raad van state belgie
Legal28 mei, 2021

Koninklijk Besluit maakt schriftelijke procedure bij Raad van State makkelijker

Een nieuw KB zorgt voor een soepeler regeling van de schriftelijke procedure bij de Raad van State. Bedoeling is de achterstand bij de Raad weg te werken.

Bijdrage van Laure Proost uit De Juristenkrant nr 430 - 26 mei 2021

Lees de volledige bijdrage rechtstreeks in Jura →

Het zal menig advocaat die ooit al eens pleitte voor de Raad van State bekend in de oren klinken: ‘Geachte voorzitter, ik beperk me namens mijn cliënt(e) tot het verwijzen naar de reeds neergelegde stukken, ik dank U.’

De procedure voor de Raad van State is namelijk in essentie een schriftelijke procedure (waar de Raad u attent op zal maken als u te lang zou durven uitwijden), waarbij de partijen in de openbare terechtzitting ofwel verwijzen naar de stukken, ofwel een pleidooi van de laatste kans neerzetten in de hoop het auditoraat van mening te doen veranderen. Van confraters valt te horen dat die pleidooien echter vaak bot vangen: de mening van het auditoraat verandert immers zeer zelden ter zitting. De vraag kan worden gesteld of het dan nuttig is om bij wijze van standaardpraktijk een openbare terechtzitting te organiseren of dat het (althans in vele gevallen) niet eenvoudiger zou zijn om te evolueren naar een procedure gelijkaardig aan die van het Grondwettelijk Hof (zie artikel 90 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof).

De coronapandemie bleek het ultieme experiment: artikel 3 van het coronavolmachtenbesluit (bijzonderemachtenbesluit nr. 12 van 21 april 2020 ‘met betrekking tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken’) trad met terugwerkende kracht in werking op 9 april 2020 en de fysieke terechtzittingen werden ofwel ingeruild voor een digitale procedure, ofwel werden zij op verzoek van de kamer of van de partijen zonder openbare terechtzitting behandeld dan wel uitgesteld.

Zoals bij elk experiment is het belangrijk te zien wat we eruit hebben geleerd. In het verslag aan de Koning van het nieuwe koninklijk besluit lezen we dat de partijen in een overgroot aantal dossiers unaniem instemmen met het voorstel van de kamer om de beroepen zonder openbare terechtzitting te behandelen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit minister van Binnenlandse Zaken op het idee bracht om een en ander in een voorstel aan de federale regering te gieten. 

Quod erat demonstrandum

Het nieuwe koninklijk besluit voert een meer soepele regeling in voor de schriftelijke behandeling van geschillen bij de Raad.

Het koninklijk besluit houdt rekening met de ervaring opgedaan tijdens de coronapandemie en is geïnspireerd op de huidige regeling bij het Grondwettelijk Hof. Zoals in het coronavolmachtenbesluit is de kamer in deze nieuwe regeling als eerste aan zet. Zij kan bij de ingereedheidbrenging van de zaak oordelen of de schriftelijke procedure volstaat, dan wel oordelen dat het zinvol is om een terechtzitting te laten plaatsvinden om het advies van de auditeur te verkrijgen ten opzichte van de laatste memories. Het auditoraat kan eveneens aan de kamer vragen om een openbare terechtzitting te laten plaatsvinden wanneer het advies wenst uit te brengen. Vervolgens brengt de kamer de partijen op de hoogte van haar oordeel.

In die gevallen waar zowel de Raad als alle partijen het erover eens zijn dat alle argumenten in de schriftelijke stukken zijn uiteengezet en geen mondelinge herhaling of toelichting meer behoeven, is het mogelijk om de openbare terechtzitting achterwege te laten. Zijn de partijen het niet eens, dan kan elk van de procespartijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen dat de zaak toch ter terechtzitting wordt behandeld.

Spes bona?

Niettegenstaande het feit dat de behandeling zonder openbare terechtzitting volstrekt facultatief blijft (en u dus nog steeds naar hartenlust naar de stukken mag verwijzen), is de regeling natuurlijk gecreëerd in de hoop de achterstand bij de Raad weg te werken. Hoewel die achterstand eerder te wijten is aan de lange doorlooptijden bij het auditoraat, kan de schriftelijke behandeling in vele gevallen (zoals bij de intrekking van een beslissing, de afstand van het geding of ook wanneer in de processtukken alles al besproken werd) een snellere afwikkeling van dossiers tewerkstellen, or so we hope.

Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox