AI in de rechtbank: de vraag naar juridisch gezag
In zijn recente bijdrage in het NJB zoomt Arnoud Engelfriet in op een nieuwe realiteit in de rechtszaal: AI-antwoorden die klinken als expertise, maar niet beantwoorden aan de vereisten van juridisch gezag. Zijn onderzoek legde drie aspecten van dergelijk gezag bloot: kwaliteit, verantwoordelijkheid en erkenning. Hij noemt AI daarom een 'synthetische deskundige': overtuigend van toon, maar zonder werkelijk gezag.
Zijn uitgangspunt is helder: AI is een onderzoeksmethode, geen rechtsbron. Het kan patronen herkennen en informatie structureren, maar het bezit geen eigen positie in het juridische discours.
In de klassieke juridische praktijk is gezag verankerd: een arrest heeft een rechter, een artikel heeft een auteur, een handboek draagt de naam van een erkende specialist. "Als je het werk aanhaalt van een bekende professor, dan kun je dat naar waarde schatten. Je weet hoe die persoon in het debat staat, je kunt inschatten welke overtuiging meespeelt", stelt Arnoud Engelfriet.
Die mogelijkheid ontbreekt bij AI-antwoorden. De tekst heeft geen reputatie, en vooral: geen aanspreekpunt. Daarmee draagt AI-uitvoer geen normatieve verantwoordelijkheid, hoewel ze die wel pretendeert te hebben.
De onberekenbaarheid van het recht
Los van die verantwoordelijkheid rijst een andere fundamentele vraag: wordt AI, nu innovatie en rekenkracht exponentieel toenemen, op termijn accurater dan menselijke juristen? Arnoud Engelfriet plaatst daar een principiële kanttekening bij.
"Juridische vragen zijn geen rekensommen. Ze hebben vaak geen concreet antwoord dat je met ja of nee kunt berekenen. Binnen dezelfde feiten kunnen meerdere verdedigbare argumenten bestaan."
Een standpunt verdedigen is geen kwestie van statistische waarschijnlijkheid, maar van menselijke ervaring en een normatief kompas. AI kan argumenten genereren, maar neemt geen verantwoordelijkheid voor hun betekenis. Juist dat vermogen om af te wegen en positie te kiezen, raakt de kern van juridisch gezag.