De Belgische autofiscaliteit werd de voorbije jaren verder ontwikkeld, met focus op vergroening, bewust aankoopgedrag en voorspelbaarheid op lange termijn. Tegelijk heeft de toename aan regels, overgangsmaatregelen en uitzonderingen geleid tot een complex kader. Dit artikel biedt een overzicht van de geldende regels, zodat u met vertrouwen kunt adviseren. Ontdek ook de rekentools in monKEY om fouten in de berekening te voorkomen.
Autofiscaliteit nu en in de toekomst
Bron: Glenn LUXEM en Jasper ANDRIES – Tax & Legal Services – Moore Belgium, voor monKEY
1. Vennootschapsbelasting versus personenbelasting
De belangrijkste boodschap is helder maar genuanceerd:
De vennootschapsbelasting houdt vast aan het principe dat de aftrekbaarheid van niet elektrische wagens fiscaal zal uitdoven.
In de personenbelasting wordt een opvallende uitzondering gemaakt voor (plug-in) hybrides. Die uitzondering gaat gepaard met een fijnmazige opsplitsing van kosten en uiteenlopende aftrekpercentages, afhankelijk van aanschafdatum, type kost en CO2-uitstoot van de desbetreffende wagen.
2. Toepassingsgebied
Vennootschappen en zelfstandigen hebben in beginsel recht op aftrek van de beroepskosten die zij in het kader van hun belastbare activiteit maken, waaronder autokosten. Sommige autokosten zijn integraal aftrekbaar, andere slechts gedeeltelijk. Voor deze laatste geldt een aftrekbeperking.De aftrekbeperking is van toepassing op alle rechtstreekse en onrechtstreekse beroepskosten die verband houden met de aankoop, de huur, het bezit, het gebruik en het onderhoud van de betrokken voertuigen.
In de vennootschapsbelasting is de aftrekbeperking evenwel beperkt tot welbepaalde categorieën van voertuigen, met name personenwagens gebouwd en bestemd voor het vervoer van personen, voertuigen bestemd voor het vervoer van zowel personen als goederen, minibussen en bepaalde lichte vrachtauto's.
Autokosten met betrekking tot andere voertuigcategorieën blijven daarentegen volledig aftrekbaar in de inkomstenbelasting. Het gaat om kosten verbonden aan taxi's, limousines, lesauto's, voertuigen die uitsluitend voor verhuur worden aangewend, motor- en bromfietsen, autobussen en autocars, vracht- en bestelwagens, aanhangwagens en opleggers, evenals de zogenaamde ‘echte’ lichte vrachtauto's.
3. Het uitgangspunt: de klassieke aftrekformule
Sinds 1 januari 2020 (aanslagjaar 2021) werd de zogenaamde gramformule ingevoerd om het aftrekpercentage van autokosten te berekenen. Nieuw was dat het aftrekpercentage voor brandstofkosten voortaan op dezelfde manier berekend wordt. De aftrekbaarheid van autokosten vertrekt in principe nog steeds van deze gekende gramformule:
De coëfficiënt bedraagt:
1 voor dieselwagens;
0,9 voor aardgaswagens (< 12 fiscale pk);
0,95 in alle andere gevallen, waaronder ook (diesel)hybrides.
Het aftrekpercentage bedraagt maximaal 100 %. De voormalige minimale aftrek van 50 % (of 40 % bij een CO2-uitstoot van meer dan of gelijk aan 200 g/km) geldt niet voor auto's aangekocht vanaf 1 januari 2025.
Voor zogenaamde ‘valse hybrides’ (plug-in hybrides met een te kleine batterij of een te hoge CO2-uitstoot) wordt de CO2-uitstoot in deze formule gelijkgesteld met die van het overeenstemmende niet hybride voertuig dat dient als referentiewagen, of wordt de CO2-uitstoot vermenigvuldigd met 2,5 indien een dergelijk voertuig niet bestaat.
Een belangrijke nieuwigheid is de aanpassing van de definitie van valse hybrides in functie van de nieuwe Euro 6e-bis-norm met een meer realistische testmethode voor de meting van de CO2-uitstoot. Vanaf 1 januari 2026 moeten alle nieuwe plug-in hybrides voldoen aan deze Euro 6e-bis-norm, zelfs als hun model vóór 2025 is goedgekeurd.
