Legal16 mei, 2022

Tijd voor specifieke taalwetgeving voor het onderwijs?

BOONE, R., Tijd voor specifieke taalwetgeving voor het onderwijs? 

Interview met Jonas Vernimmen

Tijdens een colloquium aan de KU Leuven over 100 jaar territorialiteitsbeginsel in de Belgische taalwetgeving ging Jonas Vernimmen na in hoeverre de huidige taalwetgeving gelijke onderwijskansen verhindert. 

Het lijkt me nuttig om specifieke taalwetgeving te voorzien om te voldoen aan de noden van het onderwijs
Lees deze bijdrage rechtstreeks in Jura →

Deze inzichten maken deel uit van een groter project waarin ik de onderwijspositie van kinderen met een migratieachtergrond onderzoek, op Europees niveau maar ook in Vlaamse scholen. Dat project gaat over de plaats van levensbeschouwing en religie op school , maar dus ook over de manier waarop er met taaldiversiteit kan worden omgegaan. Over die taaldimensie was door juristen – behalve wat Brussel betreft - nog niet veel geschreven, maar wel door pedagogen en taalkundigen. Zij hebben wel al veel onderzoek gedaan naar hoe je het best omgaat met kinderen wiens eerste taal niet de onderwijstaal is of taal van het taalgebied.’

‘Ik ben in de taalwetgeving gedoken die van toepassing is in Vlaanderen. ‘Ik kijk naar die taalwetgeving als mensenrechtenjurist en bekijk die vanuit de grotere principes, zoals recht op onderwijs en taalvrijheid. Ik probeer als jurist zo voorzichtig mogelijk om te gaan met die sociaal-wetenschappelijke literatuur. Maar er zijn intussen wel bepaalde vaststellingen waarover alsmaar meer consensus bestaat. Zo is er bijvoorbeeld de vaststelling dat ouders wiens eerste taal niet het Nederlands is, verplichten om thuis alleen maar Nederlands te gebruiken, niet werkt. Ook het principe dat fundamenteel is in de taalwetgeving, namelijk dat op school alleen Nederlands toegelaten is, is geen goed idee, want het ontneemt onderwijskansen aan kinderen.’

Ouders verplichten thuis alleen Nederlands te spreken is juridisch toch al niet haalbaar?

‘Nee, het zou botsen met een aantal grondwettelijke principes zoals de taalvrijheid. Die wordt zo geïnterpreteerd dat in de privésfeer de overheid zich amper mag bemoeien met de taal die je gebruikt. Maar toch zie je dat de decreetgever probeert om binnen te sluipen in die privésfeer. Zo zijn alle scholen verplicht om in hun schoolreglement op te nemen dat ouders een positief engagement aangaan ten aanzien van de onderwijstaal. Die bepaling is natuurlijk op 101 manieren te interpreteren, maar het signaleert wel aan ouders dat Nederlands belangrijk is en dat er verwacht wordt dat daar positief tegenover word gestaan en dat men het zal gebruiken.’

[...]

Hebt u een zicht op die schoolreglementen, en wat daar allemaal in staat?

‘Ik heb niet alle schoolreglementen in kaart gebracht. De schoolreglementen die ik zie nemen soms expliciet de wetgeving over. Maar dat is zoals gezegd abstract, en dat laat veel ruimte voor directies en leerkrachten om à l’improviste die regels te interpreteren, wat een risico inhoudt dat ze arbitrair worden toegepast.’

‘Een regel die ik zie opduiken, is een verbod om andere talen dan het Nederlands te gebruiken, een verbod dat dan ook afgedwongen wordt door straffen. Daar zijn allerlei juridische problemen mee. Het is een redelijk technische materie, maar het botst in principe met de taalvrijheid die zegt dat je vrij bent om de taal te gebruiken die je verkiest.’

Die vaagheid van de taalwetgeving heeft dus een averechts effect?

'Ja dat denk ik wel. Je hebt enerzijds de onderwijstaalwet, die zegt dat Nederlands de onderwijstaal is, en anderzijds de bestuurstaalwetgeving, die regelt welke taal schoolbesturen en leerkrachten voor communicatie met ouders en de schoolgemeenschap moeten gebruiken. Dat is behalve een aantal uitzonderingen, altijd het Nederlands. Maar die wetgeving is eigenlijk gemaakt voor openbare en gemeentebesturen en is niet aangepast aan de context van het onderwijs.'

