwakhoven, Indirect Tax Manager KPMG Belgium