Hoe worden auteursrechten fiscaal behandeld? Onze experts bieden het antwoord.

Natuurlijke personen en vzw’s

De wet van 16 juli 2008

Conform de wet van 16 juli 2008 inzake de fiscale behandeling van auteursrechten en naburige rechten worden de auteursrechten ingedeeld bij de roerende inkomsten. Dit impliceert dat de uitgeverij bij de betaling van auteursrechten 15% roerende voorheffing (RV) moet inhouden. Tot enkele jaren geleden was die RV - alleszins tot een bepaald maximum aan auteursvergoeding - bevrijdend; d.w.z. de auteur moest die inkomsten niet meer aangeven in zijn belastingaangifte. Auteursrechten betaald vanaf 2012 moeten voortaan echter altijd worden vermeld in de aangifte (zie verder).

Tot een maximumbedrag van € 37.500 (wettelijk basisbedrag) worden auteursrechten onweerlegbaar en ongeacht de omstandigheden waarin ze werden behaald, gelijkgesteld met roerende inkomsten die belastbaar zijn tegen 15%. Dit grensbedrag wordt ieder jaar geïndexeerd:

Inkomsten van… Grensbedrag roerend inkomen
2020 € 62.090
2019 € 61.200
2018 € 59.970
2017 € 58.720
2016 € 57.590
2015 € 57.270
2014 € 57.080
2013 € 56.450
2012 € 54.890
2011 € 53.020
2010 en 2009 € 51.920

Boven dit grensbedrag worden de auteursrechten belast als beroepsinkomsten (tegen het normale progressieve belastingtarief van max. 50%) als de fiscus bewijst dat die inkomsten zijn behaald binnen het kader van een beroepsactiviteit. Indien dat niet zo is, blijft de kwalificatie ‘roerend inkomen’ gelden.

De uitgeverij moet de RV van 15% inhouden op het volledige bedrag van de betaalde auteursrechten; dus ook op het deel boven het grensbedrag. Op betalingen boven € 62.090 moet 30% roerende voorheffing worden ingehouden.

Op de bruto auteursvergoeding wordt een degressieve forfaitaire kostenaftrek toegepast:

  • 50 % op de eerste inkomstenschijf van € 0 tot € 10.000 (te indexeren);
  • 25 % op de tweede inkomstenschijf van € 10.000 tot € 20.000 (te indexeren);
  • Boven € 20.000 (te indexeren) : geen kostenaftrek.
Kostenforfait 50% 25% Maximumbedrag
2020 € 0 - € 16.560 € 16.560 - € 33.110 € 12.417,50
2019 € 0 - € 16.320 € 16.320 - € 32.640 € 12.240
2018 € 0 - € 15.990 € 15.990 - € 31.990 € 11.995
2017 € 0 - € 15.660 € 15.660 - € 31.320 € 11.745
2016 € 0 - € 15.360 € 15.360 - € 30.710 € 11.517,50
2015 € 0 - € 15.270 € 15.270 - € 30.540 € 11.452,50
2014 € 0 - € 15.220 € 15.220 - € 30.440 € 11.415
2013 € 0 - € 15.050 € 15.050 - € 30.110 € 11.290
2012 € 0 - € 14.640 € 14.640 - € 29.280 € 10.980
2011 € 0 - € 14.140 € 14.140 - € 28.280 € 10.605
2010 en 2009 € 0 - € 13.840 € 13.840 - € 27.690 € 10.382,50

De wet houdende diverse bepalingen van 28 december 2011

De wet houdende diverse bepalingen van 28 december 2011 verhoogde de belasting op intresten en fiscaal voordelige dividenden van 15% tot 21%. Daarna is het tarief nog verder opgetrokken tot 30%. Maar auteursrechten blijven belast tegen 15%.

Hoewel de wet van 28 december 2011 niet de auteursrechten op zich viseert, heeft ze toch wel gevolgen voor de fiscale behandeling van inkomsten uit auteursrechten. Vóór deze wet was de roerende voorheffing op auteursrechten bevrijdend (tot het grensbedrag); d.w.z. je moest ze niet aangeven in de aangifte personenbelasting. Inkomsten uit auteursrechten die verkregen zijn vanaf 1 januari 2012 moeten daarentegen wel verplicht worden vermeld in de jaarlijkse belastingaangifte, zelfs al is er correct roerende voorheffing van 15% op ingehouden. Die verplichting geldt vanaf de aangifte van 2013 (inkomsten 2012).

Dat betekent uiteraard niet dat auteursrechten nu dubbel worden belast, én via de voorheffing, en via de belastingafrekening. Neen, voorheffingen zijn immers voorschotten en altijd verrekenbaar met de verschuldigde belasting, berekend in het aanslagbiljet.

Maar, vermits de inkomsten uit auteursrechten nu zullen worden belast via de belastingaangifte, wordt de belasting logischerwijze verhoogd met gemeentebelasting. Stel dat een auteur in een gemeente woont met een aanvullende gemeentebelasting van 7%, dan zal het belastingtarief op de auteursrechten stijgen van 15% tot 16,05% (15% x 1,07). Een kleine verhoging dus.

Zie ook Fiscale Actualiteit 2011, 44/1 en 2012, 1/5 voor een volledige commentaar van de maatregelen inzake roerende inkomsten.

Vennootschappen

De wet van 16 juli 2008 is alleen van toepassing op auteurs natuurlijke personen.

Voor vennootschappen is deze wet niet van toepassing , cf. het antwoord op de parlementaire vraag van de heer Luk Van Biesen aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen over “de nieuwe auteurswet van 16 juli 2008” (nr. 12716); zie hiervoor de bijlage onderaan dit bericht.

Dat betekent dus dat de auteursrechten uitgekeerd aan auteurs-vennootschappen niet onderworpen zijn aan de roerende voorheffing, maar wel aan de vennootschapsbelasting.

Betalingen aan vzw's zijn echter wel onderworpen aan de roerende voorheffing.

In het antwoord van staatssecretaris Bernard Clerfayt op de parlementaire vraag wordt niets vermeld met betrekking tot associaties en vzw's, met uitzondering van erkende beheersvennootschappen. Enkel voor betalingen aan binnenlandse vennootschappen, aan erkende beheersvennootschappen bedoeld in artikel 65 e.v. van de wet van 30 juni 1994 op het auteursrecht, aan internationale en supranationale instellingen en aan met de schuldenaar van de auteursrechten verbonden vennootschappen gelegen in een EER-lidstaat, staat de staatssecretaris formeel toe dat wordt verzaakt aan de inhouding van RV.

In een mail van 10 december 2009 aan onze uitgeverij bevestigt C. Herremans, Eerste Attaché van Financiën, echter dat in de huidige stand van zaken er noch wettelijke of administratieve bepalingen noch ministeriële aanwijzingen zijn die zouden voorzien in een vrijstelling of verzaking van roerende voorheffing wanneer de verkrijger van de in het voormeld artikel 17, § 1, 5°, WIB 92 bedoelde inkomsten een vzw is, die niet erkend is als beheersvennootschap zoals bedoeld in artikel 65 e.v. van de wet van 30.6.1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten.

De hiervoor aangehaalde bepalingen van het WIB 92 en het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 92 en de circulaire kunnen worden geraadpleegd in de fiscale gegevensbank FISCONET plus op de webstek van de Federale Overheidsdienst Financiën (www.minfin.fgov.be of rechtstreeks www.fisconet.be).

Voor de parlementaire vraag van de heer Luk Van Biesen: zie bijlage 1