De AI Act is volop in uitvoering. Bijna twee jaar na de inwerkingtreding worden de Europese regels verder gefaseerd van kracht, met deadlines die zich uitstrekken tot 2030. Voor advocaten en juridische professionals is die tijdlijn even belangrijk als de inhoud van de verordening zelf, zeker nu de regelgeving ook in de Belgische rechtspraktijk steeds concreter vorm krijgt. Welke mijlpalen mag u niet missen? En hoe vertalen de Orde van Vlaamse Balies (OVB) en de Ordre des Barreaux Francophones et Germanophone (OBFG) dit Europees kader naar de Belgische advocatuur? Een chronologisch overzicht.
De impact van de AI Act op Belgische advocaten
De AI Act hanteert een risicogebaseerde aanpak: hoe groter de potentiële impact van een AI-systeem op gezondheid, veiligheid of grondrechten, hoe strenger de verplichtingen.
In de Belgische advocatuur is die regelgeving intussen volop realiteit. Begin 2025 vertaalden de OVB en de OBFG de Europese regels naar concrete deontologische standpunten voor elke advocaat die AI inzet. Dat een duidelijk kader geen overbodige luxe is, bleek recent: voor het eerst kreeg een Belgische advocaat een rechterlijke sanctie nadat AI-hallucinaties hadden geleid tot een vertraging van de rechtspleging.
Welke AI-verplichtingen zijn vandaag al van kracht, en wat volgt nog? Hieronder volgen de belangrijkste implementatiemijlpalen van de AI Act.
De AI Act wacht niet. Dit zijn de mijlpalen en deadlines.
12 juli 2024 | Publicatie in het Publicatieblad van de EU
De definitieve tekst van de AI Act wordt gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Daarmee is de laatste stap in het Europese wetgevingsproces afgerond.
1 augustus 2024 | De AI Act treedt in werking
Twintig dagen na de publicatie treedt de AI Act officieel in werking. De toepassing van de verschillende verplichtingen verloopt echter gefaseerd en spreidt zich uit over meerdere jaren.
Januari 2025 | OVB en OBFG publiceren deontologische AI-richtlijnen
De Belgische balies publiceren gezamenlijke deontologische aanbevelingen voor het gebruik van artificiële intelligentie door advocaten. Deze voeren geen nieuwe deontologische verplichtingen in, maar vertalen bestaande kernwaarden, zoals waardigheid, rechtschapenheid, kiesheid, onafhankelijkheid en het beroepsgeheim, naar het gebruik van AI in de advocatenpraktijk.
2 februari 2025 | Eerste verplichtingen worden van toepassing, waaronder AI-geletterdheid
De eerste bepalingen van de AI Act worden van kracht. Bepaalde AI-praktijken worden verboden, zoals systemen die gedrag manipuleren, sociale scores toekennen of realtime biometrische identificatie in openbare ruimten mogelijk maken, behalve in uitzonderlijke, wettelijk omschreven gevallen. Ook de verplichting rond AI-geletterdheid treedt vanaf deze datum in werking. Werkgevers moeten medewerkers die AI gebruiken voldoende kennis bijbrengen om de technologie verantwoord in te zetten.
2 augustus 2025 | Verplichtingen voor General-Purpose AI (GPAI)
Generieke AI-modellen (General-Purpose AI of GPAI), zoals grote taal- en beeldmodellen die in uiteenlopende toepassingen kunnen worden geïntegreerd, moeten vanaf deze datum voldoen aan specifieke transparantie-, documentatie- en governanceverplichtingen.
2 augustus 2026 | Artikel 50 AI Act: transparantie wordt verplicht
Vanaf 2 augustus 2026 treedt artikel 50 van de AI Act in werking. De kernboodschap is helder: wie AI inzet, moet daar transparant over communiceren. Chatbots moeten zichzelf kenbaar maken als AI-systeem, emotieherkenningssoftware moet gebruikers daarover informeren, en AI-gegenereerde inhoud krijgt een verplicht label.
Bijzondere aandacht gaat daarbij naar informatieve teksten. Zet u AI in om te informeren over een onderwerp van algemeen belang, dan moet u dat vermelden. Tenzij een medewerker de tekst vooraf controleert en de organisatie verantwoordelijkheid draagt voor de definitieve versie.
Dat onderscheid is essentieel. Een AI-gegenereerde nieuwsbrief of cliëntenupdate die zonder menselijke eindredactie de deur uitgaat, valt onder de transparantieverplichting. Wie AI inzet als hulpmiddel en de output zelf redigeert en ondertekent, valt buiten die verplichting maar draagt dan wel de volledige verantwoordelijkheid voor de inhoud. Er rust met andere woorden een grote verantwoordelijkheid op de persoon die de tekst finaal goedkeurt.