notaris
Legal03 augustus, 2021

Recente aandachtspunten voor de notaris onder het WVV

Vanaf 1 mei 2019 vond een fundamentele hertekening van het vennootschapslandschap plaats met de inwerkingtreding van een nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV). Anderhalf jaar later werd ook het burgerlijk bewijsrecht grondig hervormd. Tim Baart en Matthijs Troch zetten in hun bijdrage kort een aantal aandachtspunten uiteen voor de notariële praktijk.

De digitale volmacht bij oprichting van een vennootschap

In het licht van de bredere tendens tot digitale transformatie en mede ingegeven door de huidige COVID-19-pandemie, heeft de wetgever een pragmatische oplossing uitgewerkt voor het probleem dat oprichters (of volmachthouders) zich vaak niet fysiek kunnen verplaatsen naar het notariskantoor.

Desgevallend mogen onder het nieuwe artikel 18quinquies van de Ventôsewet de volmachten die krachtens de wet onderhands mogen worden opgesteld en die bestemd zijn om te worden aangewend voor de vertegenwoordiging bij een authentieke akte in elektronische vorm worden aangeleverd, mits zij elektronisch ondertekend zijn overeenkomstig de geldende voorschriften ter zake. Dit impliceert dat mits elektronische ondertekening van een onderhandse volmacht, een oprichter zich bij de oprichting moet kunnen laten vertegenwoordigen door een medewerker van het notariskantoor.

Men heeft hierbij de keuze tussen een gekwalificeerde, geavanceerde of gewone elektronische handtekening, die variëren naargelang het niveau van beveiliging. Het is aan de notaris om te beoordelen welk type van elektronische handtekening acceptabel is.

Het aandelenregister en overdrachtsbeperkingen

Onder het WVV is het verplicht om statutaire overdrachtsbeperkingen op te nemen in het aandelenregister van de vennootschap. Overdrachtsbeperkingen die voortvloeien uit aandeelhoudersovereenkomsten dienen daarentegen enkel te worden opgenomen, wanneer een van de partijen bij de overeenkomst daarom verzoekt. Het is de taak van het bestuursorgaan van de vennootschap om de relevante inschrijvingen aan te brengen in het aandelenregister, op straffe van mogelijke bestuurdersaansprakelijkheid wanneer een overdracht zou plaatsvinden in strijd met de niet ingeschreven overdrachtsbeperkingen.

Om deze formaliteit in de praktijk te volbrengen lijkt het ons voldoende om in het aandelenregister een eenvoudige verwijzing op te nemen naar de overdrachtsbeperkingen in kwestie, zonder deze in extenso over te nemen.

Categorieën van effecten onder het WVV

Onder het WVV worden vijf categorieën van effecten gereguleerd, met name aandelen, winstbewijzen, obligaties, converteerbare obligaties en inschrijvingsrechten. In tegenstelling tot het oude recht is er niet langer sprake van een numerus clausus van effecten, hetgeen impliceert dat iedere vennootschap, en dus ook een BV, voornoemde effecten kan uitgeven. Een BV beschikt in principe dus over de mogelijkheid om ook winstbewijzen uit te geven. Echter, in het licht van de afschaffing van het kapitaalbegrip en de afschaffing van de verplichte gelijkheid van aandelen, verdwijnt de toegevoegde waarde van dergelijke uitgifte. Aandelen (met of zonder stemrecht) bieden in de BV immers eenzelfde flexibiliteit.

De wetgever heeft, gelet op de afschaffing van de verplichte gelijkheid van aandelen, en de toename van de mogelijkheden tot differentiatie tussen verschillende soorten van aandelen, de bestaande principes inzake soortvorming heeft verduidelijkt en een bijzondere procedure heeft geïntroduceerd om deze nieuwe flexibiliteit te accommoderen.

Afschaffing van het kapitaalconcept in de BV: gevolgen voor de winstuitkering

Tenslotte heeft de afschaffing van het kapitaalconcept er toe geleid dat de winstuitkering bij een BV niet langer enkel kan gebeuren volgens de nettoactieftest, zoals deze op dit ogenblik nog van toepassing is voor de NV. De wetgever heeft ervoor gekozen om te werken met een dynamischere regeling die beoogt te verhinderen dat uitkeringen uit het vennootschapsvermogen kunnen gebeuren ten nadele van de schuldeisers. In de plaats van de traditionele nettoactieftest, gebeurt winstuitkering in de BV bijgevolg aan de hand van een dubbele uitkeringstest met de volgende componenten: een nettoactief- of solvabiliteitstest enerzijds en een liquiditeitstest anderzijds.

Hierdoor bestaat de indruk dat dat de wetgever winstuitkering in de BV onnodig verzwaard heeft ten opzichte van de regeling in de NV. In de BV dient nu immers rekening te worden gehouden met extra verplichtingen omtrent verslaggeving en de administratieve last die dit met zich meebrengt, hetgeen een afschrikwekkend effect kan hebben op vennootschappen die regelmatig uitkeringen doen aan de aandeelhouders.

Bron:

T. Baart en M. Troch, « Recente aandachtspunten voor de notaris onder het WVV », Nieuwsbrief Notariaat, 2021, n° 6, 1-8.

Auteurs

Partner Corporate and M&A bij Deloitte Legal – Lawyers

Advocaat Corporate and M&A bij Deloitte Legal – Lawyers

Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox