Wolters Kluwer werkt samen met tal van toonaangevende auteurs en experts. In dit interview vertelt Steven Brouwers over de grondige herwerking van het APR-werk Alimentatierecht, de belangrijkste evoluties binnen het alimentatierecht en de inzichten die praktijkjuristen uit deze nieuwe editie kunnen halen.
Steven Brouwers over de belangrijkste evoluties in het alimentatierecht
Steven Brouwers
Functie: Advocaat-bemiddelaar in familiezaken, docent
Specialisatie: Alimentatierecht en echtscheidingsrecht evenals de familiale bemiddeling
Auteur Wolters Kluwer-publicaties: Bestendig Handboek Echtscheiding, Modellen voor het Bedrijfsleven, bijdragen in Notarieel en Fiscaal Maandblad, Nieuwsbrief Notariaat, Recht & Praktijk, Reeks Notariële Praktijkstudies, Droit Notarial, Huwelijksvermogensrecht Topics, Handboek voor de stagiair Familierecht, Handboek Bijzondere opleiding Jeugdrecht
Favoriete boek/publicatie: R. DEKKERS, Handboek Burgerlijk recht
Wat was de aanleiding voor dit boek?
De eerste editie van dit werk verscheen in 2009. Sindsdien heeft het alimentatierecht een ingrijpende evolutie doorgemaakt. De redactie van APR vroeg mij daarom of ik bereid was het boek grondig te herwerken en te actualiseren.
Op die vraag ben ik graag ingegaan. Niet alleen omdat het boek destijds bijzonder gunstig werd onthaald en een mooie plaats inneemt binnen de prestigieuze APR-reeks, maar ook omdat er binnen de Nederlandstalige rechtsleer geen vergelijkbaar werk beschikbaar is. Ik bedoel daarmee een studie waarin het begrip ‘alimentatie’ op een systematische, diepgaande en omvattende wijze wordt behandeld, en niet louter vanuit een overzicht van rechtspraak.
De oorspronkelijke editie verscheen kort na de Echtscheidingswet van 2007. Sindsdien volgden talrijke wetswijzigingen en belangrijke ontwikkelingen in de rechtspraak. Zo kwam er een bijzondere rechtspleging inzake kinderalimentatie met de invoering van verplichte parameters en de opkomst van rekentools. Daarnaast bracht de wet op de familie- en jeugdrechtbanken een aantal belangrijke vernieuwingen mee, zoals bemiddeling, de kamer voor minnelijke schikking, de blijvende saisine, de voorlopige binding en de principiële uitvoerbaarheid van uitspraken van de familierechtbanken.
Al deze ontwikkelingen maakten een grondige herwerking en actualisering van het werk noodzakelijk.
Wat zijn volgens u de belangrijkste evoluties binnen het alimentatierecht?
De meest opvallende evolutie is ongetwijfeld de toenemende contractualisering van het alimentatierecht. Die tendens manifesteert zich vooral bij kinderalimentatie en onderhoudsuitkeringen na echtscheiding. Ook de onderhoudsverplichtingen tussen wettelijke en feitelijke samenwoners ontsnappen daar niet aan. In dat proces spelen rechtsleer en rechtspraak een belangrijke rol.
De onderhoudsverplichtingen tijdens het huwelijk lijken iets minder sterk door deze evolutie te worden beïnvloed. Dat heeft wellicht te maken met het feit dat echtgenoten vandaag sneller beslissen om een huwelijk te beëindigen en een echtscheiding doorgaans relatief snel kan worden verkregen.
Tegelijkertijd zien we een opmerkelijke paradox. Terwijl partijen steeds meer worden aangemoedigd om zelf afspraken te maken, grijpt de wetgever steeds nadrukkelijker in bij de totstandkoming van alimentatieovereenkomsten. De contractvrijheid wordt daardoor geleidelijk beperkter en de rechterlijke controle neemt toe.
Een tweede belangrijke ontwikkeling is de groeiende betekenis van het begrip ‘het belang van het kind’. Dat de wetgever hier veel belang aan hecht, is uiteraard toe te juichen. Toch mag dit begrip niet uitgroeien tot een allesoverheersend criterium dat elke rechterlijke beslissing of overeenkomst domineert. Juist omdat het een open en relatief vaag begrip is, verdient het een genuanceerde en zorgvuldige toepassing.
Hanteert het werk een specifieke invalshoek?
Ja. Het boek vertrekt vanuit een indeling van alimentatiegelden in enerzijds de wettelijk georganiseerde onderhoudsverplichtingen en anderzijds de wettelijk niet-georganiseerde onderhoudsverplichtingen.
Binnen de eerste categorie wordt vervolgens een onderscheid gemaakt tussen onderhoudsverplichtingen die gebaseerd zijn op de levensstandaard en onderhoudsverplichtingen die steunen op een staat van behoefte.
In algemene handboeken en cursussen personen- en familierecht wordt het alimentatierecht tegenwoordig vaak besproken vanuit een andere benadering, namelijk het onderscheid tussen verticale en horizontale familiale relaties.
De door mij gehanteerde indeling was reeds aanwezig in de editie van 2009, zodat het logisch was die te behouden. De belangrijkste reden is echter dat deze structuur toelaat de materie grondiger en gedetailleerder te analyseren. Van een diepgaande behandeling van een specifiek trefwoord binnen de APR-reeks mag dat ook worden verwacht.
Voor welk publiek is het boek in het bijzonder bedoeld?
Het werk is een wetenschappelijk onderbouwde en zo volledig mogelijk gedocumenteerde studie, in de eerste plaats gericht op praktijkjuristen zoals advocaten, magistraten, notarissen en bemiddelaars.
Daarnaast kan het ook een waardevol referentiewerk zijn voor academici, onderzoekers en studenten die zich verdiepen in het alimentatierecht of een scriptie of thesis voorbereiden.
De praktijkgerichtheid staat daarbij centraal. Het boek beoogt een nauwkeurige en gedocumenteerde weergave te bieden van de geldende rechtsregels, de heersende opvattingen in de rechtsleer en de oplossingen die in de rechtspraak worden aangereikt. Waar relevant wordt ook mijn persoonlijke standpunt toegelicht en gemotiveerd.
Voor lezers die zich verder willen verdiepen in specifieke onderwerpen, bevat het werk bovendien passages in kleinere druk waarin bepaalde aspecten uitvoeriger worden behandeld.