Auteurs en Open Access

Een Open Access-wetgeving (ingevoegd door de wet van 30 juli 2018 houdende diverse bepalingen inzake Economie) verleent auteurs het recht om hun wetenschappelijke artikelen vrij toegankelijk te maken, als het wetenschappelijk onderzoek met openbare middelen is gefinancierd.

De Franse Gemeenschap heeft binnen de grenzen van haar bevoegdheden een soortgelijk kader vastgesteld met het decreet van 3 mei 2018 (van kracht sinds 14 september 2018).

Wolters Kluwer treft de volgende contractuele voorziening: "Wat betreft Open Access erkennen Partijen de toepassing van de wettelijke bepalingen. Open Acces is van toepassing indien het Werk (i) een wetenschappelijk artikel betreft en (ii) het minstens voor de helft met publieke middelen werd gefinancierd. De Auteur heeft de keuze om het Werk na verloop van een termijn van twaalf maanden kosteloos beschikbaar te stellen in Open Access (open toegang) aan het publiek. De Auteur zal Wolters Kluwer informeren of en hoe hij wenst gebruik te maken van de Open Acces mogelijkheid."

Meer informatie

Reprografierecht

Meer dan de auteursrechten die door de uitgever worden betaald


Het auteursrecht geeft aan auteurs het exclusieve recht om hun werk te exploiteren. Dat recht kunnen ze overdragen of in licentie geven, bijvoorbeeld aan een uitgever. 

Maar, het auteursrecht is geen doel op zich. Daarom voorziet de wet uitzonderingen op het auteursrecht, zoals reprografie en thuiskopie. 

Wat soms niet geweten is door auteurs, is dat ze naast een vergoeding voor de exclusieve exploitatie van hun werk (vaak geregeld via een auteurscontract bij een uitgeverij), ook recht hebben op een vergoeding voor de wettelijke uitzonderingen op dat exclusief exploitatierecht, namelijk reprografierecht. 

Hoe worden die rechten geregeld? 


Auteurs hebben hun exploitatierechten overgedragen aan de uitgever. Daarvoor ontvangen zij dan ook rechtstreeks van Wolters Kluwer Belgium nv een vergoeding, die we regelen in het auteurscontract dat we afsluiten met de auteurs. 

Voor de regeling van de vergoedingen voor de wettelijke uitzonderingen op dat exclusief exploitatierecht (namelijk reprografievergoeding, thuiskopie, leenvergoeding …) kan een auteur zich best aansluiten bij een collectieve beheersvennootschap. 

Het hoofddoel van zo een beheersvennootschap is het innen van de vergoedingen voor de wettelijke uitzonderingen op het exploitatierecht, en die verdelen aan de rechthebbende vennoten (auteurs, uitvoerende kunstenaars, uitgevers, producenten van geluids- en audiovisuele werken) die erbij aangesloten zijn. Daarnaast kan ze nog andere diensten aanbieden zoals juridisch advies. 

De beheersvennootschap fungeert als tussenpersoon tussen de auteurs en de gebruikers van de werken van die auteurs. Een auteur is niet verplicht om zich aan te sluiten bij een beheersvennootschap maar in eigen beheer is het vrijwel onmogelijk om elk gebruik van een werk te controleren en de betaling van de eigen rechten te bekomen. Van de kant van de gebruikers is het eveneens niet haalbaar om voor elke kopie uit een werk de auteur of uitgever te contacteren en toestemming te vragen om een kopie te maken. 

Voorbeelden van Belgische collectieve beheersvennootschappen: 

  • VEWA: behartigt de belangen van wetenschappelijke en educatieve Nederlandstalige auteurs. Alle info over VEWA en het lidmaatschap vind je hier. 
  • Assucopie: opgericht vanuit de Belgische wetenschappelijke en onderwijswereld beheert Assucopie de collectieve rechten (reprografie, thuiskopie, uitgezonderd voor onderwijsdoeleinden …) voor alle soorten van werken van Franstalige auteurs uit de onderwijs-, wetenschappelijke en universitaire wereld. Klik hier voor meer info en gratis lidmaatschap. 
  • Reprobel: de Belgische beheersvennootschap die de vergoedingen voor de reprografie en voor het openbaar leenrecht int en verdeelt. Hier meer daarover. 

