Voor het eerst in België kreeg een advocaat een boete van 500 euro opgelegd wegens foutief AI-gebruik. Op de zitting moest hij toegeven dat de geciteerde rechtsleer en rechtspraak in zijn conclusie niet bestonden. Een treffend voorbeeld van wat er fout kan gaan als AI-geletterdheid ontbreekt, en wellicht niet het laatste. AI-hallucinaties in rechtszaken nemen wereldwijd exponentieel toe sinds eind 2025. De vraag is niet langer óf je kantoor werk moet maken van AI-geletterdheid en een bijhorende AI-policy, maar of je kan aantonen dat je eraan voldoet.
Wat zegt de wet over AI-geletterdheid?
Artikel 4 van de AI Act is ondubbelzinnig: wie AI inzet, moet er naar beste vermogen voor zorgen dat alle betrokkenen voldoende AI-geletterd zijn, afgestemd op hun rol, ervaring en de context waarin ze AI gebruiken. Dat is een wettelijke verplichting die sinds februari 2025 van kracht is, voor grote én kleine kantoren. Tools beschikbaar stellen volstaat niet: organisaties moeten passende maatregelen nemen zodat medewerkers voldoende kennis en vaardigheden ontwikkelen om AI verantwoord te gebruiken.
Viktor von Essen, CEO van Libra by Wolters Kluwer, vat de uitdaging als volgt samen: "AI-adoptie is een feit, maar het vertrouwen en de verantwoordelijkheid hinken achterop." Artikel 4 van de AI Act vertaalt precies die uitdaging naar een concrete verplichting, ook voor de juridische sector.
In de deontologische aanbevelingen van de Orde van Vlaamse Balies (OVB) en de Ordre des Barreaux francophones et germanophone (OBFG) luidt diezelfde competentieplicht glashelder: de advocaat kent de basis van artificiële intelligentie en Large Language Models. Hij neemt de gebruiksvoorwaarden van elke AI-tool grondig door, met bijzondere aandacht voor hoe data worden verwerkt, opgeslagen en doorgegeven. En hij weet of het AI-systeem open dan wel gesloten is.
Die AI-geletterdheid vraagt meer dan een individuele inspanning. Wie als advocaat wil voldoen aan de competentieplicht, heeft nood aan duidelijke kaders: welke tools zijn toegelaten, onder welke voorwaarden, voor welk type werk, met welke gebruikslimieten. Zonder die kaders vult elke medewerker de leegte zelf in, met eigen tools, buiten elk zicht. En precies in dat vacuüm gedijt shadow AI.
In vier stappen naar een AI-geletterd advocatenkantoor
Hoe vertaal je een wettelijke verplichting naar de dagelijkse werking van een kantoor? Hoewel noch de AI Act noch de Belgische balies een kant-en-klare aanpak voorschrijven, is er wel een heldere structuur die elk kantoor, groot of klein, houvast biedt.
Stap 1: Breng het huidige AI-gebruik in kaart
Wie gebruikt welke tools? Waarvoor, onder welke voorwaarden? En wat kost dat gebruik concreet? De meeste kantoren kennen het antwoord niet, en dat is op zich al een risico – op vlak van aansprakelijkheid, reputatie én financieel. Een beknopte interne bevraging geeft snel inzicht in wat er al gebeurt, bewust of niet.
Stap 2: Investeer in AI-training
AI-geletterdheid begint bij begrijpen hoe een model werkt, hoe je efficiënt prompt en waar de grenzen van het systeem liggen. Ook de juiste toolkeuze speelt daarbij een rol: wie een geavanceerd AI-model inzet om een e-mail te vertalen, riskeert een hoog verbruik voor werk dat een eenvoudiger alternatief even goed kan. Een gerichte opleiding helpt medewerkers op elk niveau om bewuster en efficiënter met AI aan de slag te gaan.
Stap 3: Bepaal de verantwoordelijkheden per functie
AI-geletterdheid is geen collectief begrip. Het verschilt per rol, en die nuance moet ook zichtbaar zijn in het kantoorbeleid. Een trapsgewijze aanpak waarbij verantwoordelijkheden meegroeien met de functie, biedt duidelijkheid én juridische verdedigbaarheid.
- Paralegals en juridische medewerkers vormen vaak de eerste schakel in het AI-gebruik binnen een dossier. Op dit niveau draait het om basisgeletterdheid: weten welke data niet ingevoerd mogen worden, een hallucinatie kunnen herkennen en uitsluitend werken met goedgekeurde tools binnen de toegestane limieten.
- Startende advocaten en associates werken zelfstandiger en dragen meer inhoudelijke verantwoordelijkheid. Zij controleren aangehaalde bronnen, vertrouwen nooit blind op AI-output en kennen de grenzen van het systeem dat ze gebruiken. Ze weten wanneer een prompt of output de grenzen van hun expertise overstijgt, en leggen die in dat geval voor aan een senior collega.
- Senior advocaten en vennoten blijven eindverantwoordelijk voor wat hun team genereert, ook als dat via AI tot stand kwam. Zij houden toezicht op het AI-gebruik binnen dossiers en kunnen dat toezicht concreet aantonen, bijvoorbeeld via feedbackloops of controleverslagen.
- De managing partner draagt de strategische en organisatorische verantwoordelijkheid van een advocatenkantoor. Hij of zij bepaalt welke AI-tools toegelaten zijn, kent de gebruiksvoorwaarden, bewaakt de bijhorende kosten en faciliteert opleiding. Daarnaast ziet de managing partner toe op de naleving van het beleid en evalueert hij of zij dit regelmatig.
Stap 4: Documenteer helder
Artikel 4 AI Act verplicht dit niet expliciet, maar wie kan aantonen dat hij de verplichting naleeft, staat juridisch sterker als de balie vragen stelt. Advocatenkantoren doen er daarom goed aan het kantoorbeleid schriftelijk vast te leggen. Van toegelaten tools, gebruiksvoorwaarden en verboden data, tot de concrete verificatieplicht per functie.
Libra en InView Legal als ankers voor AI-geletterdheid
Deze vier stappen zijn een goed begin. Maar AI-geletterdheid staat of valt met de omgeving waarin ze wordt toegepast. "Juridische AI zal niet falen omdat ze onvoldoende capabel is. Ze zal falen waar ze niet goed verankerd is", zegt Viktor von Essen. Die verankering begint bij duidelijk beleid met trapsgewijze verantwoordelijkheid, in een omgeving waarin AI verantwoord wordt ingezet.
Dat is precies waar een tool als Libra het verschil maakt. Met InView Legal als basis werkt de tool met betrouwbare Wolters Kluwer-content. Bronnen blijven zichtbaar, elk AI-antwoord is controleerbaar, en het gebruik voldoet aan de aanbevelingen van de OVB.