Legal 09 september, 2026

Minimumbezoldiging bedrijfsleiders aanslagjaar 2027

In het kader van de hervorming van de personenbelasting van 15 juli 2026 (BS 29 juli 2026) wordt de minimumbezoldiging die aan een bedrijfsleider toegekend moet worden om het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting te kunnen genieten, verhoogd én sinds aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd. Bereken of het zinvol is om de bezoldiging te verhogen in monKEY.
Nog geen toegang tot de tools? Ontdek monKEY.

Algemeen: de minimumbezoldigingsvoorwaarde

Om als kleine vennootschap het verlaagd tarief van 20 % in de vennootschapsbelasting te kunnen toepassen op de eerste schijf van 100 000 EUR winst, moet aan verschillende voorwaarden voldaan zijn. Een daarvan is de zogenaamde minimumbezoldigingsvoorwaarde: de vennootschap moet ten laste van het resultaat van het belastbaar tijdperk aan minstens één bedrijfsleider-natuurlijke persoon een bezoldiging toekennen die minstens gelijk is aan een wettelijk grensbedrag.

Verhoging en indexering sinds de hervorming

Tot en met aanslagjaar 2026 bedroeg de minimumbezoldiging een vast bedrag van 45 000 EUR. Sinds de wet van 15 juli 2026 wordt dit bedrag niet langer vast in de wet ingeschreven, maar jaarlijks geïndexeerd en afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal. Vandaar dat het voortaan van aanslagjaar tot aanslagjaar kan wijzigen. Waarom eerst 50 000 EUR circuleerde, en het uiteindelijk 51 000 EUR werd. 

Bijgestelde indexcoëfficiënt

Bij het opstellen van de wet (eind 2025) gebruikte de regering nog de toen bekende indexcoëfficiënt van 2,0096. Toegepast op het basisbedrag van 25 000 EUR gaf dat 50 240 EUR, afgerond op 50 000 EUR.
Let op: 50 000 EUR was nooit definitief, slechts een raming. Bij de definitieve publicatie bleek de coëfficiënt hoger: 2,0592 (bekendgemaakt door de FOD Financiën in augustus 2026). Hetzelfde basisbedrag van 25 000 EUR levert dan 51 480 EUR op, afgerond op 51 000 EUR.Kortom: het verschil zit niet in een fout, maar in een bijgestelde indexcoëfficiënt tussen de raming en de definitieve toepassing.

Concreet: het bedrag voor aanslagjaar 2027

Om voor aanslagjaar 2027 het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting te kunnen genieten (als de overige voorwaarden ook voldaan zijn), moet de bezoldiging minstens gelijk zijn aan:

  • 51 000 EUR; of
  • het belastbaar resultaat van de vennootschap, wanneer dat lager is dan 51 000 EUR.

Omdat de minimumbezoldiging voortaan jaarlijks geïndexeerd wordt, kan het vereiste bedrag in de volgende aanslagjaren opnieuw wijzigen.

Wat blijft ongewijzigd?

  • Startersvrijstelling: de voorwaarde geldt nog steeds pas vanaf het vijfde belastbare tijdperk sinds de oprichting van de vennootschap (die geen reeds bestaande activiteit voortzet; zie Creatief Boekhouden nr. 2018/06). Starters ontsnappen dus de eerste vier boekjaren aan deze toets.
  • Alternatief bij beperkte winst: blijft de bezoldiging onder het geïndexeerde grensbedrag, dan blijft het verlaagd tarief toch behouden als de bezoldiging minstens gelijk is aan het belastbaar resultaat van de vennootschap zelf.
  • Samenhang met de 20%-VAA-toets: dezelfde hervormingswet voert ook een sanctie in wanneer het bovenmatig aandeel voordelen van alle aard meer dan 20 % van de totale bezoldiging van de bedrijfsleider bedraagt. Ook dan verliest de vennootschap het verlaagd tarief, zelfs als de minimumbezoldiging op zich wél gehaald wordt.
  • Andere voorwaarden voor verlaagd tarief: ook de andere voorwaarden voor het verlaagd tarief blijven van kracht, nl. een kleine vennootschap zijn, niet te veel aandelen bezitten en niet voor minstens de helft vennootschappen hebben als aandeelhouders.
  • Link met roerende voorheffing op dividenden van dbi-beleggingsvennootschappen: vanaf aj. 2026 kan een vennootschap de roerende voorheffing op dbi-dividenden van een beleggings- of vastgoedvennootschap enkel nog verrekenen als ze aan minstens één bedrijfsleider deze minimumbezoldiging toekent. Zie hierover ook Creatief Boekhouden 2026/06.

Praktisch: wat betekent dit voor u als accountant?

  • Bouw de indexering in uw jaarlijkse planning in. Vanaf aj. 2027 wijzigt dit bedrag jaarlijks. Neem de check van het geïndexeerde bedrag standaard op in uw jaarafsluitingschecklist.

  • Bijkomende bezoldiging. De vennootschap kan nog een bijkomende bezoldiging toekennen om het vereiste bedrag te halen. Dit kan in een of meerdere keren gebeuren tijdens het boekjaar (bv. in de laatste maand) en ook nog als tantième op de algemene vergadering bij de afsluiting van het boekjaar.
  • Combineer met de 20%-VAA-toets. Ook als de minimumbezoldiging gehaald wordt, kan het verlaagd tarief alsnog sneuvelen door een te hoog aandeel forfaitaire voordelen van alle aard. Beide voorwaarden moeten afzonderlijk worden getoetst.
  • Documenteer de wettelijke basis correct. Verwijs in dossiers en adviesnota’s naar art. 215, derde lid, 4° WIB 1992, zoals vervangen door art. 80 en 88 van de wet van 15 juli 2026 (BS 29 juli 2026) en dus niet naar de oudere versie met het vaste bedrag van 45 000 EUR, en evenmin naar het voorlopige cijfer van 50 000 EUR uit de aanloopfase van het wetgevend proces.
  • Algemeen. Vergeet niet met alle relevante elementen rekening te houden bij de bepaling van de bezoldiging in een vennootschap. Een aanzet hiertoe vindt u in Creatief Boekhouden nr. 2026/08.

Conclusie

Voor aanslagjaar 2027 bedraagt de minimumbezoldiging voor het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting 51 000 EUR. Kleine vennootschappen doen er goed aan tijdig na te gaan of aan deze voorwaarde voldaan is, aangezien de minimumbezoldiging voortaan jaarlijks geïndexeerd wordt.

Bron: Creatief Boekhouden nr. 2026/13, Weken van 17 augustus tot 30 augustus 2026, geraadpleegd via monKEY
Auteur: Isabel Van den Dorpe, bestuurder REFIBO bv – Gecertificeerd fiscaal accountant

Aan de slag

Herbereken tijdig met de tools in monKEY

Ontdek de kennisbank voor accountants en tax-professionals.

Back To Top