Inkomstenbelasting op auteursrechten

België kent al ruim dertien jaar een forfaitaire belastingregeling voor inkomsten uit auteursrechten (Wet van 16 juli 2008). 
Personenbelasting

De forfaitaire belastingregeling is uitsluitend van toepassing op de inkomsten uit auteursrechten verkregen door natuurlijke personen die, als Belgisch rijksinwoner, belastbaar zijn in de personenbelasting of als niet-rijksinwoner, onderworpen zijn aan de belasting niet-inwoners. Inkomsten uit auteursrechten verkregen door een vennootschap zijn uitgesloten van de forfaitaire belastingregeling. Die inkomsten blijven gewoon belast als winst van de vennootschap. 

De forfaitaire belastingregeling geldt voor álle natuurlijke personen, ongeacht hun arbeidsrechtelijk statuut. Niet enkel zelfstandigen of bedrijfsleiders, maar ook werknemers kunnen er gebruik van maken, zolang de voorwaarden voor de kwalificatie ‘inkomsten uit auteursrechten’ maar vervuld zijn (zie verder).

Forfaitaire belastingregeling

De belastingregeling voor inkomsten uit auteursrechten is forfaitair omdat de inkomsten, voor zover ze een bij wet bepaald forfaitair jaargrensbedrag niet overschrijden, altijd als roerend inkomen worden belast tegen een afzonderlijk belastingtarief. Bovendien kan op die inkomsten een forfaitaire kostenaftrek worden toegepast.

Roerend inkomen

Dat jaargrensbedrag bedraagt, vóór enige kostenaftrek, 62.550 euro voor 2021 (aanslagjaar 2022). Ieder jaar wordt het bedrag geïndexeerd naargelang van de inflatie. Tot dat grensbedrag worden de inkomsten uit auteursrechten onweerlegbaar geacht roerende inkomsten te zijn en dus geen beroepsinkomsten uit te maken. Boven dat grensbedrag blijft de kwalificatie ‘roerend inkomen’ het uitgangspunt, maar in de praktijk zullen de inkomsten verkregen boven 62.550 euro, meestal – dat wil zeggen, als duidelijk is dat de inkomsten worden behaald binnen het kader van een beroepsactiviteit en dit ook afdoende bewezen wordt door de fiscus – worden belast als beroepsinkomsten. De kwalificatie ‘roerend inkomen’ voor het bedrag hoger dan 62.550 euro, kan dus worden weerlegd door de fiscus; de kwalificatie ‘beroepsinkomen’ is echter geen automatisme!

Zolang de kwalificatie ‘roerend inkomen’ geldt (tot 62.550 euro onweerlegbaar, boven dat bedrag weerlegbaar), worden de inkomsten uit auteursrechten belast in de personenbelasting tegen het tarief van 15 procent

De inkomsten uit auteursrechten zijn altijd verplicht aan te geven in de belastingaangifte in de personenbelasting. Dat gebeurt in rubriek D van vak VII van de aangifte.

undefined

Kostenforfait

Zowel in de personenbelasting als voor de roerende voorheffing, is enkel het nettobedrag van het inkomen uit auteursrechten belastbaar. Dat is het brutobedrag, vóór inhouding van roerende voorheffing, verminderd met eventuele RSZ-bijdragen en vervolgens verminderd met, naar keuze van de auteur, ofwel de werkelijke kosten die hij kan bewijzen met betrekking tot zijn inkomsten uit auteursrechten, ofwel een wettelijk kostenforfait. In de praktijk wordt doorgaans voor het vrij hoge kostenforfait geopteerd. Voor het jaar 2021 bedraagt het kostenforfait de helft van de eerste schijf van 16.680 euro van het inkomen uit auteursrechten en een kwart van de tweede inkomensschijf van 16.680 euro. Bij een jaarinkomen uit auteursrechten van 33.360 euro wordt de maximale forfaitaire kostenaftrek bereikt van 12.510 euro.

Voorbeeld
De belastingdruk op een inkomen uit auteursrechten van 30.000 euro, verkregen in 2021, bedraagt zo 9,8%*, en dit ongeacht het bestaan van eventuele andere inkomsten: 

Bruto:  € 30.000 inkomen uit auteursrechten
Belastbaar:  € 30.000  – € 11.670** kostenforfait  =  € 18.330 
Belasting:  € 18.330 x 15%  = € 2749,50
Belasting verhoogd met gemeentebelasting*** (bv. 7%) =  € 2941,97
Netto:  € 30.000 - € 2941,97 = € 27.058,03

(*) 2941,97/30.000 x 100 = 9,8 
(**) 16.680 x 50% + (30.000 – 16.680) x 25%
(***) de aangegeven inkomsten uit auteursrechten zijn onderworpen aan personenbelasting én gemeentebelasting

Roerende voorheffing

De (rechts)persoon die de vergoedingen voor auteursrechten uitbetaalt (uitgeverij, organisator, opdrachtgever, beheersvennootschap,…) is wettelijk verplicht om bij de betaling roerende voorheffing (RV) in te houden op het belastbare bedrag van de auteursrechten en om die voorheffing door te storten aan de fiscus. Die verplichting geldt niet voor ‘buitenlandse betalers’, tenzij ze in België aan de BNI zijn onderworpen. 

De betalers van auteursrechtenvergoedingen mogen echter aan de inhouding van RV verzaken bij betalingen aanvennootschappen, erkende beheersvennootschappen en aan internationale of supranationale instellingen. Die vrijstelling van RV is niet bij wet geregeld, maar steunt op een administratieve tolerantie (Vr. nr. 12716 van 22 april 2009 en nr. 2 van 7 maart 2013).  

Betalingen aan rechtspersonen die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting, zoals een vzw, kunnen de vrijstelling RV niet genieten en zijn dus altijd onderworpen aan roerende voorheffing. Hetzelfde geldt uiteraard voor betalingen aan natuurlijke personen, ongeacht of die persoon Belgisch inwoner is of niet.

De roerende voorheffing bedraagt 15 procent op de inkomsten uit auteursrechten beperkt tot het fiscale grensbedrag van 62.550 euro (inkomsten 2021) en 30 procent boven dat grensbedrag.

De roerende voorheffing fungeert in feite als een voorschot op de uiteindelijk verschuldigde personenbelasting op de auteursrechten die wordt geheven via de belastingafrekening (aanslagbiljet). De voorheffing zal dus met de personenbelasting worden verrekend. 

De voorheffing is niet bevrijdend*. Zoals gezegd moeten inkomsten uit auteursrechten altijd worden aangegeven in de belastingaangifte.
(*) uitgezonderd de voorheffing op betalingen, belastbaar als roerend inkomen, aan niet-inwoners 

Fiche

De inkomsten uit auteursrechten worden door de betaler opgenomen op de fiche 281.45.

Wordt de fiche niet opgesteld, dan is de auteursrechtenvergoeding voor de betaler vanaf aj. 2022 ofwel niet aftrekbaar als beroepskosten (in de personenbelasting) ofwel onderworpen aan de aanslag geheime commissielonen (in de vennootschapsbelasting).

Auteursrechten

Rest nog de afbakening van wat precies onder ‘inkomsten uit auteursrechten’ wordt verstaan. De forfaitaire belastingregeling is van toepassing op de “inkomsten verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten en naburige rechten, alsook van de wettelijke en verplichte licenties, bedoeld in boek XI van het wetboek van economisch recht” zo bepaalt art. 17 §1 5° WIB92. 

