Legal04 mei, 2026

Emilie Hermans over ‘Een onderzoek naar genderinclusiviteit binnen het Belgische afstammingsrecht’

In dit interview vertelt Emilie Hermans over haar doctoraatsonderzoek naar genderinclusiviteit in het afstammingsrecht en de belangrijkste conclusies uit haar onderzoek.

Emilie Hermans

Functie: Juridisch Adviseur Fednot - Vrijwillig wetenschappelijk medewerker UHasselt

Specialisatie: Personen-, familie- en familievermogensrecht (in het bijzonder het afstammingsrecht)

Auteur Wolters Kluwer-publicaties: Een onderzoek naar genderinclusiviteit binnen het Belgische afstammingsrecht, Tijdschrift voor Familierecht

Kan je kort iets vertellen over het onderwerp van jouw boek – genderinclusiviteit binnen het afstammingsrecht? Wat mag de lezer verwachten?

Mijn boek nodigt de lezer uit om naar het Belgische afstammingsrecht te kijken door een specifieke bril: die van genderinclusiviteit. Het gaat om een bril die ik zelf bewust heb opgezet tijdens mijn onderzoek; een perspectief dat maakt dat je anders gaat kijken naar regels die vaak als vanzelfsprekend worden beschouwd.

De lezer mag een kritische, maar tegelijk constructieve analyse verwachten van het huidige recht, gecombineerd met inzichten uit de sociale wetenschappen en een rechtsvergelijking met Nederland. Het doel is niet alleen om te tonen waar de knelpunten zitten, maar ook om een denkkader aan te reiken voor hoe het anders kan.

We leven in een samenleving waarin gezinsvormen steeds diverser worden en traditionele opvattingen over ouderschap steeds vaker (kunnen) worden bevraagd. Het afstammingsrecht bevindt zich precies op het kruispunt van die evoluties.

Wat bracht je ertoe om dit thema te kiezen als onderwerp voor jouw proefschrift?

De keuze voor dit thema is in hoofdzaak ingegeven door de maatschappelijke relevantie ervan. We leven in een samenleving waarin gezinsvormen steeds diverser worden en traditionele opvattingen over ouderschap steeds vaker (kunnen) worden bevraagd. Het afstammingsrecht bevindt zich precies op het kruispunt van die evoluties.

Op het einde van jouw boek richt je jouw blik op de toekomst en formuleer je tien concrete aanbevelingen. Van welke aanbevelingen uit jouw boek hoop je dat ze worden overgenomen?

De tien aanbevelingen vormen eigenlijk één samenhangend geheel. Ze zijn bedoeld als een totaalpakket: ieder element grijpt in op het andere. Idealiter worden ze dus ook als dusdanig benaderd. Samen schetsen ze de contouren van een fundamentele hertekening van het afstammingsrecht.

Als ik toch één element mag uitlichten, dan kies ik voor het gebruik van genderneutrale terminologie. Ik kan mij voorstellen dat dit een van de meest besproken aanbevelingen zal zijn. Net daarom heb ik in mijn proefschrift geprobeerd om op een onderbouwde en genuanceerde manier toe te lichten waarom deze aanbeveling verdedigbaar is binnen een coherent en toekomstbestendig juridisch kader.

Door het afstammingsrecht te bekijken door een genderinclusieve bril, ga je vanzelf anders kijken naar wat we vandaag vaak als vanzelfsprekend beschouwen.

Wat waren de grootste uitdagingen tijdens het schrijven van jouw proefschrift? Hoe ben je daarmee omgegaan?

Een van de grootste uitdagingen was paradoxaal genoeg ook wat het zo boeiend maakte: er volledig in opgaan. Ik kon mijn laptop dichtklappen, maar het onderwerp bleef voortdurend in mijn hoofd zitten. Ik heb geleerd om daar gaandeweg beter mee om te gaan, door bewust momenten in te bouwen waarop ik afstand nam. Tegelijk heb ik ook aanvaard dat die betrokkenheid deel uitmaakt van het proces; het betekent dat je echt in je onderzoek zit.

Wat was het moment in jouw leven dat je ontdekte dat je een bijzondere interesse had in personen- en familierecht?

Dat is niet één specifiek moment geweest, maar eerder een geleidelijk besef. Wat mij altijd heeft aangesproken, is hoe tastbaar en menselijk het personen- en familierecht is. Het gaat over relaties, over gezinnen, over situaties die iedereen zich kan voorstellen of zelf heeft ervaren.

Wat betekent schrijven voor jou?

Schrijven is voor mij echt een essentieel onderdeel van wie ik ben. Mijn achtergrond in de taal- en letterkunde speelt daarin zeker mee. Het schrijven van mijn proefschrift voelde als een combinatie van mijn twee werelden: taal en recht. Ik besteed ook veel aandacht aan formuleringen. Zinnen worden soms tien keer herschreven omdat twee woorden voor mijn gevoel niet goed naast elkaar passen. Dat is misschien pietluttig, maar maakt voor mij echt een verschil.

Back To Top