Legal20 mei, 2022

Burenhinder en de vrederechter

Nicky BURETTE, “Burenhinder en de vrederechter”, NjW 2022, afl. 462, 390-400.

Vanaf 1 september 2021 breidde de materiële bevoegdheid van de vrederechter uit. De wetgever voegde aan artikel 591 van het Gerechtelijk Wetboek een bepaling 2°ter toe. Ongeacht het bedrag van de vordering neemt de vrederechter volgens deze bepaling kennis van geschillen inzake bovenmatige burenhinder, zoals bedoeld in de artikelen 3.101 en 3.102 van het Burgerlijk Wetboek. In deze bijdrage onderzoekt de auteur welke rechter sinds de wetswijziging bevoegd is om in eerste aanleg en in hoger beroep kennis te nemen van burenhindergeschillen.

Lees deze bijdrage rechtstreeks in Jura →

Burenhinder in ondergeschikte orde

De wetgever is fan van de vrederechter. Zoveel is duidelijk. Volgens de parlementaire voorbereiding is de vrederechter bij uitstek geschikt om een duurzame oplossing voor de partijen uit te werken. De wetgever lijkt wel een bijzonder eng beeld van een burengeschil te hanteren. Kraaiende hanen en blaffende honden. Dat onstabiele bouwputten en neervallende puntgevels halve wijken opzadelen met burenhinder werd gemakshalve uit het oog verloren. Dergelijke dossiers dreigen de goede werking van menig vredegerecht evenwel te hypothekeren.

Typisch voor dergelijke burenhinderkwesties is dat slechts in ondergeschikte orde burenhinder wordt ingeroepen. In hoofdorde beroept de eiser zich op de foutaansprakelijkheid. Na een onderzoek van de toepasselijke – en helaas onduidelijke – cassatierechtspraak komt de auteur tot de conclusie dat de rechtbank van eerste aanleg bevoegd is om van deze geschillen kennis te nemen. Ook indien de eisen naast elkaar worden gesteld, zal krachtens artikel 565 van het Gerechtelijk Wetboek de rechtbank van eerste aanleg voorrang hebben op de vrederechter. Op voorwaarde uiteraard dat de eis de waarde van 5.000 euro overstijgt.

Burenhinder in hoger beroep

De auteur onderzoekt verder welke appelrechter bevoegd is indien partijen na 1 september 2021 hoger beroep willen instellen tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg over bovenmatige burenhinder. Het Hof van Cassatie oordeelde in het verleden dat niet de rechter die het bestreden vonnis heeft geveld bepalend is om de bevoegde appelrechter aan te duiden, maar wel de aard van het geschil.

In het licht van die rechtspraak kan het hoger beroep tegen beslissingen van de rechtbank van eerste aanleg inzake overmatige burenhinder vanaf 1 september 2018 enkel nog worden beslecht door  dezelfde rechtbank van eerste aanleg. In een andere samenstelling en zetelend in hoger beroep.

Voor 1 september 2021 kon een particulier een vordering wegens abnormale burenhinder tegen een ondernemer ook voor de ondernemingsrechtbank brengen. Indien de materie bepalend is voor de bevoegdheid van de appelrechter, wordt de rechtbank van eerste aanleg dan de bevoegde rechter om vanaf die datum kennis te nemen van hogere beroepen ingesteld tegen vonnissen van de ondernemingsrechtbank inzake bovenmatige burenhinder?

Of hoe een schijnbaar kleine ingreep in het Gerechtelijk Wetboek tal van moeilijke vragen oproept en best wel verstrekkende gevolgen kan hebben.

Auteur

Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox
Back To Top