[...]

Zou het in die optiek een oplossing zijn om een aparte taalwetgeving te maken voor scholen?

‘Wat die bestuurstaalwetgeving betreft, lijkt me dat op zich een goed idee: dat je als wetgever of decreetgever nadenkt over wat je noodzakelijk acht om te garanderen dat Nederlands de belangrijkste taal blijft. Want dat stel ik op zich ook niet in vraag, onze grondwet legt het ook op.’

‘Nu, de bestuurstaalwetgeving is duidelijk niet aangepast aan de situatie van het onderwijs. We willen namelijk ook dat ouders betrokken kunnen zijn bij de school, dat wordt ook op het Vlaamse beleidsniveau constant herhaald. Willen we dan dat onze leerkrachten effectief vasthouden aan het Nederlands, waardoor ouders minder betrokken kunnen zijn? Of zetten we ouderbetrokkenheid op de eerste plaats en geven we scholen wat meer vrijheid om andere talen dan het Nederlands te gebruiken als het nodig is? Ik denk dan bijvoorbeeld aan het Engels.’

[...]

En dat kan je niet integreren in de bestuurstaalwet?

‘Dat zou je in principe kunnen, maar die wet is op zich al een kluwen, een stuk wetgeving waarvan maar een handvol mensen begrijpt hoe ze moet worden toegepast. Dat zou daar een deel van kunnen uitmaken, en natuurlijk zou het handig zijn dat de principes overeenkomen met die uit de onderwijstaalwetgeving, maar tegelijkertijd denk ik dat je andere uitzonderingen moet voorzien gelet op die specifieke context van het onderwijs.’

[...]

Is zo’n aanpassing van de taalwetgeving realistisch?

‘Ik denk het niet. Ik ben daar niet naïef in. Mijn inschatting is dat het een explosieve materie is, zoals ze dat altijd is geweest. Ik denk dat weinig politieke partijen staan te springen om die slapende communautaire honden wakker te maken. Ik denk ook niet dat er een goed compromis uit de bus zou komen. Er is de moeilijkheid van Brussel, omdat daar de bevoegdheden anders liggen. 

[...]

Bestaat er veel rechtspraak over dit specifiek onderwerp?

‘Best weinig. Heel lang geleden was er de Belgische taalzaak. Het EHRM heeft toen onder zware druk van België, dat ermee dreigde de ratificatie van het EVRM niet te verlengen, gezegd dat de Belgische taalregeling in orde was. Maar in de nationale context is er niet zo heel veel rechtspraak.’

‘Er is wat adviesrechtspraak van de Raad van State. Zo is er het advies over een aantal immersie-initiatieven van de Franse en Duitstalige gemeenschap. 

[...]

Is het denkbaar dat je plots een rechtszaak krijgt over de taalwetgeving, zoals die er ook is gekomen over het hoofddoekenverbod in het gemeenschapsonderwijs?

‘Ik sluit niet uit dat er eens iemand probeert een taalverbod aan te vechten. De uitkomst hangt altijd af van de rechter. Het is zeker geen zwartwitdiscussie.’

[...]

‘Wat ik wel waarschijnlijker acht is dat er meer initiatieven komen vanuit bepaalde scholen om zelf de grenzen te gaan opzoeken van wat er kan. 

[...]

Hoe is het eigenlijk geregeld voor de lesuren Frans, Engels en Duits?

‘Onze decreetgever stelt momenteel prioriteiten: je moet als school eerst onderwijs in het Frans, Engels, en Duits aanbieden, voor je een andere taal kan aanbieden. Wat er de facto voor zorgt dat geen scholen nog andere talen aanbieden. Scholen die ook onderwijs van moedertalen willen aanbieden, zoals Italiaans of Turks, Arabisch, Chinees, Pools, moeten eerst de prioritaire talen aanbieden, en de facto blijkt een combinatie onmogelijk met het aantal uren dat scholen hebben. Een alternatief lijkt om het bovenop het bestaande aanbod aan te bieden, maar dan moet je dat op eigen kosten doen en bovenop de 38 uur.  

Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox
Back To Top