Deze nieuwe en meer realistische testmethode brengt bijgevolg mee dat de gemeten CO2-uitstoot zal stijgen, waardoor de klassieke drempel van 50 g CO2/km niet langer houdbaar was. Voor voertuigen waarvan de CO2-uitstoot wordt bepaald volgens deze Euro 6e-bis-norm (of een latere norm), wordt die drempel bijgevolg verhoogd tot 75 g CO2/km.
De Belische belastingadministratie publiceerde op haar website een lijst met de voertuigen die als ‘valse hybride’ beschouwd worden en de overeenstemmende modellen die dienen als referentiewagen.
4. Toekomstige aftrekpercentages in de vennootschapsbelasting en rechtspersonenbelasting
De ‘wet vergroening mobiliteit’ had uiteraard als doel de vergroening van bedrijfswagenparken te versnellen. Dat betekent dat enkel bedrijfswagens die volledig koolstofemissievrij zijn (100 % elektrisch of op waterstof) op termijn nog van een gunstige fiscale behandeling konden genieten. Die overgang gebeurde geleidelijk via drie fases van inwerkingtreding. De ‘datum van aanschaf’ zal hierbij altijd doorslaggevend zijn:
- Bij een zuivere aankoop van een wagen of bij een financiële leasing, is de datum van aanschaf de datum van ondertekening van de bestelbon bij de garage;
- Bij operationele leasing, renting of huur is dat de datum van ondertekening van de overeenkomst met de leasingmaatschappij;
- Wanneer een wagen eerst door een vennootschap wordt besteld en er later nog een operationele leasing- of huurovereenkomst wordt afgesloten, zal deze latere datum doorslaggevend zijn. De wagen wordt dan immers juridisch gezien verworven door de leasingmaatschappij die deze op basis van de leasingovereenkomst ter beschikking stelt van de vennootschap;
- Een verlenging van het lease- of huurcontract heeft een nieuwe contractdatum tot gevolg, behalve als de mogelijkheid tot verlenging en alle concrete uitvoeringsmodaliteiten van die wijziging (inclusief duur van de verlenging, nieuwe voorwaarden van het contract, nieuwe optieprijs, etc.) al bij aanvang in het contract waren opgenomen;
- Hetzelfde geldt in geval van het lichten van een aankoopoptie. Indien alle determinerende optieclausules al bij aanvang van het contract bedongen werden, heeft het lichten van de aankoopoptie geen nieuwe datum van aanschaf tot gevolg;
- Bij het aanschaffen van een tweedehandswagen geldt uiteraard de datum van de tweedehandsaankoop/-leasing, niet de oorspronkelijke aanschafdatum van het voertuig in nieuwstaat.
4.1. Bedrijfswagens aangeschaft vóór 1 juli 2023 (grandfathering-regeling)
Voor deze bedrijfswagens verandert er nagenoeg niets. De bestaande aftrekregeling die sinds 1 januari 2020 van kracht is blijft behouden en het berekenende aftrekpercentage zal behouden worden voor de volledige looptijd van de wagen, met de uitzondering dat voor hybrides die zijn aangeschaft tussen 1 januari 2023 en 30 juni 2023 de aftrek van brandstofkosten wordt begrensd op 50 %. Dit wordt dan ook de ‘grandfathering’-regel genoemd.
4.2. Bedrijfswagens aangeschaft vanaf 1 juli 2023 t.e.m. 31 december 2025 (uitdoofregeling)
Voor bedrijfswagens met een (ook gedeeltelijke) brandstofmotor die vanaf 1 juli 2023 tot en met 31 december 2025 aangeschaft worden, geldt een uitdoofscenario. Dat betekent dat de bestaande aftrekregeling nog even van toepassing blijft, maar dat vanaf 2025 (aanslagjaar 2026) de ondergrenzen van 40 % en 50 % niet langer gelden en dat de maximale aftrekbaarheid stelselmatig wordt afgebouwd. De maximale aftrekbaarheid wordt begrensd op:
- 75 % in aanslagjaar 2026;
- 50 % in aanslagjaar 2027;
- 25 % in aanslagjaar 2028;
- 0 % in aanslagjaar 2029 en volgende.
Voor brandstofkosten van plug-in hybrides aangeschaft vanaf 1 januari 2023 geldt een afwijkende regeling. De benzine- of dieselkosten van deze voertuigen zijn vanaf 2023 (aanslagjaar 2024) voor maximaal 50 % aftrekbaar en volgen voor aanslagjaar 2027, 2028, 2029 en volgende de aftrekbaarheidspercentages zoals hierboven beschreven.
