GenAI helpt juridische professionals om vragen te verkennen, verbanden te leggen en eerste denkpistes zichtbaar te maken. Een krachtig hulpmiddel om juridisch onderzoek te faciliteren en te versnellen, met één essentiële kanttekening: AI is geen rechtsbron op zich. Wanneer een argument wordt bevraagd - bijvoorbeeld door een rechter, collega of cliënt - moet een advocaat kunnen terugvallen op een solide juridische grondslag: wetgeving, jurisprudentie en gezaghebbende vakliteratuur. Wat overtuigend klinkt, moet ook juridisch standhouden.
Waar AI haar limieten bereikt
De voorbije maanden haalden meerdere voorbeelden de media van processtukken met verwijzingen naar niet-bestaande arresten, fictieve handboeken of fout geciteerde wetsartikelen. Telkens ging het om klassieke AI-hallucinaties: pleidooien die overtuigend klinken, maar bij controle volledig door de mand vallen.
Die zaken maken één ding duidelijk: slimme formuleringen zijn niet genoeg. Juridische kwaliteit zit in de onderbouwing van een standpunt, niet in hoe overtuigend het klinkt.
De illusie van gelijkwaardige AI-antwoorden
Hoe komt het dat AI-antwoorden toch zo betrouwbaar lijken? Een deel van de verklaring ligt in de gelijkenis tussen verschillende AI-tools. Wie meerdere legal AI-oplossingen naast elkaar gebruikt, merkt hoe vaak hun antwoorden inhoudelijk op elkaar lijken: helder geformuleerd, logisch opgebouwd en overtuigend gepresenteerd.
Maar die gelijkenis zegt weinig over de juridische kwaliteit. Wanneer legal AI-tools antwoorden geven die inhoudelijk sterk op elkaar lijken, wekt die vergelijkbaarheid de indruk van gelijkwaardigheid. Dat verklaart waarom tools tegelijk 'goed lijken te werken' en er toch risico’s op stille fouten blijven bestaan. De perceptie van gelijkwaardigheid zegt iets over de formulering en presentatie, maar niets over de professionele maatstaf.