Vanaf 2027 kost een fossiele auto van de zaak niet alleen de werknemer mogelijk bijtelling, maar kan ook de werkgever een forse extra heffing verschuldigd zijn van 12% van de catalogusprijs van de auto.
Werkgeversheffing met grote gevolgen
Vanaf 1 januari 2027 krijgen werkgevers te maken met een nieuwe fiscale maatregel die het zakelijke wagenpark ingrijpend kan veranderen: de zogenoemde pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto's. De heffing moet werkgevers ertoe bewegen om voor emissievrije auto’s te kiezen wanneer zij auto's mede voor privédoeleinden aan werknemers ter beschikking stellen. Woon-werkverkeer geldt hierbij als privégebruik.
Het kabinet presenteert de maatregel nadrukkelijk als klimaatbeleid. Voor werkgevers, fiscalisten en belastingadviseurs betekent dit echter vooral een nieuwe heffingsplicht met een groot aantal uitvoeringsvragen.
Van stimuleren naar normeren
Jarenlang werd elektrisch rijden fiscaal gestimuleerd. Denk aan de verlaagde bijtelling voor elektrische auto's, bpm-vrijstellingen en lagere motorrijtuigenbelasting.
Met de pseudo-eindheffing kiest de wetgever voor een andere aanpak. Niet langer staat fiscale stimulering centraal, maar fiscale normering. Het uitgangspunt is dat werkgevers die een auto van de zaak als arbeidsvoorwaarde aanbieden, vanaf 2027 in beginsel een emissievrije auto aanbieden.
Wat houdt de pseudo-eindheffing in?
De nieuwe heffing is opgenomen in art. 32bc Wet LB 1964. Daarbij geldt een eindheffing van 12% over de catalogusprijs van een fossiele personenauto die door een inhoudingsplichtige ook voor privédoeleinden aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld. Bij een auto van € 50.000 gaat het bijvoorbeeld om € 6.000 per jaar.
Een fossiele personenauto is iedere personenauto waarvan uit het kentekenregister niet blijkt dat de CO₂-uitstoot 0 gram per kilometer bedraagt. Dat betekent dat niet alleen benzine- en dieselauto's, maar ook hybride auto's onder de regeling vallen.
De pseudo-eindheffing staat los van de reguliere bijtelling voor de werknemer. De werkgever krijgt dus een extra kostenpost, terwijl de werknemer voor het privégebruik van de auto in beginsel te maken blijft houden met de reguliere bijtelling.
Woon-werkverkeer wordt ineens privégebruik
Een van de meest opvallende aspecten van de regeling is de behandeling van woon-werkverkeer. Voor de reguliere autobijtelling geldt woon-werkverkeer als zakelijk gebruik. Voor de pseudo-eindheffing geldt precies het tegenovergestelde. Art. 32bc Wet LB 1964 bepaalt expliciet dat woon-werkverkeer voor deze regeling als privégebruik wordt aangemerkt.
Dat maakt de reikwijdte van de heffing veel groter dan op het eerste gezicht lijkt. Ook als een werknemer met de fossiele auto van de zaak uitsluitend tussen zijn woning en vaste werkplek rijdt, kan de werkgever daardoor al pseudo-eindheffing verschuldigd zijn.
Overgangsrecht en adviespunten
Voor bestaande auto's geldt overgangsrecht. Een fossiele personenauto die vóór 1 januari 2027 voor het eerst door dezelfde inhoudingsplichtige ter beschikking is gesteld, blijft tot 1 januari 2031 buiten de heffing. Een wisseling van berijder doet daar niet aan af, maar als de auto meegaat naar een andere werkgever, vervalt het overgangsrecht in beginsel.
Voor enkele praktijksituaties gelden uitzonderingen. Zo blijft een vervangende fossiele auto bij schade, reparatie, onderhoud of bandenwissel gedurende maximaal veertien aaneengesloten kalenderdagen buiten de heffing. Voor huurauto's en ander tijdelijk vervoer geldt daarnaast een vrijstelling voor één periode van maximaal zeven aaneengesloten dagen per kalenderjaar.
Voor adviseurs is het daarom zaak om tijdig met werkgevers naar het mobiliteitsbeleid en wagenpark te kijken. Aandachtspunten zijn onder meer de kosten van nieuwe fossiele auto's, het overgangsrecht voor bestaande auto's en mogelijke alternatieven, zoals privéauto's en mobiliteitsbudgetten. Aan deze alternatieven kunnen andere fiscale gevolgen zijn verbonden. Ook een goede administratieve vastlegging is belangrijk, omdat geautomatiseerd toezicht door de Belastingdienst beperkt is.
Tot slot
De pseudo-eindheffing voor fossiele auto's is veel meer dan een nieuwe werkgeversheffing. Zij markeert een duidelijke beleidswijziging: van fiscale stimulering van elektrische auto's naar fiscale ontmoediging van fossiele auto's.
Voor belastingadviseurs en fiscalisten ligt de uitdaging niet alleen in de technische toepassing van art. 32bc Wet LB 1964, maar vooral in de advisering over het wagenpark, het overgangsrecht en alternatieve mobiliteitsvormen.
Alle parlementaire stukken, wetsgeschiedenis, annotaties, nota's van wijziging, aangenomen amendementen en praktijkcommentaren zijn terug te vinden in InView Tax.
Nog geen toegang? Log dan in op InView Tax. Heb je nog geen abonnement, probeer InView Tax dan 14 dagen gratis.