Koolstofemissievrije wagens aangeschaft tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025 blijven 100 % fiscaal aftrekbaar, inclusief de elektriciteitskosten.
4.3. Bedrijfswagens aangeschaft vanaf 1 januari 2026 (nieuwe regeling)
Wagens aangeschaft vanaf 1 januari 2026 die nog CO2 uitstoten zijn niet langer fiscaal aftrekbaar. Ook hybride voertuigen vallen bijgevolg buiten de fiscale aftrekbaarheid.
De fiscale aftrekbaarheid van emissievrije bedrijfswagens (waaronder volledig elektrische wagens) blijft initieel wel 100 %, maar ook die aftrek wordt stelselmatig afgebouwd voor wagens aangeschaft vanaf 2027:
- Aangeschaft in 2026: 100 % aftrek voor de volledige looptijd;
- Aangeschaft in 2027: 95 % aftrek voor de volledige looptijd;
- Aangeschaft in 2028: 90 % aftrek voor de volledige looptijd;
- Aangeschaft in 2029: 82,5 % aftrek voor de volledige looptijd;
- Aangeschaft in 2030: 75 % aftrek voor de volledige looptijd;
- Bijkomend: vanaf 2030 aangeschafte laadstations voor elektrische wagens ook slechts 75 % aftrekbaar;
- Aangeschaft vanaf 2031: 67,5 % aftrek voor de volledige looptijd.
Gelieve hierbij te noteren dat deze fiscale aftrekbaarheid zal behouden worden voor de volledige looptijd van de wagen. Er is bijgevolg geen uitdoofregeling van kracht voor elektrische wagens aangeschaft vanaf 1 januari 2026.
De kosten van laadstations voor elektrische bedrijfswagens zijn 100 % aftrekbaar. Voor laadstations aangeschaft vanaf 2030 wordt de aftrekbaarheid wel beperkt tot 75 %, in lijn met de dalende aftrekbaarheid van emissievrije wagens.
De nieuwe regeling die vanaf 1 januari 2026 van toepassing is, wordt ook doorgetrokken naar de rechtspersonenbelasting (tarief 25 %). Ook vzw's, stichtingen e.d. die aan de rechtspersonenbelasting onderworpen zijn, zullen in de toekomst dus belastingen betalen op het gebruik van bedrijfswagens.
5. Toekomstige aftrekpercentages in de personenbelasting
In tegenstelling tot een vennootschap is een eenmanszaak niet belastbaar in de vennootschapsbelasting, maar wel in de personenbelasting. Toch hebt u de mogelijkheid om uw beroepskosten in te brengen en op die manier af te trekken van uw belastbare basis.
De kosten van een wagen in een eenmanszaak zijn aftrekbaar in de mate dat zij betrekking hebben op het beroepsgebruik van de wagen. Om het beroepsgebruik te bepalen, moeten de autokosten ingedeeld worden volgens het aantal afgelegde beroepskilometers ten opzichte van het totaal aantal gereden kilometers.
De kosten verbonden aan zuivere privéverplaatsingen zijn fiscaal niet aftrekbaar. Hoewel het woon-werkverkeer als een privéverplaatsing beschouwd wordt, bestaat wel een forfaitaire kostenaftrek voor de afgelegde woon-werkkilometers. Als zelfstandige kan u per afgelegde woon-werkkilometer 0,15 euro inbrengen als aftrekbare beroepskosten. Vanaf 2026 (aanslagjaar 2027) kan die aftrek enkel nog voor emissievrije wagens of voor niet-emissievrije wagens die onder een van de twee overgangsregelingen vallen, zoals hierna verder besproken: de grandfathering-regeling of de uitdoofregeling.
Aangezien de wagen die een zelfstandige gebruikt voor zijn privé- dan wel beroepsverplaatsingen niet in eigendom is van een vennootschap of een werkgever, maar wel van de zelfstandige zelf, is er geen belastbaar voordeel alle aard. Er is namelijk geen kosteloze terbeschikkingstelling voor persoonlijk gebruik.
Sinds 1 januari 2020 is de fiscale aftrekbaarheid van autokosten in de personenbelasting aangepast en zijn deze kosten voortaan slechts aftrekbaar zoals in de vennootschapsbelasting volgens de gramformule 120 % – (0,5 % × coëfficiënt × aantal gram CO2/km). Wel blijft er in de personenbelasting een minimaal aftrekpercentage van 75 % bestaan voor wagens aangekocht vóór 1 januari 2018 (tenzij een CO2 van 200 g/km of meer, dan altijd 40 % aftrekbaar).
