arrest
Legal18 oktober, 2021

Tijdsregistratie: verplicht of niet?

Karel DE SCHOENMAEKER en Stijn DEMEESTERE, “Hof van Justitie verplicht tijdsregistratie”, NjW 2021, afl. 448, 654-667.

Het CCOO-arrest

Op 14 mei 2019 heeft het Hof van Justitie met zijn CCOO-arrest geoordeeld dat lidstaten werkgevers moeten verplichten een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem te hebben om de arbeidstijd van werknemers te registeren. Na dit arrest te hebben besproken, gaat deze bijdrage na wat dit betekent voor de Belgische praktijk, en bespreekt hierbij twee – tegenstrijdige – uitspraken vanwege het Arbeidshof Brussel enerzijds en de (Franstalige kamer van de) Arbeidsrechtbank Brussel anderzijds.

Lees deze bijdrage  rechtstreeks in Jura →

 

De vakbonden wensten via een gerechtelijke procedure de Deutsche bank te dwingen een registratiesysteem van de gewerkte uren in te voeren zodat ze effectief kunnen nagaan of de arbeidsduurgrenzen worden gerespecteerd. Dit was nochtans niet wettelijk verplicht. De rechtbank vroeg daarom aan het Hof van Justitie of het Spaanse recht wel in overeenstemming was met de Europese Arbeidstijdenrichtlijn.

 

Het Hof van Justitie oordeelde in het CCOO-arrest van niet:

  • de beperking van de maximumarbeidsduur en de dagelijkse en wekelijkse rusttijden is een bijzonder belangrijk voorschrift van sociaal recht van de Unie;
  • de lidstaten moeten alle nodige maatregelen nemen om deze rechten daadwerkelijk af te dwingen;
  • het volstaat niet dat om enkel overuren te registreren;
  • het is daarentegen noodzakelijk een verplichting te voorzien tot installatie van een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem waarmee de dagelijkse arbeidstijd van iedere werknemer wordt geregistreerd.

 

Gevolgen van het arrest voor de Belgische praktijk?

 

Het Belgische recht kent ook geen algemene verplichting van tijdsregistratie en is hierdoor wellicht evenmin in overeenstemming met de Arbeidstijdenrichtlijn. Wat betekent dit voor de Belgische rechtspraktijk?

 

De Arbeidstijdenrichtlijn heeft geen directe horizontale werking zodat een werknemer zich er alvast niet op kan beroepen om zijn werkgever tot actie te dwingen. De Belgische rechter mag het Belgische recht ook niet contra legem interpreteren of aanvullen om het meer in overeenstemming te brengen met de Arbeidstijdenrichtlijn.

 

Toch heeft het Arbeidshof van Brussel in zijn arrest van 22 mei 2020 geoordeeld dat (i) een werkgever een tijdsregistratiesysteem moet installeren, en (ii) bij gebrek hieraan, de bewijslast bij de werkgever komt te liggen. Vermits de werkgever geen enkel bewijs leverde, werd de vordering tot betaling van 34 overuren toegekend.

 

De Franstalige kamer van de Arbeidsrechtbank van Brussel was met zijn vonnis van 17 september 2020 daarentegen terughoudender, en oordeelde (i) dat geen algemene tijdsregistratieverplichting bestaat, en (ii) de werknemer nog steeds de gepresteerde (over)uren moet bewijzen.

 

Het lijkt alleszins aangewezen dat de Belgische wetgever in actie schiet. Dit hoeft evenwel niet noodzakelijk met zich mee te brengen dat er effectief een badgesysteem of dergelijke wordt geïmplementeerd.

De auteurs

Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox
Back To Top