Investeringsaftrek – update 2020
Fiscaliteit & Accounting17 augustus, 2022

Investeringsaftrek: verhoogde kostenaftrek laadpalen toch niet te combineren

Een onderneming die een investering doet kan onder bepaalde voorwaarden een investeringsaftrek verkrijgen. Dit is een fiscaal voordeel waarbij men een bepaald percentage van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de investeringen uitgevoerd tijdens het belastbaar tijdperk, mag aftrekken van de belastbare winst.

 

 

In dit artikel bespreken we concreet:

Koen Janssens legt in de video hieronder uit wie van de investeringsaftrek kan genieten, welke investeringen in aanmerking komen en welke formaliteiten moeten worden vervuld.

Investeringsaftrek video
Bekijk de video

2022: Verhoogde kostenaftrek laadpalen is dan toch niet te combineren met investeringsaftrek

Een van de opvallendste maatregelen uit een nieuw voorontwerp van de ministerraad betreft de in 2021 ingevoerde verhoogde kostenaftrek van 200 % voor het installeren van laadstations voor elektrische auto’s. Het wetsontwerp brengt op dat punt zowel goed als slecht nieuws. De minister heeft eind 2021 verklaard dat de nieuwe verhoogde kostenaftrek in principe te combineren is met de investeringsaftrek. We hebben toen de vraag gesteld of, op grond van de bestaande wetgeving, de investeringsaftrek de facto niet uitgesloten is in dergelijke gevallen. Misschien om discussies op dat punt te vermijden, wordt de wet nu aangepast. Een cumul van de verhoogde kostenaftrek en de investeringsaftrek wordt expliciet uitgesloten (aanpassing art. 64quater lid 2, 2e streepje WIB 92).

200 % is drie maanden langer van toepassing 

Nog m.b.t. de verhoogde aftrek voor laadstations is er wel goed nieuws te signaleren. Volgens de huidige regelgeving bedraagt het percentage van de aftrek 200 % tot eind 2022. Voor installaties die gebeuren tussen 1 januari 2023 en 31 augustus 2024 valt het aftrekpercentage terug op 150 %. Maar de regering wil nu rekening houden met het feit dat de leveringen van laadstations grote vertragingen ondervinden door de verstoringen in de internationale aanleveringsketens. Heel wat bedrijven die ruim op tijd een bestelling geplaatst hebben, worden nu geconfronteerd met het vooruitzicht dat de laadpaal pas in 2023 geleverd zal worden, waardoor ze de aftrek van 200 % mislopenDaarom wordt de periode waarin dat percentage van 200 % geldt, verlengd tot 31 maart 2023. Ondernemingen krijgen dus drie maanden langer de tijd. Het percentage van 150 % is dus van toepassing vanaf 1 april 2023. Het voorontwerp ligt nu bij de Raad van State.

 

2021: Aangepaste percentages investeringsaftrek aj. 2021 en 2022

De Regering trok via de Corona III-wet het basispercentage van de investeringsaftrek voor kmo’s (inclusief eenmanszaken) op van 8% tot 25%, voor vaste activa die tussen 12 maart 2020 en 31 december 2020 werden verworven of tot stand gebracht. Om de kmo’s aan te moedigen om in deze coronacrisisperiode productieve investeringen te doen, heeft ze deze tijdelijke maatregel via de programmawet van 20 december 2020 verlengd met twee jaar, tot 31 december 2022. Daarnaast voorzag deze programmawet ook in een verlenging van de overdracht van de niet-verleende vrijstelling van de investeringsaftrek naar de twee volgende belastbare tijdperken, voorzien in artikel 201, § 1, vijfde lid van het WIB 1992, voor de van 1 januari 2019 tot 31 december 2021 (i.p.v. “in 2019”) verkregen of tot stand gebrachte vaste activa. 

Naast de aangepaste percentages voor de investeringsaftrek voor het aj. 2021 publiceert de fiscus in hetzelfde bericht ook de percentages voor de investeringsaftrek voor het aj. 2022, samen met de adressen voor het aanvragen van de attesten voor milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling en energiebesparende investeringen.

2020: eenmalige investeringsaftrek tijdelijk verhoogd naar 25 %

Om de economie een duwtje in de rug te geven tijdens de coronacrisis wordt het basispercentage van de gewone eenmalige investeringsaftrek tijdelijk verhoogd van 8 % naar 25 % voor vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht tussen 12 maart en 31 december 2020. De tijdelijke verhoging is zowel in de personenbelasting als in de vennootschapsbelasting van toepassing. 

In de vennootschapsbelasting komen alleen de kleine vennootschappen in aanmerking voor de gewone eenmalige investeringsaftrek van 25 % als het aanslagjaar is verbonden aan het boekjaar waarin de investeringen werden verricht. Een vennootschap waarvan het boekjaar bijvoorbeeld loopt van 1 juli 2020 tot 30 juni 2021 geniet voor een investering in augustus 2020 van de investeringsaftrek van 25 %. Indien de investering pas plaatsvindt in februari 2021 is echter het tarief van 8 % van toepassing. Gebeurde de investering daarentegen in het boekjaar daarvoor, dan geniet deze vennootschap van de investeringsaftrek van 20 %.

De activa waarin wordt geïnvesteerd moeten rechtstreeks verband houden met de bestaande of geplande economische werkzaamheid van de vennootschap.

2 soorten investeringsaftrek

Men kan twee soorten van investeringsaftrek onderscheiden. De éénmalige investeringsaftrek is een eenmalige aftrek van een bepaald percentage van de gedane investeringen. De gespreide investeringsaftrek daarentegen is gebaseerd op de jaarlijkse afschrijvingen op de gedane investeringen, en wordt dus even lang toegepast als het activum afgeschreven wordt.

Welke vennootschappen komen in aanmerking?

De investeringsaftrek kan genoten worden door eenmanszaken, vrije beroepers, kleine en grote vennootschappen die winsten halen uit een industriële, commerciële of landbouwactiviteit. Vzw’s zijn bijgevolg uitgesloten. Een kleine vennootschap (zoals gedefinieerd in artikel 1:24, §§ 1 tot 6, van het WVV) is een vennootschap die voor het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijdt:

  • Jaargemiddeld personeelsbestand: 50 werknemers;
  • Jaaromzet exclusief btw: € 9.000.000;
  • Balanstotaal: € 4.500.000.

Hoe invullen in vennootschapsbelasting?

Vennootschappen moeten het vak 275U invullen in de aangifte vennootschapsbelasting. Daarnaast moet er per categorie van vaste activa bewijsmateriaal zijn, dat de volgende gegevens vermeldt:

  • de datum van de aanschaffing of van de totstandkoming
  • de juiste benaming
  • de aanschaffings- of beleggingswaarde
  • de normale gebruiksduur en de afschrijvingsduur

In voorkomend geval moeten ook de volgende documenten ter beschikking gehouden worden:

  • de vereiste afschriften en bewijzen voor de octrooien;
  • het vereiste attest voor de energiebesparende investeringen;
  • de verschillende vereiste documenten (aanvraag tot erkenning, rechtvaardigende nota, attest van de bevoegde Gewestregering, enz.) voor de milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling.

Bron: monKEY - de meest gespecialiseerde databank voor tax, finance & accountancy professionals.

Ontdek monKEY
Back To Top