Van MOSS naar OSS: wat verandert er concreet vanaf 2021?
Tax & Accounting26 juni, 2020

Wat moet u weten over de nieuwe btw-regeling voor verkoop op afstand?

Op 1 juli 2021 worden er nieuwe Europese btw-regels ingevoerd voor verkoop op afstand van goederen door ondernemingen in een B2C-context. De quick fixes van 2020 waren al een voorbode van de nieuwe richting die Europa met btw wil inslaan, maar de nieuwe regeling gaat nog een stuk verder. De nieuwe maatregelen moeten zorgen voor een vereenvoudiging en modernisering van de Europese btw-regeling en tegelijk wil men de concurrentiehandicap weg werken tussen Europese en niet-Europese ondernemingen. Om deze doelstellingen te bereiken, wordt voorzien in nieuwe btw-regels op een drietal domeinen:
  • een hervorming van de regeling voor intracommunautaire verkopen op afstand;
  • een aanpassing van de btw-regeling voor invoer van goederen van geringe waarde;
  • een invoering van een nieuwe regeling voor afstandsverkopen verricht via een elektronische interface

Hervorming van de regeling voor intracommunautaire verkopen op afstand

Intracommunautaire afstandsverkopen van goederen zijn de leveringen van goederen die worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier vanuit de ene EU-lidstaat naar een andere EU-lidstaat. Hierbij is het irrelevant in welke mate de leverancier tussenkomt bij dat vervoer of die verzending, want ook een louter indirecte tussenkomst belet de kwalificatie als intracommunautaire afstandsverkoop niet.

De nieuwe One stop shop (OSS) regeling

Met het oog op administratieve vereenvoudiging, geldt vanaf 1 juli 2021 een uitbreiding van het bestaande ‘Mini One Stop Shop-systeem’ (MOSS) naar een ‘One Stop Shop-systeem’ (OSS). De OSS-regeling maakt het mogelijk voor ondernemingen om het behaalde omzetcijfer en de verschuldigde btw in de betrokken EU-lidstaten aan te geven via één btw-aangifte in de EU-lidstaat van vestiging. Ook ondernemingen die niet gevestigd zijn in de Europese Unie, maar wel intracommunautaire afstandsverkopen verrichten, kunnen genieten van de OSS-regeling. Zij dienen zich hiertoe te registreren in één EU-lidstaat naar keuze.
Merk op dat de OSS-regeling een facultatieve vereenvoudigingsmaatregel is. In de praktijk kan een onderneming zich altijd in elke EU-lidstaat van aankomst van goederen, waarnaar intracommunautaire afstandsverkopen worden verricht, registreren voor btw-doeleinden. Indien toch wordt geopteerd voor de vereenvoudiging, moet de onderneming de OSS-regeling toepassen voor al de door haar verrichte intracommunautaire afstandsverkopen. Niet alleen de door de onderneming verrichte intracommunautaire afstandsverkopen moeten dan worden aangegeven onder de OSS-regeling, maar ook de B2C-diensten die deze onderneming verricht in een EU-lidstaat waar zij niet is gevestigd, moeten via deze regeling worden aangegeven.

