Legal13 maart, 2026

Interview met Sébastien De Rey over het algemeen regime van de verbintenis (BBP)

Wolters Kluwer werkt samen met veel topprofessionals. Professionals die toonaangevende publicaties op hun naam hebben staan en dit weten te combineren met andere (maatschappelijke) functie(s) en hun privéleven. Wat zijn hun drijfveren en hoe weten zij deze rollen te combineren? In dit interview vertelt professor Sébastien De Rey over zijn boek ‘Algemeen regime van de verbintenis’ in de reeks BBP. 

prof. Sébastien De Rey

Functie: Hoofddocent UvA en KMS, gastprofessor UCLouvain, lid van de Commissie tot hervorming van het bijzondere contractenrecht (boek 7 BW)

Specialisatie: verbintenissenrecht, contractenrecht, aansprakelijkheidsrecht en bijzondere contracten

Auteur Wolters Kluwer publicaties: Algemeen regime van de verbintenis (Beginselen van Belgisch Privaatrecht), Focus op verbintenissen, bijdragen in de Artikelsgewijze Commentaar Bijzondere Overeenkomsten, redactielid van TBBR en NTBR

Sebastien De Rey

U publiceert een nieuwe titel in de prestigieuze reeks Beginselen van Belgisch Privaatrecht. Hoe heeft u het schrijven van het boek aangepakt? Hoe heeft u de inhoud gestructureerd?

Een nieuwe publicatie blijft altijd spannend, maar dit boek is voor mij echt bijzonder omdat het verschijnt in die mooie ‘groene reeks’, de Beginselen van Belgisch Privaatrecht, een reeks die ik zelf al jarenlang raadpleeg. Ruim anderhalf jaar heb ik intensief aan dit boek gewerkt, maar het is vooral een culminatie van meerdere jaren onderzoek en onderwijs op het domein het verbintenissenrecht. Met name mijn buitenlandse lesopdracht, en dus het onderwijzen van buitenlands recht, hebben mij geholpen om het Belgische verbintenissenrecht nog beter te begrijpen en dit in perspectief te plaatsen: welke keuzes maakte onze wetgever, en wiens belangen laten wij doorwegen?

Mijn vertrekpunt voor dit boek was uiteraard boek 5 ‘Verbintenissen’ van het Burgerlijk Wetboek. Ik koos bewust voor een brede en diepgaande behandeling van het algemeen regime van de verbintenis, waarin theorie en praktijk worden gecombineerd. In sommige andere naslagwerken bestaat de tendens om de verwijzingen naar rechtspraak en rechtsleer beperkt te houden, maar dat is niet de keuze die ik heb gemaakt. Een uitgebreid voetnotenapparaat moet de lezer helpen om de concrete toepassingen in de rechtspraak terug te vinden en kennis te nemen van de uiteenlopende standpunten in de rechtsleer. Wie verdieping zoekt, kan zo makkelijk afdalen naar gespecialiseerde literatuur. Om het boek toegankelijk te houden volgt het de structuur van de wet, maar niet mechanisch. De opbouw is thematisch en vertrekt vanuit de kern van de verbintenis, haar soorten, bronnen en modaliteiten, om zo door te steken naar haar nakoming, niet-nakoming en tenietgaan, om te eindigen met de verjaring.

Mijn vertrekpunt voor dit boek was boek 5 ‘Verbintenissen’ van het Burgerlijk Wetboek. Ik koos bewust voor een brede en diepgaande behandeling van het algemeen regime van de verbintenis, waarin theorie en praktijk worden gecombineerd.

Waarom een boek over het algemeen regime van de verbintenis?

In de reeks Beginselen van Belgisch Privaatrecht ontbrak tot voor kort een titel over verbintenissen. Met de inwerkingtreding van het nieuwe verbintenissenrecht kon dat uiteraard niet zo blijven. Ik was dan ook dankbaar dat de editors van de reeks mij deze titel wouden toevertrouwen. 

Bij het uittekenen van het opzet voor deze titel, realiseerde ik mij al snel dat bij de inwerking van het nieuwe verbintenissenrecht, op 1 januari 2023, de aandacht vooral uitging naar de regels toepasselijk op contracten, maar minder naar het algemeen regime van de verbintenis. Nochtans liggen ook in het algemeen regime van de verbintenis rechtsregels besloten die in de praktijk zeer belangrijk zijn. Ik denk aan de regels over de opschortende en ontbindende voorwaarde, deze over hoofdelijkheid, ondeelbaarheid en in solidum-gehoudenheid, maar ook de regels over toerekening van betalingen, overdracht van verbintenissen en deze over bijvoorbeeld schuldvergelijking, schuldvernieuwing en afstand. Daarom heb ik ervoor gekozen om het eerste deel van de titel te wijden aan het algemeen regime van de verbintenis, ook wel het algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht genoemd. 

