faillissement
Legal19 april, 2021

Covid-19: wetgever versoepelt insolventierecht

Het moratorium op faillissementen om ondernemingen te beschermen tegen betalingsmoeilijkheden als gevolg van de coronacrisis liep af op 31 januari 2021 en werd niet verlengd. Daardoor kunnen ondernemingen terug in faillissement worden gedagvaard of geconfronteerd worden met een bewarend of uitvoerend beslag op hun activa. Om een sterke toename van faillissementen te voorkomen nu de coronacrisis nog niet voorbij is, heeft de wetgever nieuwe maatregelen voorzien via tijdelijke aanpassingen aan het insolventierecht (Boek XX, WER). Zo kan het gerechtelijk akkoord binnen de WCO soepeler worden toegepast en kan een onderneming een zogenaamd ‘voorbereidend akkoord’ sluiten met schuldeisers. Bij dat voorbereidend akkoord is een fiscale vrijstelling voorzien voor de schuldeisers.

 

Soepelere opstart van gerechtelijk akkoord

Waar vroeger de rechter het gerechtelijk akkoord (of ‘gerechtelijke reorganisatie’) al moest weigeren omdat 1 document in het aanvraagdossier ontbrak, is de sanctie van niet-ontvankelijkheid van het aanvraagdossier geschrapt. Dat laat de schuldenaar toe om op een later moment, na indiening, nog de nodige stukken bij het dossier te voegen.

Uiteraard blijft het uitgangspunt dat de schuldenaar aan de ondernemingsrechtbank een volledig dossier moet kunnen voorleggen. Voor bepaalde documenten is daarom voorzien dat ze ten laatste 2 dagen vóór de zitting waarop de rechter oordeelt over de opening van de procedure gerechtelijke reorganisatie, moeten worden overgemaakt via het RegSol-register.

Als de schuldenaar ondanks de extra termijn de gevraagde documenten toch niet kan bezorgen, dan voegt hij binnen de termijn een nota toe via het register waarin hij gedetailleerd aangeeft waarom hij de documenten niet heeft kunnen bezorgen.

Voorbereidend akkoord met schuldeiser(s)

Een tweede maatregel gaat over de introductie van de ‘pre-packaged bankruptcy procedure’. Die procedure biedt de schuldenaar de mogelijkheid om een voorbereidend akkoord te sluiten met één of meerdere schuldeisers. De schuldenaar kan deze procedure aanvragen bij de ondernemingsrechtbank, die dan een gerechtsmandataris aanstelt om de procedure te begeleiden.

Het akkoord is ‘voorafgaandelijk’, omdat het wordt gevolgd door de procedure van gerechtelijke reorganisatie. De rechter kan dan het akkoord, doorgaans een afbetalingsplan op korte termijn, bindend verklaren voor alle schuldeisers.

De schuldenaar kan op elk ogenblik tijdens de procedure geheel of gedeeltelijk afzien van zijn vordering tot voorbereidend akkoord. De voorzitter van de rechtbank kan de procedure geheel of gedeeltelijk beëindigen op vraag van de schuldenaar, van de gerechtsmandataris of ambtshalve, na de schuldenaar en het verslag van de gedelegeerd rechter te hebben gehoord. Als een minnelijk akkoord niet aannemelijk lijkt op basis van de beoordeling door de gerechtsmandataris, dan verzoekt die laatste de voorzitter van de ondernemingsrechtbank om de procedure te beëindigen.

Fiscale vrijstelling voor schuldeisers

Voor de schuldeiser die meewerkt aan het voorbereidend akkoord, is er een fiscale gunstmaatregel voorzien: de waardeverminderingen en voorzieningen op schuldvorderingen waarvoor een minnelijk akkoord is vastgesteld, worden vrijgesteld. Die vrijstelling geldt gedurende de belastbare tijdperken tot de volledige tenuitvoerlegging van het plan of minnelijk akkoord of tot het sluiten van de procedure.


In werking op: 26 maart 2021 (de maatregelen zijn van toepassing tot 30 juni 2021, behoudens verlenging).


Bron: 21 MAART 2021. — Wet tot wijziging van boek XX van het Wetboek van economisch recht en het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, BS 26 maart 2021, p. 28193.

Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox