jeugddelinquentie
Legal28 mei, 2021

“Jeugddelinquentiedecreet. Schending belang van het kind en legaliteitsbeginsel, maar fundamenten blijven overeind”

Jantien LEENKNECHT en Katrijn VEECKMANS, “Jeugddelinquentiedecreet. Schending belang van het kind en legaliteitsbeginsel, maar fundamenten blijven overeind”, NjW 2021, afl. 443, 422-430.

Jeugddelinquentiedecreet doorstaat grondwetstoets op twee bepalingen na

Op 11 februari 2021 heeft het Grondwettelijk Hof zich uitgesproken over een beroep tot gedeeltelijke vernietiging van het Vlaams Jeugddelinquentiedecreet. Het vernietigt twee bepalingen gedeeltelijk en geeft enkele grondwetsconforme interpretaties mee om toekomstige betwistingen te verhinderen.

Ontvankelijkheid

  • Het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van het jeugddelinquentiedecreet, dat werd ingesteld door zeventien minderjarigen, is ontvankelijk hoewel minderjarigen principieel procesonbekwaam zijn. Het Hof lijkt echter een weerlegbaar vermoeden van procesbekwaamheid vanaf twaalf jaar naar voor te schuiven in plaats van een individuele beoordeling.

Schendingen

  • De verplichte rangorde binnen de criteria op basis waarvan de jeugdrechter en jeugdrechtbank een beslissing nemen miskent het belang van het kind. De ernst van de feiten vormt niet langer het primair beslissingscriterium.
  • De langdurige gesloten begeleiding als sanctie voor minderjarigen tussen twaalf en zestien is strijdig met het legaliteitsbeginsel. Deze sanctie is bijgevolg enkel nog van toepassing op minderjarigen ouder dan zestien jaar.

Grondwetsconforme interpretaties

  • De principiële verplichting voor de jeugdrechter of de jeugdrechtbank om de minderjarige te horen, doet geen afbreuk aan het zwijgrecht van de minderjarige.  Daarnaast kan een minderjarige ervoor opteren zich door zijn advocaat te laten vertegenwoordigen, hoewel het de bedoeling was van de Vlaamse decreetgever om enkel bijstand van een advocaat toe te laten.
  • De voorwaarde van niet-ontkenning bij een seponering onder voorwaarden, bemiddeling, positief project of herstelgericht groepsoverleg is niet strijdig met het vermoeden van onschuld zolang de niet-ontkenning van het jeugddelict geen vermoeden van erkenning van schuld inhoudt.
  • De bevindingen in het recent onafhankelijk jeugdpsychiatrisch verslag dat vereist is voor een plaatsing in een open afdeling van een jeugdpsychiatrische dienst moeten voldoende ernstig zijn om die plaatsing te kunnen verantwoorden. De plaatsing in een jeugdpsychiatrische afdeling kan bovendien te allen tijde herzien worden door de jeugdrechtbank.
  • De federale beroepsprocedure voor de maatregelen van gesloten oriëntatie en gesloten begeleiding blijven gehandhaafd, zelfs na hun inwerkingtreding op 1 september 2022, zolang de Vlaamse decreetgever geen eigen regeling heeft ontworpen.

Besluit

Hoewel twee bepalingen deels de grondwetstoets niet doorstaan, blijven de fundamenten van het Jeugddelinquentiedecreet moeiteloos overeind. Bij enkele gevoelige vraagstukken stelt het Hof geen schending vast op voorwaarde dat in de toekomst de naar voor geschoven interpretaties gevolgd worden. De decreetgever mag dus toch enigszins opgelucht ademhalen met dit verdict.

Auteurs