Fiscale grensbedragen
Tax & Accounting23 december, 2020

Fiscale grensbedragen aanslagjaar 2022 inkomsten 2021

De belastingadministratie publiceerde in het Belgisch Staatsblad van 8 februari 2021 de tabellen met de fiscale grensbedragen en de geïndexeerde bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2022 (aj. 2022), die voorkomen in het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

Tabellen met fiscale grensbedragen

De tabellen bevatten niet alleen de basisbedragen en de geïndexeerde bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aj. 2022 die in het Wetboek van de inkomstenbelastingen staan, maar ook degene die voorkomen in:

  • het uitvoerings-KB van het WIB 1992 (bedragen m.b.t. kosteloze verstrekking van verwarming en elektriciteit tot andere doeleinden dan verwarming), en
  • de programmawet van 10 augustus 2015 (bedragen m.b.t. diamanthandel).

Aanslagjaar 2022: geen indexering voor…

De volgende bedragen, die gelden voor het aj. 2022, werden niet geïndexeerd en blijven dus ongewijzigd t.o.v. de bedragen voor het aj. 2021:

  • verhoging van de belastingvrije som: bijkomende toeslag voor ieder kind jonger dan 3 jaar voor wie geen uitgaven voor kinderoppas worden afgetrokken: 610 euro;
  • maximumbedrag van het belastingkrediet per kind ten laste: 470 euro;
  • minimumbedrag van de aftrekbare kosten, wanneer de bestaansmiddelen bestaan in bezoldigingen van werknemers of in baten: 470 euro;
  • maximumbedrag vrijstelling fietsvergoeding (rijwiel, gemotoriseerd rijwiel of speed pedelec) per kilometer: 0,24 euro;
  • maximum aftrek kosten per km met de fiets: 0,24 euro;
  • minimumbedrag van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen gedaan zijn: 80 euro;
  • gewestelijke weerwerkpremie: maximumbedrag van de brutopremie per maand: 200 euro;
  • maximumbedrag van de belastingvermindering per belastbaar tijdperk en per woning: 830 euro;
  • verhoging gedurende de eerste 10 belastbare tijdperken van het maximumbedrag dat in aanmerking wordt genomen voor de belastingvermindering per belastingplichtige en per belastbaar tijdperk van de interesten en betalingen voor de aflossing of de wedersamenstelling van een hypothecaire lening die specifiek is gesloten om een enige woning te verwerven of te behouden: 830 euro. Opgelet! Dit bedrag is enkel van toepassing onder de voorwaarden van artikel 145(36bis), WIB 1992;
  • verhoging van het vorige punt vermelde bedrag wanneer de belastingplichtige 3 of meer kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin de leningsovereenkomst is afgesloten: 80 euro. Opgelet! Dit bedrag is enkel van toepassing onder de voorwaarden van artikel 145(36bis), WIB 1992;
  • bedrag van het belastingkrediet: 730 euro;
  • bedrag van het belastingkrediet voor meewerkende echtgenoten: 330 euro;
  • maximumbedrag van het belastingkrediet: 830 euro;
  • kosteloze verstrekking van verwarming en elektriciteit gebruikt tot andere doeleinden dan verwarming:
    • verleend aan leidinggevend personeel en bedrijfsleiders voor elektriciteit: 1.030 euro;
    • verleend aan andere verkrijgers voor verwarming: 930 euro.

Enkele belastingverminderingen en -vrijstellingen bevroren tot en met aj. 2024

De Regering heeft de jaarlijkse indexering van enkele andere belastingverminderingen en -vrijstellingen voor de inkomstenjaren 2020 tot en met 2023 (aj. 2021 tot en met aj. 2024) bevroren. Concreet betekent dit dat de maximumbedragen voor een reeks belastingverminderingen en -vrijstellingen tijdens deze vier jaren niet geïndexeerd worden en gelijk blijven aan het niveau van 2019 (aj. 2020).

Opgelet ! De bevriezing van de indexering van de maximumbedragen in het kader van de belastingvermindering voor pensioensparen werd uitgesteld tot het inkomstenjaar 2021 (aj. 2022).
Dat betekent dat die maximumbedragen nog wel geïndexeerd werden in 2020 (aj. 2021). Een belastingplichtige kon in 2020 (aj. 2021) dus aan pensioensparen doen voor maximaal 990 euro aan 30% belastingvermindering, en voor maximum 1.270 euro aan 25% belastingvermindering. Vanaf het aj. 2025 zullen deze bedragen opnieuw geïndexeerd worden, maar wel zonder de ‘bevriezing’ voor de aanslagjaren 2021-2024 in te halen.