man pointing at a data analytics report in a tablet
Fiscaliteit & Accounting08 april, 2022

Hoe belast de fiscus het crisisoverbruggingsrecht?

Om het hoofd te bieden aan bedrijven in moeilijkheden als gevolg van de coronapandemie, troffen de federale en de Vlaamse regering verschillende maatregelen ter ondersteuning van het bedrijfsleven. Eén van deze maatregelen is het crisisoverbruggingsrecht. Zelfstandigen die naar aanleiding van de coronacrisis gedwongen werden hun zelfstandige activiteit volledig of gedeeltelijk te onderbreken, hebben hier recht op. Hebt u deze financiële uitkering ontvangen, dan vraagt u zich wellicht af hoe de fiscus die belast. De taxatie van het crisis-overbruggingsrecht hangt af van twee zaken, namelijk de aard van de zelfstandige activiteit en van het soort inkomen. Zo belast de fiscus de uitkering ontvangen in hoofde van een zelfstandige die werkt via eenmanszaak, een zelfstandige bedrijfsleider, dan wel een meewerkende echtgenoot verschillend. Wij bespreken in dit artikel de verschillende belastingstelsels.

Vergoedingen betaald aan zelfstandigen met winsten of baten

Het corona overbruggingsrecht toegekend aan zelfstandigen (in hoofd- of bijberoep) en aangevraagd via het sociaalverzekeringsfonds van zelfstandigen, wordt belast als compensatievergoeding betaald ter compensatie van een gedwongen vermindering van werkzaamheid. Het belastingtarief bedraagt in principe 16,5% en is van toepassing voor zover de ‘winst of baten van 4 jaren’-grens niet is overschreden. Het bedrag van de vergoeding die die grens overschrijdt, wordt belast tegen het gewone progressieve tarief. Het crisisoverbruggingsrecht wordt in dat geval door de betaler vermeld op een fiche 281.50. Deze fiscale kwalificatie geldt enkel voor betalingen aan zelfstandigen met winst of baten.


Berekeningsvoorbeeld ‘4 jaren’-grens

Er werd aan een ‘zelfstandige met baten’ in 2021 een crisis-overbruggingsrecht betaald van 12.000 EUR (fiche 281.50) voor de gedwongen vermindering van zijn activiteit als therapeut. Referentieperiode voor de bepaling van de ‘vier jaren’-grens: 2017 - 2020

Netto baten als therapeut 2020:             € 9000
Netto baten als therapeut 2019:             € 5000
Netto baten als therapeut 2018:           - € 4000 (verlies)
Netto baten 2017: nog geen therapeut (wel nettowinst van € 18.000 als makelaar)

‘4 jaren’-grensbedrag = € 10.000 (9000 + 5000 – 4000)
€ 10.000 belast tegen 16,5% (tenzij globalisatie voordeliger)
€ 2000 belast tegen progressief tarief

Aangifte in de personenbelasting aj. 2022

In de twee vakken waar zelfstandigen hun beroepsinkomsten aangeven (rubriek 6 van vak XVII – winst – en rubriek 8 van vak XVIII - baten) zijn telkens vier nieuwe codes opgenomen voor de aangifte van het corona-overbruggingsrecht dat zelfstandigen vorig jaar ontvingen ter compensatie van hun verplichte sluiting of quarantaine door corona. Die vergoedingen worden voor zover ze niet meer bedragen dan de optelsom van de nettowinst of -baten van de jaren 2017 tot en met 2020, belast tegen 16,5 procent (codes 1636 en 2636 van vak XVII en codes 1682 en 2682 van vak XVIII). Voor zover ze die ‘vier jaren’-grens overschrijden, worden ze belast tegen het gewone progressieve belastingtarief (codes 1637 en 2637 van vak XVII en codes 1683 en 2683 van vak XVIII). Die belasting is niet nieuw, want dergelijke crisis-overbruggingsrechten zijn ook al in 2020 toegekend.

Nieuw is wel dat die overbruggingsrechten vanaf deze aangifte worden afgesplitst van de “andere vergoedingen” en afzonderlijk worden aangegeven. Dat heeft alles te maken met de bepaling van de berekeningsgrondslag van de sociale bijdragen van zelfstandigen. De crisis-overbruggingsrechten zijn vrijgesteld van sociale bijdragen, de andere vergoedingen niet. Aangezien de sociale verzekeringsfondsen de sociale bijdragen van hun aangesloten zelfstandigen berekenen op basis van de inkomsten zoals die blijken uit de aangifte en aan hen worden doorgespeeld door de fiscus, was het nodig om dit onderscheid in de aangifte te maken, opdat de “uitkeringen in het kader van het COVID-19-overbruggingsrecht” niet langer in de berekeningsgrondslag van de sociale bijdragen zouden worden opgenomen.  


Andere vrijgestelde coronasteunmaatregelen

Vergoedingen betaald door de gewesten, gemeenschappen, provincies of gemeenten in het kader van coronasteunmaatregelen zijn vrijgesteld van personenbelasting. De vrijgestelde vergoedingen zijn niet belastbaar en moeten niet worden aangegeven maar ze worden wel overgenomen in het aanslagbiljet in de personenbelasting om een correcte beoordeling van de bestaansmiddelen toe te laten (voor personen ten laste, voor de toekenning van parafiscale toelagen …).

De gewesten, gemeenschappen, provincies of gemeenten bezorgen daarom de nodige informatie aan de FOD Financiën. Die communicatie verloopt in principe via de nieuwe fiche 281.99. De fiche bevat geen aangiftecodes en de ontvanger van de steun moet de erop vermelde bedragen niet aangeven.

Bron: monKEY - de meest gespecialiseerde databank voor tax, finance & accountancy professionals

Ontdek monKEY
Back To Top