Aangezien de elektrificatie in de praktijk nog niet overal (bijvoorbeeld op het platteland) of door eenieder (bijvoorbeeld voor inwoners van gebouwen met meerdere eenheden) mogelijk is, voorziet het wetsontwerp van 3 juli 2025 voor een verlengde aftrekbaarheid voor hybride voertuigen, uitsluitend in de personenbelasting.
De wet van 18 december 2025 houdende diverse bepalingen houdt voor de aftrekbaarheid van autokosten in de personenbelasting, in tegenstelling tot in de vennootschapsbelasting, een aantal wijzigingen in. Ze worden hieronder besproken.
5.1. Wagens aangeschaft vóór 1 juli 2023 (grandfathering-regeling)
Voor deze wagens verandert er nagenoeg niets. De bestaande aftrekregeling die sinds 1 januari 2020 van kracht is, blijft behouden en het berekenende aftrekpercentage zal behouden worden voor de volledige looptijd van de wagen, met de uitzondering dat voor hybrides die zijn aangeschaft tussen 1 januari 2023 en 30 juni 2023 de aftrek van brandstofkosten wordt begrensd op 50 %.
Voor wagens op fossiele brandstof aangeschaft vóór 1 januari 2018, zal het minimum aftrekpercentage van 75 % binnen de grandfathering-regeling (zie eerder) voortaan jaarlijks worden verminderd met 5 %, te beginnen vanaf aanslagjaar 2027, om in aanslagjaar 2031 en verdere 50 % te bereiken.
5.2. Wagens aangeschaft vanaf 1 juli 2023 t.e.m. 31 december 2025 (uitdoofregeling en verlengde aftrekbaarheid hybrides)
Voor wagens met een (ook gedeeltelijke) brandstofmotor die vanaf 1 juli 2023 t.e.m. 31 december 2025 aangeschaft werden, gold voor de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving ook een uitdoofscenario. Dat betekent dat de bestaande aftrekregeling nog even van toepassing bleef, maar dat vanaf 2025 (aanslagjaar 2026) de ondergrenzen van 40 % en 50 % niet langer golden en dat de maximale aftrekbaarheid stelselmatig werd afgebouwd. De maximale aftrekbaarheid werd begrensd op:
- 75 % in aanslagjaar 2026;
- 50 % in aanslagjaar 2027;
- 25 % in aanslagjaar 2028;
- 0 % in aanslagjaar 2029 en volgende.
Met de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving zullen deze regels enkel van toepassing blijven voor wagens die volledig op fossiele brandstof rijden.
Voor hybride wagens aangeschaft vanaf 1 juli 2023 tot en met 31 december 2025 komt deze uitdoofregeling deels te vervallen en komt er vanaf aanslagjaar 2027 een verlengde fiscale aftrekbaarheid in de plaats. Voor deze hybride wagens wordt er een maximum aftrekpercentage ingevoerd van 75 % (indien CO2-uitstoot > 50 g/km of 75 g/km voor homologatie volgens de Euro 6e-bis-norm) of 100 % (indien CO2-uitstoot < 50 g/km of 75 g/km voor homologatie volgens de Euro 6e-bis-norm), en dit voor de volledige looptijd van de wagen.
Verder zullen de elektriciteitskosten voor deze wagens vanaf aanslagjaar 2027 opnieuw 100 % fiscaal aftrekbaar, en dit voor de volledige looptijd van de wagen. Deze kosten dienen bijgevolg niet langer onderworpen te worden aan de percentages in de uitdoofregeling.
De fossiele brandstofkosten zullen ten slotte wel onderworpen worden aan de uitdoofregeling en zijn nog voor maximaal 50 % aftrekbaar in aanslagjaar 2027, 25 % in aanslagjaar 2028 en niet langer fiscaal aftrekbaar (0 %) vanaf aanslagjaar 2029.
5.3. Wagens aangeschaft vanaf 1 januari 2026 (nieuwe regeling)
Wagens aangeschaft vanaf 1 januari 2026 die nog CO2 uitstoten waren onder de ‘wet vergroening mobiliteit’ niet langer fiscaal aftrekbaar. Ook hybride voertuigen vielen bijgevolg buiten de fiscale aftrekbaarheid.
Voor hybride wagens in de personenbelasting wordt er echter een overgangsregel voorzien. Hieronder volgt het overzicht van de nieuwe regels voor hybride wagens aangeschaft vanaf 1 januari 2026:
- Aangeschaft in 2026:
- Maximale fiscale aftrek van 75 % (indien CO2-uitstoot > 50 g/km of 75 g/km voor homologatie volgens de Euro 6e-bis-norm) of 100 % (indien CO2-uitstoot < 50 g/km of 75 g/km voor homologatie volgens de Euro 6e-bis-norm), en dit voor de volledige looptijd van de wagen (vanaf aanslagjaar 2027).
- Elektriciteitskosten 100 % aftrekbaar, en dit voor de volledige looptijd van de wagen (vanaf aanslagjaar 2027).
- Aangeschaft in 2027:
- Maximale fiscale aftrek van 75 % (indien CO2-uitstoot > 50 g/km of 75 g/km voor homologatie volgens de Euro 6e-bis-norm) of 95 % (indien CO2-uitstoot < 50 g/km of 75 g/km voor homologatie volgens de Euro 6e-bis-norm), en dit voor de volledige looptijd van de wagen (vanaf aanslagjaar 2028).
- Elektriciteitskosten 95 % aftrekbaar, en dit voor de volledige looptijd van de wagen (vanaf aanslagjaar 2028).
- Aangeschaft in 2028:
- Maximale fiscale aftrek van 65 %, en dit voor de volledige looptijd van de wagen (vanaf aanslagjaar 2029).
- Elektriciteitskosten 90 % aftrekbaar, en dit voor de volledige looptijd van de wagen (vanaf aanslagjaar 2029).
- Aangeschaft in 2029:
- Maximale fiscale aftrek van 57,5 %, en dit voor de volledige looptijd van de wagen (vanaf aanslagjaar 2030).
- Elektriciteitskosten 82,5 % aftrekbaar, en dit voor de volledige looptijd van de wagen (vanaf aanslagjaar 2030).
- Aangeschaft vanaf 2030: Geen fiscale aftrekbaarheid meer, behalve voor de elektriciteitskosten:
- Aangeschaft in 2030: Elektriciteitskosten 75 % aftrekbaar, en dit voor de volledige looptijd van de wagen (vanaf aanslagjaar 2031).
- Aangeschaft vanaf 2031: Elektriciteitskosten 67,5 % aftrekbaar, en dit voor de volledige looptijd van de wagen (vanaf aanslagjaar 2031).
Voor deze hybride wagens zullen de brandstofkosten niet langer fiscaal aftrekbaar zijn als beroepskosten.
Met het oog op administratieve vereenvoudiging bevat de algemene formule voor hybride voertuigen niet langer een coëfficiënt op basis van het brandstoftype. Voor deze voertuigen gaan we dus voortaan uit van de volgende gramformule:
120 % – (0,5 % x aantal gram CO2/km).
De fiscale aftrekbaarheid van emissievrije wagens in de personenbelasting loopt gelijk met de behandeling in de vennootschapsbelasting. De fiscale aftrekbaarheid blijft initieel wel 100 %, maar ook die aftrek wordt stelselmatig afgebouwd voor wagens aangeschaft vanaf 2027:
- Aangeschaft in 2026: 100 % aftrek voor de volledige looptijd;
- Aangeschaft in 2027: 95 % aftrek voor de volledige looptijd;
- Aangeschaft in 2028: 90 % aftrek voor de volledige looptijd;
- Aangeschaft in 2029: 82,5 % aftrek voor de volledige looptijd;
- Aangeschaft in 2030: 75 % aftrek voor de volledige looptijd;
- Bijkomend: vanaf 2030 aangeschafte laadstations voor elektrische wagens ook slechts 75 % aftrekbaar;
- Aangeschaft vanaf 2031: 67,5 % aftrek voor de volledige looptijd.
Gelieve hierbij te noteren dat deze fiscale aftrekbaarheid zal behouden worden voor de volledige looptijd van de wagen. Er is bijgevolg geen uitdoofregeling van kracht.
Conclusie
De hervorming van de autofiscaliteit bevestigt de beleidskeuze richting elektrificatie, maar doet dat met een opmerkelijke nuance in de personenbelasting. Hybrides krijgen daar een tweede adem, zij het binnen een complex en gefragmenteerd kader. Voor adviseurs betekent dit dat timing, type voertuig en aard van de kosten belangrijker zijn dan ooit. Zonder gedetailleerde analyse dreigt men snel verkeerde conclusies te trekken.
Ontdek ook de rekentools in monKEY om snel juiste berekeningen te maken en fouten te voorkomen. Nog geen toegang tot de rekentools?