Regering maakt komaf met faillissementenstop
Tax & Accounting19 februari, 2021

Regering maakt komaf met faillissementenstop

De regering zag door de coronacrisis een golf van faillissementen afkomen, ondanks de financiële regelingen die de federale en Vlaamse regering hebben ingevoerd om bedrijven en VZW’s te ondersteunen in deze moeilijke coronatijden. Om ondernemingen die in moeilijkheden verkeerden een hand uit te steken, werkte de toenmalige Minister van Justitie een regeling uit.

Specifieke voorwaarden

De regeling gold niet voor elke onderneming in slechte financiële papieren. Alleen die ondernemingen die tot 18 maart 2020 nog goeie cijfers konden voorleggen, maar nadien in moeilijk vaarwater terecht kwamen, kregen een tijdelijke bescherming tegen inbeslagname en faillissement. Zo hoopte men meer overlevingskansen te kunnen bieden en het ondernemerschap te blijven stimuleren. Wie vóór 18 maart al in staat van faillissement was, was er aan voor de moeite. Voor hen geldde deze bescherming niet. Met de laatste wet was er een bijkomende voorwaarde aan toegevoegd : de onderneming moest het voorwerp zijn van sluitingsmaatregelen op grond van het MB van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken (zoals gewijzigd per 1 november 2020). Ondernemingen die niet verplicht moesten sluiten, vielen dus niet onder deze bescherming.

Tijdelijke opschorting ten voordele van ondernemingen van uitvoeringsmaatregelen

Voor Belgische ondernemingen in financiële moeilijkheden restten meestal een gerechtelijke reorganisatieprocedure voor de ondernemingsrechtbank. Maar men vreesde na de coronacrisis een toeloop bij de ondernemingsrechtbanken, wat de toenmalige minister wilde vermijden. Daarom werd voor alle ondernemingen die onder de nieuwe insolventiewetgeving vielen, automatisch en tijdelijk in een wettelijke opschorting voorzien. Dat hield in dat:

  • de onderneming beschermd was tegen inbeslagnames;
  • onderneming niet failliet verklaard kon worden op verzoek van hun schuldeisers (wel op verzoek van het openbaar ministerie, of mits akkoord van de schuldenaar zelf);
  • lopende overeenkomsten niet beëindigd konden worden wegens wanbetaling;
  • de schuldenaar tijdelijk niet verplicht was aangifte van faillissement te doen;
  • de ondernemingsrechter besliste of een schuldenaar van deze opschorting kon genieten wanneer hij zich er bij wijze van verweer op beriep.

Misbruik van deze regeling werd gecounterd door de voorzitter van de bevoegde ondernemingsrechtbank die te allen tijde, op verzoek van de schuldeiser, de tijdelijke opschorting kon opheffen. Deze opschorting is nadien verlengd en liep tot 31 januari 2021.

De oorspronkelijke regeling is geregeld in het KB nr. 15 van 24 april 2020 betreffende de tijdelijke opschorting ten voordele van ondernemingen van uitvoeringsmaatregelen en andere maatregelen gedurende de COVID-19 crisis, en werd verlengd door KB van 13 mei 2020 en laatst door artikel 71 van de wet van 20 december 2020.

De huidige federale regering De Croo was niet gewonnen voor een verlenging van het moratorium en komt nu met een "herlanceringsprocedure". Minister Van Quickenborne verklaarde verder: "Er bestaat een beter instrument, namelijk de procedure voor gerechtelijke bescherming. In de loop der jaren is die erg streng geworden om misbruiken te voorkomen. Omdat we in een noodsituatie zitten, worden de voorwaarden nu versoepeld.”