Cessie kan worden gelijkgesteld met een eigendomsoverdracht of een verkoop, concessieeerder met een verhuur. Metauteursrechtenworden bedoeld de exploitatierechten of vermogensrechten van een auteursrechtelijk beschermd werk. Dat werk moet voortspruiten uit de intellectuele of artistieke inspanning van zijn maker, zijn persoonlijke stempel dragen (originaliteit!) en in een concrete vorm gegoten zijn. Beschermd zijn meestal, maar niet uitsluitend, letterkundige of artistieke werken. Klassieke voorbeelden van auteursrechtelijk beschermde werken zijn boeken, tijdschriftartikels, schilderijen, beeldhouwwerken, toneelstukken, films, scenario’s, muziekopnames, choreografieën, (bouw)plannen, illustraties, foto’s, brochures, digitale databanken, computerprogramma’s, software(codes) enz. Niet enkel het geschrevene maar ook het gesprokene kan auteursrechtelijke bescherming genieten, denk bv. aan voordrachten en lezingen, Naburige rechten ook wel nevenrechten genoemd,zijn doorgaans de rechten verbonden aan de prestaties van een uitvoerende kunstenaar (muzikant of acteur) van een beschermd werk, bv. het werk van een stemacteur of de uitvoering van een klassieke muziekcompositie. Onder de wettelijke licenties tenslotte vallen de collectieve vergoedingssystemen die auteurs vergoeden voor het feit dat de wetgever de kopie van hun werk toelaat zonder voorafgaande toestemming.

Voor de beoordeling of auteursinkomsten onder de voordelige forfaitaire belastingregeling vallen, moeten twee voorwaarden vervuld zijn: (1) het werk waarmee de inkomsten worden behaald, moet auteursrechtelijk beschermd zijn en (2) de inkomsten moeten voortkomen uit de cessie of concessie van de exploitatierechten van dat werk. Het betreft dus niet het inkomen uit de overdracht van het werk zelf (bv. verkoop van een manuscript), maar wel het inkomen uit de overdracht van de vermogensrechten van dat werk (bv. de vergoeding voor de uitgave van het manuscript in boekvorm). 

Verder is het voor de fiscale kwalificatie als roerend inkomen, in de ogen van de fiscus en van bepaalde rechtspraak, absoluut vereist dat de vergoeding voor de (con)cessie van de auteursrechten en het bedrag ervan, als zodanig afzonderlijk én uitdrukkelijk in een schriftelijke overeenkomst wordt vastgesteld gesloten tussen de auteur van het werk en de exploitant van de vermogensrechten van dat werk.

Voor meer rechtszekerheid over de juiste fiscale kwalificatie – beroepsinkomen of roerend inkomen – wordt de belastingplichtige doorverwezen naar de Dienst Voorafgaande Beslissingen. 

Voor een overzicht en bespreking van diverse rulings kan worden verwezen naar monKEY.be

Meer lezen hierover?

  • WELLENS, J., “Inkomsten uit de cessie of concessie van auteursrechten, naburige rechten en wettelijke licenties”, https://monkey.wolterskluwer.com/nl/document/tocmnyys1806-12988004

  • BOSSUYT, J., Auteursrechten in de inkomstenbelastingen in Fiscale Praktijktudies, Mechelen, Wolters Kluwer, 2014, 150p.

  • MEYUS, A., “Roerende inkomsten en  roerende voorheffing” in Handboek Personenbelasting, Mechelen, Wolters Kluwer, verschijnt jaarlijks op papier, als e-book en op www.jura.be.

  • COUDRON, C., “Roerende inkomsten” in Handboek voor Fiscaal Recht – Tiberghien, Mechelen, Wolters Kluwer, verschijnt jaarlijks op papier, als e-book en op www.jura.be.

Editorial & Production insights

Verschijnt uw publicatie op papier, dan staat onze jarenlange kennis en ervaring met opmaak-, druk- en bindprocessen altijd garant voor een kwalitatief hoogwaardig eindproduct, of het nu een boek of tijdschrift betreft. Een groot deel van onze publicaties krijgt ook een plaats in onze online database en zoekmachine. Wij zorgen ervoor dat uw uitgave overzichtelijk wordt weergegeven en goed vindbaar is.

Back To Top