Legal 01 september, 2026

De mentorship gap in de advocatuur: wie vormt de jurist van morgen?

Een advocaat-stagiair die urenlang contractclausules doorleest. Een startende fiscalist die rechtspraak opzoekt en vergelijkt. Niet het meest inspirerende werk, wél de voedingsbodem waar juridisch inzicht wordt gesmeed, zeker aan het begin van een carrière. Maar nu AI steeds vaker ondersteunende analyse-, zoek- en schrijftaken overneemt of versnelt, hoe bouwt de volgende generatie juristen de expertise dan nog op die nodig is om AI-output kritisch te beoordelen? Dit artikel zoomt in op drie concrete risico's en hoe kantoren het juridisch oordeelsvermogen van jonge juristen kunnen vrijwaren.

Leren door te doen: een model onder druk

De begeleiding van jonge juristen was nooit vanzelfsprekend. In veel kantoren leerden juniors al doende: fiscale rulings analyseren, cassatiearresten doorgronden, overeenkomsten nalezen en patronen herkennen. Via dat routinewerk, aangevuld met feedback van ervaren collega's, groeiden schoolverlaters geleidelijk uit tot zelfstandige juridische professionals.

Nu AI steeds vaker het eerste opzoek- en schrijfwerk overneemt, verdwijnt ook een belangrijk deel van die leercyclus. Die bezorgdheid leeft ook binnen de advocatuur. In een recente bevraging gaf bijna driekwart van de advocaten aan zich zorgen te maken over de impact van AI op de ontwikkeling van juridisch redeneervermogen bij jonge collega's, terwijl slechts een kleine minderheid AI als een versterking van het leerproces ziet. En dat maakt een uitdaging zichtbaar die er altijd al was: juridisch beoordelingsvermogen aanleren vraagt tijd en gerichte begeleiding. Kantoren die dat negeren, vormen juniors die vlot met AI werken, maar niet weten wanneer ze de output moeten corrigeren of naast zich neerleggen.

Dat vertaalt zich in drie concrete risico's:

  1. Verificatie als blinde vlek
    AI-fouten klinken vaak overtuigend, van plausibel ogende bronverwijzingen tot zelfverzekerde juridische argumentaties. Een junior die zelf nog niet veel primaire bronnen heeft opgezocht en getoetst, heeft geen referentiekader om die output mee te vergelijken. Niet toevallig noemen heel wat advocaten zwakke verificatie- en broncontrole als grootste zorg bij jonge juristen.
  2. Oordeel zonder fundament
    Juridisch oordeel leer je door fouten te maken, die fouten te begrijpen en het de volgende keer beter te doen. Wie zelden zelf een redenering heeft opgebouwd, mist het fundament om AI-antwoorden kritisch te beoordelen. En dat is precies wat bij junior advocaten steeds vaker ontbreekt: niet zozeer de technische kennis, maar het vermogen om diep juridisch te redeneren en argumenteren. 
  3. Zelfvertrouwen onder druk
    Juniors werken sneller dankzij AI, maar voelen zich minder zeker. Minder routinewerk betekent minder kansen om juridische basisreflexen te ontwikkelen, zoals het herkennen van de bronhiërarchie of het inschatten of bepaalde rechtspraak werkelijk van toepassing is. Die aarzeling neemt toe naarmate de dossiers complexer worden.

Bewuster opleiden in het AI-tijdperk

De oplossing schuilt niet in minder AI gebruiken, maar in de hertekening van de manier waarop jonge juristen worden opgeleid. Learning by doing volstaat niet langer als opleidingsstrategie. Juridisch inzicht vraagt bewuste begeleiding en feedback, zodat er ruimte ontstaat om kritisch te leren denken, ook - en vooral - in een AI-tijdperk.

Drie concrete verschuivingen zijn daarvoor nodig:

  1. Van output naar oordeelsvorming. Jonge juristen leren niet alleen wat AI antwoordt, maar waarom een antwoord klopt, onvolledig is of fout kan zijn. AI-geletterdheid en het kritisch analyseren van AI-output worden dan een expliciet onderdeel van de opleiding.
  2. Van informele naar doelgerichte mentoring. Meekijken en meedraaien in dossiers volstaat niet langer als AI het voorbereidende werk doet. Mentoring en feedback door senior collega's moeten bewuster worden georganiseerd, los van toevallige leermomenten en billable hours.
  3. Van snelheid naar kwaliteit. AI versnelt de output, maar juridisch beoordelingsvermogen blijft een menselijke verantwoordelijkheid. Kantoren die verificatie en kritisch denken centraal zetten in de begeleiding van juniors, investeren in betere juristen én een betere juridische dienstverlening.

Libra en InView Legal als transparante leeromgeving

Libra en InView Legal zijn precies zo gebouwd dat elk antwoord herleidbaar is naar de onderliggende wetgeving, rechtspraak en rechtsleer. Bronnen zijn instant zichtbaar, zodat verificatie deel uitmaakt van het leer- en werkproces zelf.

Viktor von Essen, CEO van Libra by Wolters Kluwer, vat het als volgt samen: "Juridische AI zal niet falen omdat ze onvoldoende capabel is. Ze zal falen waar ze niet goed verankerd is." Een tool die bronnen verbergt, ontlast juniors van het denken. Maar een tool die bronnen toont, nodigt hen juist uit om mee na te denken en de onderliggende rechtspraak of doctrine dieper te onderzoeken.

Met tools zoals Libra en InView Legal krijgt de leerschool een nieuwe vorm. De jonge jurist of fiscalist die contractclausules doorleest of rechtspraak afweegt, leert nog altijd door te doen, maar leert tegelijk om AI-output kritisch te toetsen. Zo vervangt AI de juridische expertise niet: wanneer kennis, technologie en workflow goed op elkaar aansluiten, kan ze die juist versterken. Wie de begeleiding daarbij structureel organiseert, voorkomt dat de volgende generatie juristen sneller werkt, maar slechter beslist.

 

Back To Top