aftrekbaarheid van btw
Tax & Accounting23 februari, 2021

Zullen de btw-aftrekbaarheidsregels tegen 2025 verder vereenvoudigd worden?

Het btw-aftrekmechanisme waarborgt de neutraliteit van het systeem. Het stelt namelijk de meeste bedrijven in staat de btw terug te vorderen die hun door hun eigen leveranciers werd gefactureerd (d.w.z. input-btw). Het kan echter ook veel problemen opleveren. De belangrijkste reden daarvoor is dat btw die betaald wordt op aankopen die zijn toe te schrijven aan niet-zakelijk gebruik of aan van btw-vrijgestelde transacties, in beginsel niet aftrekbaar is. Bijgevolg is de berekening van de aftrekbare btw in de praktijk voor de meeste belastingplichtigen tegenwoordig zo complex geworden dat deze niet alleen een extra werkbelasting vormt, maar ook een bron van discussies met de fiscus in het geval van een controle.

De kwestie van de aftrekbaarheid van de btw

Neem bijvoorbeeld het klassieke geval van een gewone btw-plichtige die een smartphone koopt voor zowel zakelijk als privégebruik (d.w.z. gemengd gebruik). Aangezien het om gemengd gebruik gaat, zal de btw-plichtige enkel het deel van de btw dat toe te schrijven valt aan het zakelijke gebruik in aftrek kunnen brengen. Hij moet dus het privé- en beroepsmatige aandeel van het gebruik van de smartphone vaststellen op basis van de feitelijke omstandigheden. In theorie zouden deze verhoudingen bijvoorbeeld kunnen worden vastgesteld op basis van het aantal minuten dat aan de telefoon wordt gebruikt voor privé- en zakelijke doeleinden. In de praktijk is een dergelijke oefening echter niet realistisch in het licht van de menselijke en economische middelen die daarvoor nodig zijn.

De hierboven beschreven kwestie is vergelijkbaar in het geval van btw-vrijgestelde transacties zonder recht op aftrek van voorbelasting, zoals financiële diensten, verzekeringsdiensten of medische diensten. Wanneer de btw-plichtige bijvoorbeeld een bank is die kredietdiensten verleent (d.w.z. vrijgestelde diensten) en financieel advies verstrekt aan particulieren (d.w.z. belastbare diensten), moet hij bepalen hoe hij de voorbelasting toerekenen op zijn aankopen die voor zowel zijn btw-vrijgestelde als belastbare diensten worden gebruikt. Wanneer de bank bijvoorbeeld een nieuw kantoorgebouw verwerft, moet zij bepalen welk deel van de btw (in verband met de aankoop) aftrekbaar is voor btw-doeleinden. Dat is vaak moeilijk te bepalen op basis van het werkelijke gebruik van het kantoorgebouw. Een andere mogelijke berekeningsmethode is de inkomstenverhoudingen die door de verschillende diensten van de bank worden gegenereerd, die in wezen elk jaar veranderen.

Zoals uit bovenstaande voorbeelden blijkt, is de berekening van het aftrekbare gedeelte van de voorbelasting vaak vervelend en tijdrovend, of in de praktijk zelfs onpraktisch. Bovendien ligt de wildgroei aan btw-regels ook aan de basis van vele fouten die bonafide belastingplichtigen maken en van de geschillen die daaruit voortvloeien. Daarnaast zijn de feiten waarop de belastingplichtigen het bedrag van de aftrekbare btw berekenen in veel gevallen moeilijk - zo niet onmogelijk - te controleren. Sommige belastingplichtigen kunnen in de verleiding komen om deze feiten in hun voordeel te overdrijven. Daarom moeten btw-controleurs bijzonder waakzaam zijn voor de aftrek van dergelijke input-btw.

Vereenvoudiging van de btw-aftrekbaarheidsregels

Als gevolg van alle bovenstaande redenen is de Belgische belastingadministratie begonnen met de vereenvoudiging van de btw-aftrekbaarheidsregels door een reeks forfaitaire tarieven in te voeren die het aandeel benadert van het zakelijke gebruik van gemengd gebruikte goederen (bv. bedrijfswagens, smartphones, computers, enz.) en aanverwante diensten (bv. telefoonabonnementen, herstellingskosten, enz.). Hoewel de toepassing van deze vaste tarieven facultatief is, passen de meeste belastingplichtigen ze om goede redenen toe. Deze vaste tarieven verminderen de menselijke en economische middelen die nodig zijn om het bedrag van de aftrekbare btw te berekenen, maar bieden vooral ook zekerheid dat hun aangifte niet zal worden aangevochten door een controleur die de feitelijke elementen voor de vaststelling van het aftrekbare bedrag zou bespreken of die te goeder trouw gemaakte fouten zou ontdekken als gevolg van de complexiteit van de berekening of de btw-wetgeving.

Hoewel België zich nog in de beginfase van deze vereenvoudiging bevindt, gaan sommige landen veel verder in hun streven naar vereenvoudiging van de regels voor de vaststelling van het aftrekbare bedrag. Zo legt de Republiek Singapore nu aan de bankinstellingen (d.w.z. de belastingplichtigen die zowel vrijgestelde financiële diensten als belastbare diensten verlenen) een vast en verplicht percentage van aftrek op. Dergelijke vereenvoudigingen bestaan niet in de wetgeving van de Europese Unie, maar de Europese Commissie heeft in 2019 de opdracht gegeven tot een studie over de btw-behandeling van financiële diensten, die mogelijk kan leiden tot een heroverweging van de btw-aftrekregels in de komende jaren.

In het licht van het bovenstaande zijn wij er voorstander van om nieuwe benaderingen te overwegen die de btw-aftrekbaarheidsregels vereenvoudigen. Wat is uw mening? Als u een bedrijf runt, zou een dergelijke vereenvoudiging de administratieve lasten kunnen verminderen. Bent u echter ook voorstander van deze regels als u van mening bent dat u wellicht niet alle voorbelasting die onder de huidige, complexere regels aftrekbaar zou zijn, kunt aftrekken? En wanneer dit niet-aftrekbare deel van de btw als kosten in de prijs van goederen en diensten wordt opgenomen en bijgevolg leidt tot een verhoging van de aankoopprijzen, zou u dan als klant dezelfde mening zijn toegedaan?

Btw-aftrekbaarheid tegen 2025

Zouden de Europese Unie en de Belgische fiscus het voorbeeld moeten volgen van bepaalde vereenvoudigingen die elders in de wereld hun voordeel hebben bewezen? Terwijl het personeel van de Belgische fiscus jaar na jaar afneemt en de nationale en Europese rechtbanken verstopt raken in geschillen die met name het gevolg zijn van de complexiteit van ons btw-stelsel, lijkt het noodzakelijk de regels rond btw-aftrekbaarheid zoveel mogelijk te vereenvoudigen om de risico's op fouten en fraude te beperken en mogelijke geschillen te voorkomen. Hoewel deze vereenvoudigingen in strijd kunnen zijn met het beginsel van de btw-neutraliteit, zou het niet voordelig zijn, zowel voor de administratie als voor de belastingplichtigen, om nieuwe forfaitaire betalingen in het leven te roepen of zelfs te weigeren om de btw af te trekken voor bepaalde categorieën van goederen die te veel middelen vereisen voor de berekening en controle ervan? Dit zou in de nabije toekomst zeker het geval kunnen zijn, en waarom niet tegen 2025?


Auteur: Sebastian Kirsch, Director Indirect Tax Team van KPMG