Fiscaliteit & Accounting04 augustus, 2026

Hervorming personenbelasting: maatregelen om werken en ondernemen fiscaal aantrekkelijker te maken

De federale wetgever komt met een van de belangrijkste hervormingen van de personenbelasting van de voorbije jaren. De ‘Hervormingswet Personenbelasting van 15 juli 2026’ bevat een breed pakket aan fiscale maatregelen die de belasting op arbeid moeten verlagen en werken aantrekkelijker moeten maken.Centraal staan een stapsgewijze verhoging van de belastingvrije som, hogere toeslagen voor kinderen ten laste, een uitbreiding van de fiscale voordelen voor overuren en nieuwe fiscale stimuli voor zelfstandigen en ondernemers. Daarnaast zijn er wijzigingen voor gepensioneerden en leefloongerechtigden. We stippen de belangrijkste nieuwigheden kort aan.

Hogere belastingvrije som (Titel 2)

De belastingvrije som – het deel van het inkomen waarop geen personenbelasting wordt betaald – wordt in verschillende stappen verhoogd:

  • aanslagjaar 2027: van 4785 naar 4945 EUR;
  • aanslagjaar 2028: van 4945 naar 4990 EUR;
  • aanslagjaar 2029: van 4990 naar 5070 EUR;
  • aanslagjaar 2030: van 5070 naar 5840 EUR;
  • aanslagjaar 2031: van 5840 naar 6230 EUR.

Daarna zal de Koning het bedrag aanpassen zodat het, na indexering, overeenkomt met 15 600 (geïndexeerd) EUR vanaf aanslagjaar 2031.

Let op! De bijzondere schaal die momenteel wordt gebruikt om de belasting op de belastingvrije som te berekenen, wordt met ingang van het inkomstenjaar 2029 afgeschaft. In de toekomst zal een enkele schaal worden toegepast, wat zal bijdragen aan een vereenvoudiging van de belastingberekening.

Hogere toeslagen voor kinderen ten laste (Titel 3)

Ook de toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste worden stapsgewijs verhoogd. De toeslag voor het eerste kind stijgt geleidelijk van 870 EUR naar 1162,50 EUR, terwijl de toeslag voor twee kinderen toeneemt van 2240 EUR naar 2325 EUR. Deze verhogingen worden gespreid ingevoerd tussen de aanslagjaren 2027 en 2030.

Daarnaast scherpt de wet de voorwaarden voor bepaalde toeslagen aan. Zo zal de bijkomende toeslag voor alleenstaande ouders in principe alleen nog worden toegekend wanneer geen andere volwassenen – behalve kinderen en bepaalde familieleden – deel uitmaken van het gezin op 1 januari van het aanslagjaar.

Afbouw van belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomens (Titel 4)

Een derde maatregel heeft betrekking op de belastingverminderingen die van toepassing zijn op pensioenen en vervangingsinkomens. De bedragen van die belastingverminderingen worden aangepast ten belope van het voordeel dat volgt uit de verhoging van de belastingvrije som. Daarnaast komen er ook specifieke aanpassingen voor werkloosheidsuitkeringen en voor hoge pensioenen.

De werkloosheidsuitkeringen genieten momenteel een specifieke belastingvermindering in de personenbelasting. Dat belastingvoordeel wordt nu geleidelijk afgebouwd. Dat geldt ook voor de verminderingen die bestaan voor de hogere pensioeninkomens.

Afbouw Huwelijksquotiënt (Titel 5)

Het huwelijksquotiënt voor niet-gepensioneerden wordt vanaf aanslagjaar 2027 over een tijdspanne van 4 jaar gehalveerd. Voor gepensioneerden wordt die afschaffing gespreid over een langere periode van 20 jaar. Het huwelijksquotiënt zal ook niet meer worden geïndexeerd.

Leefloon als belastbaar inkomen (Titel 6)

Een opvallende wijziging is dat het (equivalent) leefloon voortaan principieel als belastbaar inkomen wordt beschouwd. Om te vermijden dat personen met een laag inkomen hierdoor zwaarder worden belast, voorziet de wet tegelijkertijd in een specifieke belastingvermindering voor leeflonen en in een tijdelijk verhoogd belastingkrediet voor kinderen ten laste voor bepaalde leefloongerechtigden.

Fiscaal voordeel voor overuren (Titel 7)

De fiscale voordelen voor overuren worden uitgebreid om overuren aantrekkelijker te maken. Zo wordt in eerste instantie het aantal vrijwillige overuren zonder overwerktoeslag permanent opgetrokken en de fiscale regeling wordt afgestemd op de arbeidsrechtelijke regeling.

Concreet zullen er op jaarbasis tot 360 vrijwillige overuren worden gepresteerd, waarvan er 240 vrijgesteld zijn van sociale bijdragen en belastingen. De regel treedt retroactief in werking op 1 april 2026 en is van toepassing op de overuren die vanaf die datum worden gepresteerd (opgelet uitzondering voor flexi’s). Daarnaast wordt de tijdelijke regeling met 130 fiscaal voordelige overuren[...]

Lees verder op monKEY

De kennisbank voor accountants & tax professionals 

Bron: 15 juli 2026 – Wet tot hervorming van de personenbelasting, BS 29 juli 2026, p. 40196. 

Back To Top