boek 4_erfenissen
Legal24 maart, 2022

Boek 4 “Nalatenschappen, schenkingen en testamenten” nieuw Burgerlijk Wetboek treedt in werking op 1 juli 2022

Evy Dhaene
Het wetsvoorstel houdende boek 2, titel 3, “Relatievermogensrecht” en boek 4 “Nalatenschappen, schenkingen en testamenten” van het nieuwe Burgerlijk Wetboek werd aangenomen en is verschenen in het Belgisch Staatsblad op 14/03/2022. Hierbij geven wij u de krijtlijnen mee voor wat betreft de codificatie van het luik omtrent de nalatenschappen, schenkingen en testamenten in boek 4.
Consulteer de nieuwe wet in Jura →

Toepassingsgebied

Met deze nieuwe wet worden de bepalingen omtrent de nalatenschappen, schenkingen en testamenten, inclusief het nieuwe erfrecht cf. de wet van 31 juli 2017, ingevoerd in boek 4. Tevens worden de bepalingen van de wet van 16 mei 1900 tot erfregeling van de kleine nalatenschappen en de bepalingen van de wet van 29 augustus 1988 op de erfregeling inzake landbouwbedrijven met het oog op het bevorderen van de continuïteit overgenomen. De bepalingen inzake de internationale testamenten werden niet geïntegreerd, maar er wordt in het BW verwezen naar de regels inzake de testamenten in internationale vorm die door de wet van 2 februari 1983 zijn ingevoerd. Naast de bepalingen betreffende het centraal erfrechtregister, worden nu ook de bepalingen betreffende het centraal register van testamenten in het BW geïntegreerd.

Structuur

De regels omtrent de nalatenschappen, schenkingen en testamenten werden opgenomen in de artikelen 4.1 tot 4.266 BW.

Klik op het beeld hieronder voor het handig overzicht van Evy Dhaene:

undefined

Download de leesbare versie van de tabel

Titel 1. Nalatenschappen en wettelijke erfopvolging

In een eerste titel van boek 4 worden de regels omtrent “Nalatenschappen en wettelijke erfopvolging” voorzien, ingedeeld in 11 ondertitels:

1) Algemene bepalingen

2) Hoedanigheden vereist om te erven

3) Onwaardigheid om te erven

4) Wettelijke erfopvolging

5) Rechten van de Staat

6) Erfkeuze,

7) Omzetting van het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot

8) Verdeling en inbreng

9) Kleine nalatenschappen

10) Erfregeling landbouwbedrijven

11) Centraal erfrechtregister

Titel 2. Schenkingen, testamenten en erfovereenkomsten

In een tweede titel van boek 4 worden de regels omtrent “Schenkingen, testamenten en erfovereenkomsten” voorzien, ingedeeld in 11 ondertitels:

1) Algemene bepalingen

2) Bekwaamheid

3) Beschikbaar deel en inkorting

4) Schenkingen

5) Testamenten

6) Toegelaten gift met bewaarplicht ten voordele van derden

7) Ouderlijke boedelverdeling

8) Schenkingen ten voordele van het huwelijk

9) Schenkingen tussen echtgenoten

10) Erfovereenkomsten

11) Centraal register van testamenten

Inhoud

In hoofdzaak codificatie in nieuw BW

Met deze nieuwe wet wordt in hoofdzaak een codificatie beoogd van de bepalingen omtrent de nalatenschappen, schenkingen en testamenten in het nieuw Burgerlijk Wetboek. De huidige teksten worden in een logischere structuur ondergebracht teneinde deze te laten aansluiten bij de andere boeken van het nieuw Burgerlijk Wetboek. Zo staat de bepaling omtrent het wettelijk toegekend opvolgend vruchtgebruik aan de langstlevende bijvoorbeeld niet meer bij de bepalingen omtrent de inbreng, maar wel bij de bepalingen omtrent het erfrecht van de langstlevende, net zoals de inhoud van artikel 858ter oud BW .

Voortaan wordt elk artikel van een opschrift voorzien.

De huidige teksten worden ook geactualiseerd en waar nodig duidelijker geformuleerd. Archaïsche woorden, schrijfwijzen of taalwendingen worden weggewerkt en vervangen. Op die manier zijn de regels een stuk leesbaarder geworden.