Dat algemene gedeelte vormt het gemeen recht binnen het verbintenissenrecht: het bevat de regels toepasselijk op elke verbintenis, ongeacht of de verbintenis voortvloeit uit een contract, een eenzijdige rechtshandeling, een oneigenlijk contract, de buitencontractuele aansprakelijkheid of de wet. Deze regels vinden dus niet alleen toepassing op contractuele verbintenissen, maar bijvoorbeeld ook op fiscale schulden en alimentatieschulden, de verbintenis tot herstel van schade en deze uit een aanbod of een eenzijdige belofte. 

Wat waren voor u de grootste uitdagingen bij het schrijven van het boek? 

De grootste uitdaging was het zoeken naar de juiste balans. De balans tussen grondigheid en toegankelijkheid, maar ook de balans tussen het oude recht en het nieuwe verbintenissenrecht. Hier heb ik de radicale keuze gemaakt om te vertrekken van het verbintenissenrecht uit boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, zonder voortdurend terug te grijpen naar het oude recht. Dat betekent niet dat het oude recht volledig overboord is gegaan. Op heel wat punten blijven de onder het oude recht gewezen rechtspraak en rechtsleer relevant om de nieuwe bepalingen te begrijpen. Waar dat relevant is, komen zij dus nog aan bod. Daarnaast heeft de wetgever zich voor verschillende bepalingen van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek door buitenlandse wetboeken laten inspireren. Voor die bepalingen heb ik mij gesteund op de rechtsvergelijking en de rechtspraak en rechtsleer uit het buitenland, in een poging om de draagwijdte van deze nieuwe wetsbepalingen scherper te krijgen. 

Het boek richt zich tot elkeen die vragen heeft over het algemeen regime van de verbintenis. Het wil een naslagwerk bieden voor advocaten, magistraten, notarissen, gerechtsdeurwaarders, academici, maar ook voor gevorderde studenten en iedereen die student was in het verleden. De tentakels van het algemeen regime van de verbintenis reiken immers bijzonder ver.

Voor wie is het boek onmisbaar? Hoe helpt het juristen in hun dagelijkse praktijk?

Het boek richt zich tot elkeen die vragen heeft over het algemeen regime van de verbintenis. Het wil een naslagwerk bieden voor advocaten, magistraten, notarissen, gerechtsdeurwaarders, academici, maar ook voor gevorderde studenten en iedereen die student was in het verleden. De tentakels van het algemeen regime van de verbintenis reiken immers bijzonder ver. Het werkt door in het contracten- en aansprakelijkheidsrecht, bijzondere contractenrecht – met onder meer koop, huur, aanneming en lastgeving – en het goederen- en zekerhedenrecht, maar ook in het familie- en familiaal vermogensrecht, het verzekeringsrecht, het arbeidsrecht, het economisch recht, enz. De talrijke verwijzingen naar rechtspraak en rechtsleer maken het tot een praktisch werkinstrument in de dagelijkse juridische praktijk. Elk hoofdstuk liet ik voorafgaan door een essentiële bibliografie, die de lezer meteen een overzicht geeft van relevante rechtsleer. Via het trefwoordenregister achteraan in het boek kan een relevante passage snel worden teruggevonden. 

Het nieuwe verbintenissenrecht uit boek 5 BW is in werking getreden op 1 januari 2023. Is er dan nog ruimte voor rechtsontwikkeling? 

Uiteraard, codificatie hoeft niet tot stilstand te leiden. Ook bij de invoering van nieuwe buitenlandse wetboeken klonk vaak de vrees dat de rechtsontwikkeling zou vastlopen en plaats zou maken voor een strikt legisme, uit een bijna heilig ontzag voor de nieuwe wettekst en de toelichting. Men voerde aan dat met de modernisering van het recht het argument van verouderde wetgeving wegviel, en daarmee dus ook de ruimte voor de rechter om de regels te interpreteren. De ervaring leert echter iets anders. In Nederland is de rechtspraak na de invoering van het Burgerlijk Wetboek, inmiddels meer dan dertig jaar geleden, gewoon verder geëvolueerd in het spoor van het oude recht: daar blijkt duidelijk dat de rechtspraak bij de invulling van haar rechtsvormende opdracht is doorgegaan in de richting die zij onder het oude recht was opgeroeid. Ook in Frankrijk, waar het vernieuwde verbintenissenrecht nu tien jaar wordt toegepast, tekent zich geleidelijk hetzelfde beeld af. Dat stemt hoopvol voor België. Codificatie hoeft niet te leiden tot stagnatie. Integendeel, ook onder het nieuwe recht heeft de wetgever sommige vragen bewust opengelaten, omdat de stand van het recht nog niet rijp was voor codificatie. Hier blijft dus een essentiële rol weggelegd voor de rechtspraak en de rechtsleer in de verdere ontwikkeling van het verbintenissenrecht.

 

 

Back To Top