rechtspraak
Legal31 mei, 2021

Rechtspraakoverzicht sociaal recht – mei 2021

Rechtspraak speelt een zeer belangrijke rol bij de toepassing en interpretatie van wettelijke bepalingen. Daarom biedt SocialEye u de mogelijkheid om dagelijks toegang te krijgen tot rechterlijke uitspraken die zijn becommentarieerd door professionals op het gebied van sociaal recht.

Arbeidsrecht

Schending van het contract

Arbh. Luik (afd. Luik), 1 maart 2021, A.R. 19/3.556/A (Terra Laboris)

Kennelijk onredelijk ontslag en verjaring: het Hof verwerpt een verzoek tot toepassing van de verjaringstermijn van vijf jaar op een vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag in de zin van CAO nr. 109. De rechtspraak is echter verdeeld.

Arbh. Henegouwen (afd. Doornik), 19 maart 2021, A.R. 19/121/A (Terra Laboris)

Zwangerschap: het Hof herinnert aan de draagwijdte van artikel 40 van de wet van 16 maart 1971, volgens hetwelk een werkgever die een zwangere werkneemster in dienst heeft, niets kan doen om de arbeidsverhouding eenzijdig te beëindigen, behalve om redenen die geen verband houden met de fysieke toestand die het gevolg is van de zwangerschap.

Arbh. Luik, afdeling Luik, kamer 3-D; 18 maart 2021, A.R. nr. 2020/AL/14 (R. CAPART en F. MOULAY - elegis)

Schadevergoeding gevorderd op basis van geluidsopnamen: het Hof volgt de tendens om de Antigoon-rechtspraak toe te passen in contractuele aangelegenheden met betrekking tot de analyse van de toelaatbaarheid in rechte van door de werknemer op onrechtmatige wijze verkregen opnamen. Het Hof herinnert eraan dat onregelmatig bewijs slechts kan worden toegelaten indien is voldaan aan de voorwaarden die voortvloeien uit de rechtspraak in de zaak Antigoon. In deze zaak heeft het Hof, door jarenlang zonder medeweten van zijn meerdere opnamen te maken, geoordeeld dat het recht op een eerlijk proces was geschonden en dat de genoemde opnamen niet de vereiste betrouwbaarheid bezaten om als bewijs te worden toegelaten.

Arbh. Brussel, 15 februari 2021, A.R. 19/3.044/A (Terra Laboris)

Ontslag tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid: het Hof besluit dat een ontslag tijdens een periode van langdurige arbeidsongeschiktheid discriminerend is, aangezien de door de werkgever aangevoerde reden (reorganisatie van de afdeling waartoe de werknemer behoorde) niet is aangetoond.

Arbh. Luik (afd. Luik), 12 januari 2021, A.R. 19/302/A (Terra Laboris)

Discriminatie op grond van handicap/gezondheid: het Hof wijst een vordering tot schadevergoeding toe wegens discriminerend ontslag op grond van een van de door de wet van 10 mei 2007 beschermde criteria: indien de handicap niet is vastgesteld, wordt de gezondheidstoestand daarentegen wel als basis voor het ontslag behouden.

Arbh. Luik, afdeling Namen, kamer 6-A, 12 januari 2021 - 2019/AN/164 (C. Paie en M. Strongylos, Elegis)

Preventieadviseur en dringende reden: de procedures voor ontslag van de preventieadviseur, voorzien in de wet van 20 december 2002, zijn niet van toepassing in geval van ontslag om dringende reden. De werkgever kan niettemin gehouden zijn een beschermingsvergoeding te betalen indien, na een beroep van een preventieadviseur bij de arbeidsrechtbank tegen een ontslag op staande voet, de aangezochte rechter, na de ernst van de aangevoerde gronden niet te hebben erkend, heeft erkend dat deze niet losstaan van de onafhankelijkheid van de preventieadviseur of dat de aangevoerde gronden van onbekwaamheid om de opdracht uit te voeren niet vaststaan.

