Legal18 juni, 2026

Grondwaterrechten doorgrond

In het dubbelnummer1-2/2026 van het Tijdschrift voor Privaatrecht analyseert Flore Vavourakis hoe het private waterrecht het grondwaterbegrip invult. We evalueren vier strekkingen in de rechtspraak en rechtsleer die tot een verdeling van rechten op dat grondwater komen. 
Lees het Tijdschrift voor Privaatrecht op InView Legal

Duurzaam zoetwatergebruik is de uitdaging van de 21ste eeuw.

Waterkwaliteit, wateroverlast en waterschaarste staan dan ook steeds hoger op de maatschappelijke agenda, zowel in Nederland als in België. De traumatische gevolgen van overstromingen kennen de lage landen al langer. Recente overstromingen rijten bijgevolg oude wonden open. Door klimaatverandering neemt echter niet alleen de kans op overstromingen toe. België en Nederland worden ook geconfronteerd met een relatief nieuw fenomeen: langdurige droogte. 

Maatregelen tegen overstromingen en droogte

Maatregelen tegen overstromingen en tegen droogte kunnen gelukkig hand in hand gaan. Wanneer we de natuurlijke sponswerking van het landschap herstellen, zal het landschap meer water bufferen in natte periodes zodat minder neerslagwater onmiddellijk afstroomt naar overstromingsgevoelige gebieden én vullen onze grondwaterreserves aan met insijpelend neerslagwater om latere periodes van droogte te overbruggen. Het oude uitgangspunt van versneld water afvoeren, eigen aan een historisch natte regio, moet daarom in tijden van klimaatverandering zo veel mogelijk plaats maken voor het bovenstrooms vasthouden, infiltreren, bufferen en vertraagd afvoeren van water. De insteek van het sponslandschap kan samengevat worden als een paradigmawissel ‘from draining to retaining’.
Het besef dat een paradigmawissel noodzakelijk is om levens, infrastructuur en natuur te beschermen sijpelt langzaamaan door in internationale en publiekrechtelijke instrumenten. Die opereren echter niet in een maatschappelijk, noch in een juridisch vacuüm.

Privaatrecht in België en Nederland

Juridisch gezien moet ook rekening gehouden worden met het privaatrecht. Zo bevatten de Nederlandse en Belgische burgerlijke wetboeken bepalingen over water. Juristen die de private waterbepalingen interpreteren en toepassen, maken (impliciet) aannames over de werking van het watersysteem. In deze bijdrage evalueren we die aannames over grondwater in de Nederlandse en Belgische rechtspraak en rechtsleer. Daartoe confronteren we de toepassing van goederenrechtelijke concepten op grondwater met niet-juridische kennis uit de geohydrologie. 

In het dubbelnummer1-2/2026 van TPR wordt ten eerste geanalyseerd hoe het private waterrecht het grondwaterbegrip invult. Ten tweede evalueren we vier strekkingen in de rechtspraak en rechtsleer die via vier verschillende goederenrechtelijke concepten – natrekking, res nullius, gemene voorwerpen en domanialiteit – tot een verdeling van rechten op dat grondwater komen. De interdisciplinaire evaluatie van deze grondwaterrechten maakt duidelijk waarom een grondwaterverdeling niet gemaakt kan worden op basis van een ‘natuurlijke’ opdeling in de ondergrond. 
Het onderzoek draagt bij aan meer rechtszekerheid inzake grondwaterrechten, niet door wetswijzigingen voor te stellen, maar door een interpretatie aan te reiken van de bestaande privaatrechtelijke grondwaterbepalingen die te verzoenen is met de huidige geohydrologische inzichten in de werking van het grondwatersysteem.

Auteur: ​Flore Vavourakis, doctoraatsonderzoeker Instituut voor Goederenrecht KU Leuven.

Back To Top