Drempelbedragen en vereenvoudiging voor micro-ondernemingen

Onder de nieuwe btw-regels zullen de huidige drempelbedragen voor verkopen op afstand in de verschillende EU-lidstaten worden afgeschaft. Bijgevolg moet een Belgische leverancier die goederen B2C verkoopt geen rekening meer houden met de drempelbedragen die gelden in de EU-lidstaat van aankomst van de verkochte goederen. Dit geldt uiteraard ook in de omgekeerde richting, wanneer een buitenlandse leverancier een B2C intracommunautaire afstandsverkoop verricht aan een afnemer gevestigd in België.
Voortaan is een onderneming voor iedere afstandsverkoop die het verricht binnen de EU in principe btw verschuldigd in de EU-lidstaat waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer. Dit betekent dat een onderneming onmiddellijk (vanaf de eerste euro) btw verschuldigd is in de EU-lidstaat waar de goederen na verzending aankomen.
Een micro-onderneming kan toch de btw aanrekenen van zijn EU-lidstaat van vestiging mits de volgende cumulatieve voorwaarden zijn voldaan:
  • de onderneming is gevestigd of, bij gebreke van een vestiging, heeft zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats in slechts één EU-lidstaat;
  • de diensten worden verleend aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn, hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben in een andere EU-lidstaat dan waar de onderneming gevestigd is, of de goederen worden verzonden of vervoerd naar een andere EU-lidstaat dan de EU-lidstaat van vestiging van de onderneming; en
  • het totale bedrag van de intracommunautaire afstandsverkopen (B2C) en de telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of langs elektronische weg verrichte diensten (B2C) bedraagt niet meer dan 10 000 euro (exclusief btw) in het lopende kalenderjaar, noch in het voorafgaande kalenderjaar.
De micro-onderneming die de drempel van 10 000 euro niet overschrijdt, kan nog steeds zelf de keuze maken om toch onmiddellijk btw aan te rekenen van de EU-lidstaat van zijn afnemer. Wanneer de drempel wordt overschreden in de loop van een kalenderjaar, is de micro-onderneming in ieder geval verplicht btw aan te rekenen van de EU-lidstaat van zijn afnemer.

Aanpassing van de btw-regeling voor invoer van goederen 

Tot voor kort was het zo dat elke belastingplichtige die in de Europese Unie een goed invoert met een geringe waarde, kan volgens de huidige btw-regelgeving genieten van een btw-vrijstelling.
De drempel voor deze ‘geringe waarde’ werd in België vastgelegd op:
  • een waarde van maximum 22 euro voor de invoer van kleine zendingen; en 
  • afstandsverkopen vanuit derde landen ingevoerde goederen met een beperkte waarde tot 150 euro. 

Invoer one stop shop (IOSS) regeling

Vanaf 1 juli 2021 wordt deze vrijstelling afgeschaft. In de toekomst zal er op elk goed dat wordt ingevoerd in de Europese Unie btw verschuldigd zijn. Vanaf dan wordt op het vlak van de toe te passen btw-invoerregeling, rekening gehouden met de intrinsieke waarde van de goederen. De standaard invoerprocedure moet steeds gevolgd worden voor goederen met een intrinsieke waarde van meer dan 150 euro. Voor de goederen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro heeft men de mogelijkheid om gebruik te maken van nieuwe vereenvoudigde invoerregelingen:
  • de Invoer one stop shop (IOSS) regeling voor afstandsverkopen vanuit derde landen of goederen ingevoerd uit derde landen;
  • een bijzondere invoerregeling voor de aangifte en betaling van invoer-btw.
Om te vermijden dat voor ieder goed dat wordt ingevoerd in de Europese Unie de standaard invoerprocedure moet worden gevolgd, wordt voorzien in een bijzondere invoerregeling voor afstandsverkopen van uit een derde landsgebied of een derde land ingevoerde goederen, genaamd het Invoer one stop shop systeem (IOSS).
Wanneer een onderneming vanuit een derde land, goederen levert aan een afnemer in de Europese Unie, wordt de EU-lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer beschouwd als de plaats van levering. Met andere woorden wordt de levering aan de afnemer beschouwd als een aan btw onderworpen verkoop in die EU-lidstaat. De onderneming moet btw aanrekenen overeenkomstig het btw-tarief van toepassing in die EU-lidstaat. Deze bijzondere regeling geldt bovendien alleen voor de invoer van goederen met een intrinsieke waarde van maximum 150 euro. Hierna spreken we voor de eenvoud over goederen van geringe waarde. Goederen die onder het toepassingsgebied van de accijnsheffing vallen (doorgaans alcoholische en tabaksproducten) zijn uitgesloten van deze bijzondere regeling.