Detachering

Arbh. Brussel, 26 januari 2021, A.R. 2017/AB/997 (Terra Laboris)

Bevoegdheid van de Belgische rechterlijke instanties: het Hof herinnert aan de bevoegdheidsregels van verordening nr. 44/2001 (thans vervangen door verordening nr. 1215/2012) en van de detacheringsrichtlijn die in België is omgezet bij de wet van 5 maart 2002.

Socialezekerheidswetgeving

Algemeen

Hvj (beschikking) van 3 maart 2021, zaak nr. C-523/20 (Terra Laboris)

Legaal verblijf: in een beschikking van 3 maart 2021 herinnert het Hof van Justitie van de Europese Unie aan zijn rechtspraak in de zaak BALANDIN van 24 januari 2019, waarin wordt bevestigd dat onderdanen van derde landen die tijdelijk in een lidstaat verblijven op grond van een verblijfsvergunning, een geldige verklaring van verblijfplaats hebben en in verschillende lidstaten werken in dienst van een in die lidstaat gevestigde werkgever, op grond van artikel 1 van Verordening nr. 1231/2010 een beroep kunnen doen op het voordeel van de coördinatieregels inzake sociale zekerheid.

 Arbh. Brussel, 5 november 2020, A.R. 2018/AB/293 (Terra Laboris)

Overzeese sociale zekerheid: het Hof heeft het Grondwettelijk Hof ondervraagd over de voorwaarde van een gewone en daadwerkelijke verblijfplaats in België om in aanmerking te komen voor de uitgestelde ziekteverzekering krachtens de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid.

Ongevallen op het werk

Arbh. Luik (afd. Luik), 22 maart 2021, A.R. 20/849/A (Terra Laboris)

Automatische aansluitingsbijdrage: Het Hof bevestigt de grenzen van de rechterlijke toetsing. Het gaat om een marginale toetsing, die betrekking heeft op de externe wettigheid van de handeling. Indien de rechter tot de conclusie komt dat dit criterium van externe wettigheid niet in acht is genomen, kan hij de beslissing vernietigen. Indien echter de externe wettigheid wordt bevestigd, kan de rechter zich niet in de plaats stellen van het directiecomité van Fedris.

Werkloosheid

Arbh. fr. Brussel, 24 november 2020, A.R. 16/554/A (Terra Laboris)

Voltijdse studies: het Hof onderzoekt het effect van de studies van een bachelor in het kader van de sociale promotie op de inburgeringsperiode. Momenteel lijkt men het erover eens te zijn dat onder "volwaardige studies" niet alle studieprogramma's kunnen worden verstaan die leiden tot een bachelor-, master- of aanvullende mastergraad (ongeacht het aantal studiepunten). In het officiële commentaar van de RVA wordt het begrip “volwaardige studies” gedefinieerd in het kader van de regulering van de werkloosheid.

Arbh. Luik (afd. Luik), 6 januari 2021, A.R. 2019/AL/416 (Terra Laboris)

Uitkeringen wegens onvolledige arbeid: het Hof herinnert eraan dat een vrijwillig deeltijdse werker niet kan worden beschouwd als een volledig werkloze in de zin van artikel 27, 1°, b), van het organieke koninklijk besluit en dat hij geen aanspraak kan maken op een uitkering voor de uren gedurende welke hij gewoonlijk niet werkt. Hij kan alleen de status van deeltijdse werker krijgen, met behoud van zijn rechten.

 

Arbh. Luik (afd. Luik), 3 februari 2021, A.R. 2019/AL/362 (Terra Laboris)

Vrijstelling met het oog op opleiding: het Hof herinnert eraan dat op het gebied van vrijstelling de VDAB niet over een discretionaire bevoegdheid beschikt, aangezien het om een verwante bevoegdheid gaat, en dat de voorwaarden van artikel 93 van het organiek koninklijk besluit (minimumduur van de werkloosheid) niet van toepassing zijn op een aanvraag als bedoeld in artikel 94, eerste lid, 1°: de aanvrager moet dus niet aantonen dat hij een werkloosheidsuitkering van 312 dagen heeft genoten alvorens de toekenning van de vrijstelling te vragen.