Er wordt steeds een uniforme terminologie gehanteerd. Zo worden de termen die betrekking hebben op de bewijsmiddelen en op de begrippen “voorwerpen”, “zaken” en “goederen” aangepast aan de bepalingen van de boeken 3 en 8 van het BW. Ook wordt bijvoorbeeld de term “gift” de verzamelnaam voor schenkingen en legaten, wordt de term “schenking” gebruikt boven de term “schenking onder levenden” en wordt nu bijvoorbeeld gesproken over “erfrechtelijke situaties” in plaats van “erfrechtelijke ordes”. De term “fictieve massa” wordt vervangen door de term “rekenboedel”. Voor wat betreft de onbekwaamheid om giften te ontvangen worden de woorden “Doctors in de genees-, heel- en verloskunde, officieren van gezondheid en apothekers” vervangen door de overkoepelende term “gezondheidsbeoefenaars” en worden de woorden “rustoorden, rust- en verzorgingstehuizen alsmede van om het even welke collectieve woonstructuur ook voor bejaarden” vervangen door de overkoepelende term “instellingen voor residentiële ouderenzorg”.

Enkele beperkte inhoudelijke wijzigingen

De nieuwe wet beperkt zich evenwel niet tot een loutere codificatie aangezien er ook (eerder beperkte) inhoudelijke wijzigingen zijn.

Een aantal voorbeelden van die inhoudelijke wijzigingen zijn:

1) zowel voor het erfrecht als voor het wettelijk toegekend opvolgend vruchtgebruik van de langstlevende wettelijk samenwonende partner met betrekking tot de gezinswoning wordt bepaald dat vereist is dat het onroerend goed nog bij het openvallen van de nalatenschap van de erflater het gezin tot voornaamste woning diende;

2) de attesten of akten van erfopvolging gelden voortaan als bewijs van erfgerechtigheid of erfgenaamschap tegenover alle derden te goeder trouw;

3) er wordt rechtgezet dat een schenking die wordt aangerekend op de globale reserve en vervolgens voor het overschot op het beschikbaar deel, uiteraard nooit het beschikbaar deel kan overtreffen, vermits ze geheel vervat zit in de rekenboedel;

4) er wordt bepaald dat de nietigheid van het notarieel testament zijn eventuele geldigheid als testament in internationale vorm onverkort laat;

5) er wordt geëxpliciteerd dat algemene legatarissen en legatarissen ten algemene titel ook onder voorrecht van boedelbeschrijving kunnen aanvaarden en tevens deelgenoot zijn bij de verdeling;

6) voor de ouderlijke boedelverdeling wordt bepaald dat deze enkel aan de regels voor de erfovereenkomsten is onderworpen in de mate waarin deze verdeling een erfovereenkomst bevat;

7) voor wat betreft de vorm van een erfovereenkomst wordt bepaald dat de informatievergadering ook elektronisch kan plaatsvinden en dat partijen bij de ondertekening van de overeenkomst kunnen worden vertegenwoordigd middels bijzondere authentieke volmacht, die slechts kan worden verleend na één maand vanaf de informatievergadering. 

Initieel werd voorgesteld om in de wet te expliciteren dat de handgift niet bij notariële akte moet worden vastgesteld, maar dit werd na hevige kritiek niet weerhouden.

Wat betreft het centraal erfrechtregister en het centraal register van testamenten wordt in de wettekst duidelijk gestipuleerd wat de doeleinden zijn, hoe lang de gegevens worden bewaard, wie de gegevens kan raadplegen, … Ook worden bepaalde bekendmakingen in het Belgisch Staatsblad afgeschaft (met betrekking tot de verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving wordt bijvoorbeeld niet langer de identiteit van de erfgenaam die onder voorrecht heeft aanvaard, meegedeeld).

Auteur
Evy Dhaene

Evy Dhaene is als advocaat verbonden aan het kantoor Deknudt Nelis Advocaten. Daar legt zij zich toe op advisering omtrent familierecht, familiaal vermogensrecht en vermogensplanning. Zij heeft een bijzondere interesse in vermogensplanning met betrekking tot levensverzekeringen, de gunstregeling in de schenk- en erfbelasting voor de overdracht van familiebedrijven en de toepassing in de praktijk van fiscale antimisbruikbepalingen. Daarnaast staat zij cliënten bij in het kader van hun procedures omtrent familierecht, familiaal vermogensrecht en discussies met de fiscus, waarbij zij zich voornamelijk focust op erfenisprocedures.

Zie ook het experten artikel over het wetsvoorstel houdende boek 2, titel 3, “Relatievermogensrecht”
Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox
Back To Top