Oneweb-article-hero-siblings
Legal13 juni, 2021

Band tussen broers en zussen verankerd in ‘oud’ Burgerlijk Wetboek

Het ‘oud’ Burgerlijk Wetboek geeft minderjarige broers en zussen voortaan uitdrukkelijk het recht om samen te blijven, ook na een scheiding van de ouders of na plaatsing in de jeugdhulp. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen, wanneer het belang van een kind vereist dat het recht op samenblijven niet wordt uitgeoefend, mag een andere regeling worden uitgewerkt. Maar dan nog moet maximaal worden gestreefd naar een behoud van persoonlijk contact tussen broers en zussen.

Deze wijziging aan het ‘oud’ Burgerlijk Wetboek moet garanderen dat broers en zussen zoveel mogelijk samen kunnen opgroeien, of op z’n minst in contact kunnen blijven met elkaar. Dat lijkt in eerste instantie evident, maar in de praktijk gebeurt het regelmatig dat kinderen uit eenzelfde gezin apart moeten opgroeien na een scheiding van de ouders of na plaatsing in de jeugdhulp. Iets wat de wetgever in de toekomst zoveel mogelijk wil vermijden.

Nieuw hoofdstuk ‘broers en zussen’ in Burgerlijk Wetboek

Het recht voor minderjarige broers en zussen om niet van elkaar gescheiden te worden, krijgt een plaats in het ‘oud’ Burgerlijk Wetboek in een nieuw artikel 387septiesdecies. Maar de wetgever gaat nog een stap verder om de familieband tussen broers en zussen een stevig wettelijk kader te geven.

Het nieuwe artikel 387septiesdecies maakt immers deel uit van een volledig nieuw hoofdstuk ‘broers en zussen’ dat een plaats krijgt onder Boek I (Personen), titel IX (Ouderlijk gezag en pleegzorg) van het ‘oud’ Burgerlijk Wetboek. Dat hoofdstuk is van toepassing op de maatregelen bedoeld in hoofdstukken I (ouderlijk gezag) en II (pleegzorg) en op de plaatsing van een minderjarig niet ontvoogd kind in het kader van de jeugdbijstand en de jeugdbescherming (m.u.v. plaatsingen n.a.v. het plegen van een als misdrijf omschreven feit).

Het hoofdstuk maakt duidelijk dat kinderen die samen binnen eenzelfde gezin worden opgevoed en die een bijzonder affectieve band met elkaar hebben ontwikkeld ook worden beschouwd als ‘broers en zussen’ en dus hetzelfde recht genieten om niet van elkaar gescheiden te worden na een scheiding van de ouders of een plaatsing in de jeugdhulp.

Maximaal samen opgroeien

De wetgever wijzigt ook heel wat reeds bestaande bepalingen van Titel IX ‘Ouderlijk gezag en pleegzorg’ om er maximaal voor te zorgen dat broers en zussen samen kunnen opgroeien:

- huisvesting na scheiding van de ouders (art. 374 ‘oud’ Burgerlijk Wetboek): wanneer ouders niet samenleven en hun geschil bij de familierechtbank aanhangig wordt gemaakt, wordt het akkoord over de huisvesting van de kinderen door de rechtbank gehomologeerd (tenzij dat akkoord kennelijk strijdig is met het belang van het kind). Voortaan moet de rechtbank ernaar streven om voor àlle broers en zussen eenzelfde regeling uit te werken. In voorkomend geval verduidelijkt de rechtbank hoe de broers en zussen persoonlijke contacten met elkaar kunnen onderhouden 
- recht op persoonlijk contact van grootouders en derden (art. 375bis ‘oud’ Burgerlijk Wetboek): het Burgerlijk Wetboek stelt in dit artikel voortaan uitdrukkelijk dat àlle broers en zussen op elke leeftijd het recht hebben persoonlijk contact met elkaar te onderhouden 
- voogdij (art. 393 ‘oud’ Burgerlijk Wetboek). Wat de voogdij betreft, wil de wetgever dat vrederechters voor broers en zussen bij voorkeur dezelfde voogd aanduiden (rekening houdend met het belang van elk kind). 

In werking: 19 juni 2021 (10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad).

Bron: 20 MEI 2021. - Wet tot wijziging van het oud Burgerlijk Wetboek, betreffende de persoonlijke banden tussen broers en zussen, BS 9 juni 2021, bl. 57506.

Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox