Soortentoets
Legal21 maart, 2022

Soortentoets bij ruimtelijke projecten. Over vleermuizen, wilde hamsters en rugstreeppadden.

Hendrik SCHOUKENS, “Soortentoets bij ruimtelijke projecten. Over vleermuizen, wilde hamsters en rugstreeppadden”, Deel 1: NjW 2022, afl. 458, 206-213 en Deel 2: NjW 2022, afl. 459, 250-262
Lees deze bijdrage rechtstreeks in Jura →

Sluimerend bestaan 

In het verkavelde Vlaanderen is soortenbescherming tot voor kort géén maatschappelijke prioriteit gebleken. De natuur leek vooral thuis te horen achter de hekken van beschermde reservaten of in de grotere stukken beschermd natuurgebied aan de rand van de Vlaamse ruit. De gedachte dat er ook binnen bewoonde gebieden zeldzame soorten huizen die van een strikte bescherming genieten, deed menig projectontwikkelaar de wenkbrauwen fronsen. In 2013 schrok de Vlaamse goegemeente even op toen een ruimtelijk uitvoeringsplan voor een recreatiezone werd vernietigd door de Raad van State omwille van de aanwezigheid van een nest beschermde bosmieren. Maar het bleek een schampschot, nu deze zaak eerder over een motiveringsgebrek handelde dan daadwerkelijk poneerde dat de voorschriften inzake strikte soortenbescherming primeren boven de ruimtelijke bestemming van een gebied. 

Soortentoets 

Wanneer we het hebben over strikte soortenbescherming, gaat het over een set strikte beschermingsvoorschriften die hun oorsprong grotendeels vinden in internationaal en EU-recht. Ze hebben betrekking op soorten die het minder goed deden de voorbije decennia, zoals de wolf, de wilde hamster, de kamsalamander enzovoort. Men mag deze soorten niet doden of hun rust- en voortplantingsplaatsen vernielen, behoudens wanneer men omwille van uitzonderlijke redenen een afwijking van het beschermd statuut zou verkrijgen. De toepassing van deze voorschriften bij ruimtelijke projecten liet vaak te wensen over. Met een precedentarrest van 7 oktober 2021 maakt de Raad voor Vergunningsbetwistingen nu duidelijk dat die voorschriften niet zomaar een vodje papier zijn. Een verkavelingsvergunning in een woonparkgebied werd geschorst omdat er niet naar behoren was beargumenteerd of het kappen van de bomen niet een significant effect had op de beschermde vleermuissoorten die in het gebied aanwezig zijn. De facto komt dit neer op een soortentoets bij het verlenen van omgevingsvergunningen, minstens in die gevallen waarin ruimtelijke projecten interfereren met beschermde soorten. 

Concrete gevolgen 

De gevolgen van zo’n soortentoets zijn niet min: zelfs projecten die voldoen aan de bestemmingsvoorschriften kunnen afketsen. Temeer daar het niet evident is een afwijking van de beschermingsvoorschriften te motiveren voor louter private projectontwikkelingen. Anderzijds is het bijvoorbeeld voor vleermuizen, die ook in stedelijke context aanwezig zijn, niet uitgesloten werk te maken van een meer gebiedsgerichte benadering. Door generieke herstelacties te nemen en duidelijke randvoorwaarden voor de bescherming van de populaties voorop te stellen, voorkomt men dat het redden van een bedreigde soort een ad hoc-beslissing vormt, die louter op vergunningsniveau naar boven komt. Want op projectniveau zijn de marges vaak erg beperkt, wat tot heel wat frustraties aanleiding kan geven. In Nederland liggen interessante precedenten voor die natuur en mens verzoenen, zelfs in de specifieke context van het Europese soortenbeschermingsrecht. 

Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox
Back To Top