europe
Legal05 augustus, 2021

Het Europees kaderakkoord over digitalisering

Bijdrage uit Sociale Wegwijzer 2021, afl. 5, 2-9. Michaël de Gols

Digitalisering is alomtegenwoordig in onze maatschappij: snel evoluerende technologieën, laptops en smartphones, robotisering en artificiële intelligentie zijn maar enkele voorbeelden. Digitale middelen drukken ook meer en meer een stempel op de werkvloer. Dit brengt heel wat uitdagingen mee voor ondernemers en werknemers over hoe om te gaan met de impact van deze digitalisering.

Enerzijds biedt dit zowel voor werkgevers als werknemers opportuniteiten wanneer deze digitale middelen op een goede manier gebruikt worden. We denken onder meer aan nieuwe kansen op werk, een hogere productiviteit, betere arbeidsomstandigheden, nieuwe manieren om het werk te organiseren en diensten en producten van hogere kwaliteit.

Anderzijds kan deze digitale transformatie ook risico’s en uitdagingen met zich meebrengen, we denken hierbij o.a. aan jobs die zullen veranderen en soms verdwijnen, de nood aan vorming om met evoluties mee te zijn, veranderende werkorganisaties, het evenwicht tussen werk en privéleven.

Europees kaderakkoord

Om deze redenen zijn de Europese sociale partners in gesprek gegaan en hebben ze op 23 juni 2020 een kaderakkoord over digitalisering goedgekeurd. Dergelijk kaderakkoord heeft geen directe werking en vindt daarom niet onmiddellijk toepassing in België. Maar toch mag de waarde ervan niet onderschat worden. Het akkoord geeft de werkgevers en de vakbonden op verschillende niveaus (interprofessioneel, sectoraal en onderneming) verschillende elementen in handen om een adequate aanpak te ontwikkelen over de impact van digitalisering.

De procesmatige benadering die de sociale partners hebben ontwikkeld houdt rekening met verschillende elementen: de arbeidsinhoud (en vaardigheden), de arbeidsomstandigheden, de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsrelaties en de arbeidsorganisatie.

Inhoud

Omdat digitalisering een heel uitgebreid begrip is, hebben de sociale partners zich geconcentreerd op de volgende onderwerpen:

  • Digitale vaardigheden en het waarborgen van de werkgelegenheid. Om mee te kunnen met de digitale veranderingen in de wereld van het werk is het belangrijk dat de juiste opleidingen gevolgd kunnen worden. Hierdoor blijft iedereen mee en zorgt dit voor behoud en creatie van werkgelegenheid.
  • De bereikbaarheid van werknemers (connectie en deconnectie). Door de verschillende communicatiemiddelen bestaat het risico dat personen ook buiten de werkuren geconnecteerd zouden zijn. De sociale partners scheppen een kader om hier afspraken over te maken.
  • Artificiële intelligentie
  • Respect voor de menselijke waardigheid en controle

Door de coronacrisis werden we al geconfronteerd met de kansen en de uitdagingen van digitale middelen. Het telewerk is daarbij het meest uit het oog springende voorbeeld waarbij op ondernemingsniveau heel wat akkoorden werden afgesloten en ook de Nationale Arbeidsraad hier een specifieke CAO over heeftafgesloten (CAO nr. 149). Dit toont het belang aan van overleg op interprofessioneel, sectoraal en ondernemingsniveau om samen het onderwerp “digitalisering” te behandelen en de werkvloer “future-proof” te maken.

Auteur

Michaël De Gols studeerde in 2012 af als Master in de Rechten aan de Vrije Universiteit Brussel. Sinds 2013 is hij werkzaam bij de interprofessionele werkgeversorganisatie die de non profitsector vertegenwoordigt in België (UNISOC). Eerst als juridisch adviseur en sinds 2019 als directeur. In die hoedanigheid zat hij ook rond de tafel tijdens de Europese onderhandelingen over het kaderakkoord “digitalisering”.

Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox