Legal 22 september, 2026

Meer dan hallucinaties controleren: wat AI-geletterdheid vraagt van advocaten

Matthias Vandamme over de AI Act, digitale deskundigheid en verantwoord AI-gebruik in de advocatuur

Dat AI-geletterdheid in de advocatuur geen theoretische discussie meer is, bleek recent nog. Een advocaat gebruikte eind 2025 AI voor processtukken in twee huurzaken zonder de output te controleren. Het dossier kwam voor de tuchtrechter, die stelde dat AI-geletterdheid op dat moment nog geen gemeengoed was. Een redenering die Matthias Vandamme, Belgische advocaat, IT- en GDPR-expert, sinds 2025 ook PhD-onderzoeker AI & recht aan UGent, de wenkbrauwen doet fronsen. "De verplichting geldt in Europa al sinds februari 2025, ook in de advocatuur is het geen vrijblijvende aanbeveling meer." Hij legt uit wat AI-geletterdheid in de praktijk betekent, hoe je het organiseert, en waarom bronnen controleren nog maar het begin is.

Matthias Vandamme

Matthias Vandamme is advocaat aan de balie van Antwerpen, gespecialiseerd in gegevensbeschermings-, technologie- en intellectueel eigendomsrecht. Hij schrijft en spreekt regelmatig over technologiegebruik door advocaten en is assistent en doctoraatsonderzoeker aan UGent rond het gebruik van AI-toepassingen voor juridische dienstverlening. Hij is tevens lid van de commissie IT en digitalisering van de Orde van Vlaamse Balies (OVB).

Geen resultaatsverbintenis, wel een inspanningsverbintenis

Artikel 4 van de AI Act, dat de AI-geletterdheid regelt, werd met de recente Digital Omnibus bijgesteld: de vereiste dat het niveau ‘toereikend’ moet zijn, werd vervangen door een verplichting om de ontwikkeling van AI-geletterdheid te ondersteunen, met de expliciete toevoeging dat er geen bepaald niveau moet worden gewaarborgd. Een relevante nuance, licht Matthias Vandamme toe. "AI-geletterdheid is zo meer een inspanningsverbintenis geworden dan een resultaatsverbintenis." Toch is dat geen reden om niets te doen.

"Ik zie AI-geletterdheid als onderdeel van een bredere digitale geletterdheid. In de eerste plaats is het een risicobeperkingsmaatregel: een advocaat die begrijpt hoe een systeem werkt, maakt minder fouten." Maar daar stopt het niet. AI-geletterdheid gaat ook over hoe je die technologie verantwoord inbedt in de dagelijkse juridische workflow. Net in de wisselwerking tussen technologie, juridische expertise en werkprocessen ziet Matthias Vandamme nieuwe mogelijkheden voor de juridische praktijk. "Innovatie betekent niet simpelweg automatiseren wat we vandaag al doen, maar nadenken over hoe we de advocatuur kunnen organiseren op een manier die voorheen niet mogelijk was."

Hallucinaties: het zichtbare, maar niet het grootste probleem

Wie AI-geletterdheid in de advocatuur zegt, denkt al snel aan hallucinaties. Matthias Vandamme nuanceert die reflex. Het risico is reëel, maar de eerste verdedigingslinie is vertrouwd: controleer uw bronnen. "Dat kan eenvoudig met een referentiebundel, vergelijkbaar met de stukkenbundel, met alle relevante rechtspraak en juridische literatuur." Die broncontrole blijft volgens hem een kerntaak van iedere advocaat, met of zonder AI.

Maar hallucinaties zijn slechts het topje van de ijsberg. De fundamentelere AI-risico's liggen volgens hem op het vlak van deskundigheid en onafhankelijkheid. Bij deskundigheid gaat het niet alleen om voldoende AI-kennis, maar ook om het behoud van juridische vaardigheden. "Worden juniors nog wel goed opgeleid? Leren ze zelf analyseren en juridisch redeneren? Als je bepaalde skills niet meer gebruikt, raak je ze kwijt."

Ook onafhankelijkheid krijgt met AI een nieuwe dimensie. Naast de onafhankelijkheid tegenover de cliënt wijst hij op de afhankelijkheid van de technologie zelf. "De meeste juridische AI-tools maken gebruik van de modellen van een handjevol Amerikaanse techreuzen. Hun cultuur en gedachtegoed zitten in die modellen verweven. Je wordt onbewust beïnvloed zodra je zo'n systeem gebruikt."

