zakenpartners
Legal06 mei, 2021

De wil van de verarmde bij ongerechtvaardigde verrijking

Het algemeen rechtsbeginsel van de ongerechtvaardigde verrijking stelt dat niemand mag worden verrijkt ten koste van een ander indien daarvoor geen juridische rechtvaardiging of oorzaak voorhanden is. Op 4 juni 2020 heeft het Hof van Cassatie verduidelijkt wat daarbij de impact van de eigen wil van de verarmde kan zijn. In een noot bij het arrest, verschenen in het Tijdschrift voor Familierecht, gaat Michelle Aerts dieper in op de verhouding met de eerdere rechtspraak van het Hof van Cassatie.

Lees deze bijdrage rechtstreeks in Jura →

Vrijwillige overschrijvingen bij gezamenlijk project

 

Twee zakenpartners waren van plan een onroerend goed om te bouwen tot een handelszaak en vier woongelegenheden. Daartoe schreef de ene verschillende bedragen over op de bankrekening van de andere. Het project liep door financiële problemen echter spaak. De man vorderde de overgeschreven bedragen terug op grond van de ongerechtvaardigde verrijking. Kan de zakenpartner tegenwerpen dat de man de overschrijvingen in zijn eigen belang heeft gedaan, nl. voor het gezamenlijke project, zodat de vermogensverschuiving niet ongerechtvaardigd zou zijn? Dat is de vraag die centraal stond in de zaak die aanleiding gaf tot het cassatiearrest.

 

Criterium van de wil tot een definitieve vermogensverschuiving

 

De zakenpartner beriep zich met zijn argumentatie op het eerdere cassatiearrest van 12 oktober 2018 (T.Fam. 2019, 37, noot M. Aerts). Het Hof stelde toen dat de verarming niet zonder oorzaak is zodra zij haar oorsprong vindt in de behartiging van het eigenbelang door de verarmde. Op dat arrest kwam kritiek omdat voor veel vermogensverschuivingen gesteld kan worden dat deze minstens gedeeltelijk in het eigenbelang van de verarmde gebeuren. Onder meer voor de vergoedingsaanspraken tussen feitelijke samenwoners zou dat nefast kunnen zijn.

 

Het Hof van Cassatie oordeelt nu echter dat de wil van de verarmde slechts een oorzaak voor de vermogensverschuiving vormt indien die ertoe strekte een definitieve vermogensverschuiving in het voordeel van de verrijkte tot stand te brengen. Een wil tot definitieve vermogensverschuiving kan onder meer blijken uit:

  1. de bedoeling de verrijkte te begunstigen;
  2. het speculatieve oogmerk van de verarmde;
  3. de omstandigheid dat de verarmde uitsluitend of hoofdzakelijk in zijn eigen belang handelde. 

Het eigenbelang is volgens het Hof van Cassatie aldus slechts een indicatie van een wil tot een definitieve vermogensverschuiving. Het Hof sluit daarmee opnieuw aan bij zijn eerdere rechtspraak over de eigen wil van de verarmde en de daarop voortbouwende rechtspraak en rechtsleer. Bovendien is er een bijkomende drempel, omdat de verarmde uitsluitend of hoofdzakelijk in zijn eigen belang moet hebben gehandeld.

 

Besluit

 

Een vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking blijft mogelijk voor een vermogensverschuiving die tot stand komt naar aanleiding van een niet-gerealiseerd gezamenlijk project. In de noot wordt gewezen op het belang van dat oordeel voor vergoedingsvorderingen bij feitelijke samenwoningsrelaties, die immers ook als een soort gezamenlijk project kunnen worden gezien, dat bij een relatiebreuk evenwel niet wordt gerealiseerd.

 

Meer info:
Aerts, M., “Back to the roots: de rol van de wil en het eigenbelang van de verarmde bij de ongerechtvaardigde verrijking” (noot onder Cass. 4 juni 2020), T.Fam. 2020, 247-253.

Auteur
Michelle Aerts

Aspirant Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen, Rector Roger Dillemans Instituut Familiaal Vermogensrecht KU Leuven

Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox