JN3010-KLUW-Oneweb-Jura-bibliotheken-split-width-hero-vennootschapsrecht-1920x1280
Legal22 oktober, 2021

Misbruik van vennootschapsgoederen: belangrijkste aandachtspunten van het misdrijf

Egger, J., Hansen, G., Misbruik van vennootschapsgoederen, De NV in de praktijk

In deze bijdrage worden de belangrijkste kenmerken en aandachtspunten van het misdrijf van misbruik van vennootschapsgoederen van art. 492bis Sw. uiteengezet.

Met dit misdrijf wordt de miskenning van het afgescheiden karakter van het vermogen van een rechtspersoon dat aan een ander in beheer wordt gegeven strafbaar gesteld. Het heeft dus tot doel ertoe bij te dragen dat de bestuurders van een vennootschap hun vennootschap goed en in het exclusief belang van de vennootschap besturen.

Door middel van dit misdrijf beoogde de wetgever aldus gedragingen die moeilijk te beteugelen waren op grond van de bestaande misdrijven van misbruik van vertrouwen, oplichting of eenvoudige/bedrieglijke bankbreuk strafbaar te stellen.

Lees deze bijdrage  rechtstreeks in Jura →

Daders

Dit misdrijf kan alleen gepleegd worden door de bestuurders in feite of in rechte, van burgerlijke en handelsvennootschappen, alsook van verenigingen zonder winstoogmerk. Wie als een feitelijke bestuurder moet worden beschouwd, wordt door de strafrechter op basis van de concrete omstandigheden beoordeeld. Een bestuurder in rechte kan bijgevolg ontsnappen aan de vervolging op grond van art. 492bis Sw. door zich gebeurlijk te beroepen op het feit dat hij zijn bevoegdheden heeft gedelegeerd aan een derde.

Aangezien voor strafrechtelijke aansprakelijkheid de persoonlijke individuele fout bewezen moet kunnen worden, kan een collegiale besluitvorming voor problemen zorgen. Daarom moet men kunnen aantonen aan welke individuele persoon het misdrijf moet worden toegerekend.

Constitutieve bestanddelen

Tot de materiële bestanddelen kunnen worden gerekend:

  • het gebruik van de goederen of van het krediet van de rechtspersoon; en
  • dat dit gebruik op betekenisvolle wijze in het nadeel is van de vermogensbelangen van de rechtspersoon en van die van zijn schuldeisers of aandeelhouders.

    Tot de morele bestanddelen dienen gerekend te worden:

  • het bedrieglijk opzet in hoofde van de dader;
  • (een) gebruik voor persoonlijke rechtstreekse of indirecte doeleinden; en
  • de wetenschap bij de dader dat het gebruik op betekenisvolle wijze in het nadeel was van de vermogensbelangen van de rechtspersoon en van die van zijn schuldeisers of aandeelhouders.

     

Andere aspecten

Dit misdrijf wordt bestraft door een gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en een geldboete van 100 EUR tot 500.000 EUR. In principe belet een veroordeling op grond van dit artikel niet dat een bestuurder later nog bestuursmandaten uitoefent. Poging tot misbruik van vennootschapsgoederen is daarentegen niet strafbaar.

Volgens de Belgische rechtspraak is dit misdrijf een ogenblikkelijk misdrijf waarvoor de verjaringstermijn begint te lopen zodra alle elementen van het misdrijf verenigd zijn. Evenwel zal er vaak sprake zijn van een voortgezet misdrijf zodat de verjaringstermijn pas begint te lopen op het tijdstip dat de laatste strafbare handeling plaatsvond.

De auteurs

Jürgen Egger en Glenn Hansen - Deloitte Legal


Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox
Back To Top