Nieuwe regeling voor afstandsverkopen verricht via een elektronische interface

Wat betreft de levering door de elektronische interface aan de eindklant (B2C), waarbij de interface wordt geacht op te treden als leverancier, kunnen zich twee situaties voordoen:

Afstandsverkoop van ingevoerde goederen

De afstandsverkopen van uit een derde land ingevoerde goederen wordt geacht plaats te vinden, daar waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van aankomst van de verzending of het vervoer naar de afnemer. Voor deze levering is de leverancier in principe niet verplicht een factuur uit te reiken. Desondanks hebben EU-lidstaten de mogelijkheid om de uitreiking van een factuur verplicht te stellen voor btw-doeleinden.
De elektronische interface dient btw aan te rekenen over de afstandsverkoop aan het toepasselijke btw-tarief in de EU-lidstaat waar het goed na verzending aankomt. Voor de aangifte en de betaling van deze btw, kan de elektronische interface kiezen tussen een btw-registratie in elke EU-lidstaat van aankomst van de goederen of een registratie onder de IOSS-regeling die eerder werd toegelicht. Indien de elektronische interface opteert voor de IOSS-regeling en beslist een factuur uit te reiken aan de eindklant, zijn de facturatieverplichtingen van de EU-lidstaat waar de elektronische interface is geïdentificeerd van toepassing. Daarentegen gelden de facturatieregels van de EU-lidstaat waar de afstandsverkoop van ingevoerde goederen plaatsvindt in alle overige gevallen.

Intracommunautaire levering van goederen binnen de Europese Unie

Dit kunnen zowel lokale leveringen (er is sprake van een lokale levering van goederen wanneer de goederen die worden geleverd met tussenkomst van de elektronische interface worden geleverd aan een niet-belastingplichtige die zich in dezelfde EU-lidstaat bevindt als van waaruit de goederen worden verzonden) als intracommunautaire afstandsverkopen van goederen betreffen die worden geacht te zijn verricht door de elektronische interface.
De elektronische interface zal over de levering van goederen btw moeten aanrekenen overeenkomstig het toepasselijke btw-tarief in de EU-lidstaat van de niet-belastingplichtige waarnaar de goederen worden verzonden. Indien de goederen het voorwerp uitmaken van een lokale levering van goederen, is de plaats van de levering de EU-lidstaat waar de goederen zich bevinden wanneer de verzending of het vervoer naar de afnemer aanvangt, overeenkomstig artikel 32, lid 1 van de btw-richtlijn. Ingeval van een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen, vindt de levering plaats in de EU-lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer, overeenkomstig toekomstig artikel 33, punt a) van de btw-richtlijn. Voor de aangifte en de betaling van de btw, heeft de elektronische interface ook hier de keuze om zich ofwel te registreren in elke EU-lidstaat van aankomst van de goederen, ofwel om zich te registreren onder de OSS-regeling die eerder werd toegelicht.
Specifiek voor elektronische interfaces kan de OSS-regeling eveneens worden gebruikt in geval van een lokale levering. Zo tracht men te vermijden dat de elektronische interface zich in talrijke EU-lidstaten moet registreren voor de lokale leveringen van goederen die het faciliteert. Het gaat hier bijvoorbeeld om goederen die aan een niet-belastingplichtige worden geleverd uit een voorraad die gelegen is in de EU-lidstaat van aankomst van de goederen.
Voor de lokale leveringen geldt er geen facturatieverplichting. Een EU-lidstaat heeft wel steeds de mogelijkheid om de uitreiking van een factuur te vereisen voor btw-doeleinden.
Evenmin geldt er een facturatieverplichting wanneer de elektronische interface voor de leveringen die het faciliteert opteert voor de toepassing van de OSS-regeling. Wanneer geen gebruik wordt gemaakt van deze regeling, moet voor de intracommunautaire afstandsverkopen die de elektronische interface faciliteert wel een factuur uitgereikt worden overeenkomstig de wetgeving van de EU-lidstaat waar de levering plaatsvindt.