Hoe pak je AI-geletterdheid aan in een advocatenkantoor?

Die risico’s kennen is één zaak. Ze vertalen naar de dagelijkse werking van een kantoor is de volgende stap. Matthias Vandamme schuift daarvoor drie concrete aandachtspunten naar voren.

  1. Breng eerst het type kantoor en de gebruikte AI-systemen in kaart. Hij maakt daarbij het onderscheid tussen voorspellende AI, generatieve AI zoals chatbots, en agentic AI die zelfstandig stappen onderneemt zonder telkens menselijke tussenkomst. "Dankzij deze indeling, krijg je direct zicht op de verschillende risico's, de trainingswijze en de transparantie van de tools." 
  2. Stel vervolgens een AI-geletterdheidsplan op. Daarin wordt beschreven welke tools zijn toegestaan, hoe intern over AI-gebruik gecommuniceerd wordt en wie het aanspreekpunt is bij nieuwe systemen. Daarbij is het aangewezen om verschillende stakeholders te betrekken: van stagiairs en partners tot administratieve medewerkers. Ook cliënten kunnen waardevolle input geven, bijvoorbeeld via een korte enquête naar hun verwachtingen rond AI en dienstverlening. 
  3. Investeer tot slot in opleiding. Advocaten moeten eerst begrijpen hoe AI werkt en waar de grenzen liggen. "Zorg dat medewerkers bijvoorbeeld weten wat RAG (Retrieval-Augmented Generation) is, wat een context window is en wat de limieten daarvan zijn. Maar die basiskennis is slechts het vertrekpunt: advocaten moeten ook leren hoe ze AI verantwoord inzetten in hun eigen werkveld. Bijvoorbeeld via hands-on trainingen, bij voorkeur gegeven door een collega die de tools goed kent en meteen toont hoe ze werken in de dagelijkse kantoorpraktijk." Tot slot hoort ook het wettelijk kader thuis in de opleiding, van de AI Act en GDPR tot auteursrechtelijke aspecten.

AI-training voor advocaten: liever gericht dan generiek

Basiskennis van GenAI is volgens de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) essentieel voor iedere advocaat. Maar hoe vul je die opleiding het best in?

Een algemene, verplichte AI-opleiding voor advocaten is volgens hem niet de beste oplossing. "Handelen uit verplichting of angst voor een sanctie is een slechte motivatie." Daarnaast ziet hij AI-trainingen liefst geïntegreerd in vakspecifieke opleidingen. "De praktijk van een strafrechtadvocaat is immers totaal anders dan die van een M&A-advocaat. Door AI-trainingen daarop af te stemmen, sluiten ze beter aan bij de concrete toepassingen en risico's van elke praktijk." 

AI-geletterdheid stopt niet bij de advocaat

Naast het belang van AI-geletterdheid voor advocaten, trekt Matthias Vandamme de blik breder: ook rechtzoekenden gebruiken steeds vaker GenAI voor juridische vragen. Dat laat zich bijvoorbeeld voelen bij het toezicht op de advocatuur. Volgens Matthias Vandamme komen klachten en vragen steeds vaker voort uit informatie die met GenAI is gegenereerd. Die informatie is vaak goed gestructureerd, maar verwijst niet altijd naar bestaande of toepasselijke rechtsregels.

Daarmee komt ook de AI-geletterdheid van rechtzoekenden in beeld. De AI Act verwijst in de voorafgaande overwegingen expliciet naar 'betrokken personen', maar wie cliënten wegwijs maakt in de mogelijkheden en risico's van AI, blijft onderbelicht. Matthias Vandamme ziet daar een mogelijke rol voor de beroepsgroep, bijvoorbeeld door initiatieven te nemen die de AI-geletterdheid van rechtzoekenden vergroten.

Voor de advocatuur draait AI-geletterdheid uiteindelijk om weten wat AI (niet) kan, hoe je de technologie verantwoord inzet en daarbij steeds het eigen professionele oordeel laat primeren. Daarmee is ze niet alleen een inspanningsverbintenis uit de AI Act, maar onderdeel van de deskundigheid die cliënten van hun advocaat mogen verwachten.

Back To Top