Beroepsziekten

Arbh. Luik (afd. Luik), 1 maart 2021, A.R. 2020/AL/271 (Terra Laboris)

Sociaal-economische factoren: het Hof neemt de criteria over voor de beoordeling van de sociaal-economische factoren die in aanmerking moeten worden genomen bij de vaststelling van de blijvende invaliditeit als gevolg van een beroepsziekte, waarbij het eraan herinnert dat de algemene arbeidsmarkt wordt omschreven als de arbeidsmarkt die voor het slachtoffer potentieel toegankelijk blijft tot de leeftijd van vijfenzestig jaar, ongeacht zijn situatie.

Pensioen

Arbh. Brussel, 14 januari 2021, A.R. 2019/AB/576 (Terra Laboris)

Regularisatie bijdragen voor studieperiodes: het Hof herinnert aan de wijziging van de verordening ingevolge de wet van 2 oktober 2017 betreffende de harmonisatie van de inaanmerkingneming van studieperiodes voor de berekening van het pensioen: aangezien de mogelijkheid tot spreiding van de bijdrage waarin de vroegere tekst voorzag, is afgeschaft, is de terugbetaling van een deel van de bijdragen die in het kader van een spreidingsplan zijn betaald, niet langer toegestaan.

Arbh. Luik (afd. Luik), 2 maart 2021, A.R. 2019/AL/376 (Terra Laboris)

Overschrijding van de loopbaaneenheid: het Hof herinnert eraan dat in geval van overschrijding van de loopbaaneenheid, in geval van een gemengde loopbaan, de bij voorrang uitgeoefende beroepsloopbaan wordt verminderd met de voltijdsequivalente dagen die recht geven op het minst voordelige pensioen.

Arbh. Brussel, 7 januari 2021, A.R. 2015/AB/1.060 (Terra Laboris)

Terugvordering op de erfgenaam: het Hof heeft zich, na het arrest van het Grondwettelijk Hof van 23 mei 2019, uitgesproken over de toereikende rechtvaardiging, in het licht van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van de mogelijkheid om op kosten van de erfgenaam uitkeringen terug te vorderen

Sociale bijstand

Gwh. 22 april 2021, arrest nr. 58/2021 (J. Deumer, substituut van de arbeidsauditeur van Luik)

Opvang van een kind dat illegaal in België verblijft: de opvang van kinderen en hun ouders die illegaal op Belgisch grondgebied verblijven, is alleen mogelijk in een communautaire opvangstructuur. Wanneer het kind of een lid van zijn gezin zich echter in een bijzonder kwetsbare situatie bevindt die onverenigbaar is met opvang in een gemeenschapsvoorziening, moet de opvang van het gezin in een individuele voorziening worden gewaarborgd.

Hvj 30 september 2020, zaak nr. C-402/19 (Terra Laboris)

Hoger beroep bij Raad voor Vreemdelingenbetwistingen: het Hof beantwoordt een vraag van de Arbeidsrechtbank van Luik, in het verlengde van de ABDIDA-rechtspraak, over de toepassing van artikel 57, § 2, van de organieke OCMW-wet betreffende het verblijf van een onderdaan van een derde land die de zorg heeft voor een kind dat aan een ernstige ziekte lijdt en meerderjarig is geworden.

Personen met een handicap

Arbh. Luik (afd. Namen), 20 april 2021, A.R. 2020/AN/73 (Terra Laboris)

Standstill en toelagen: het Hof stelt vragen aan het Grondwettelijk Hof, aangezien in het kader van de zesde staatshervorming de vermindering voor een eengezinswoning niet langer wordt toegepast op het totale belastbare inkomen van het huishouden, maar is vervangen door een gewestelijke belastingvermindering. De maatregel heeft negatieve gevolgen voor de sociale zekerheid.

Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox