Fiscaliteit & AccountingLegal05 januari, 2026

Wet diverse bepalingen 2025: belangrijke fiscale hervormingen en ingrijpende wijzigingen m.b.t. werk en sociale zekerheid

Op 30 december 2025 is de langverwachte ‘Wet diverse bepalingen 2025’ gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Deze wet brengt belangrijke fiscale hervormingen met zich mee en wijzigt tegelijk diverse regels rond werk en sociale zekerheid.

Op fiscaal vlak bevat de wet ingrijpende veranderingen in onder meer: vastgoedfiscaliteit (afschaffing van de federale interestaftrek vanaf aanslagjaar 2026), expatregelingen, flexi-jobs, autofiscaliteit (nieuw aftrekregime voor hybride voertuigen), investeringsaftrek, DBI-aftrek en DBI-beveks, onderhoudsuitkeringen, belastingkredieten en vereenvoudigingen van bestaande fiscale voordelen. Daarnaast worden aanslag- en onderzoekstermijnen aangepast en verdwijnen verschillende belastingverminderingen en vrijstellingen. Ook de indexering van bepaalde fiscale uitgaven wordt tijdelijk bevroren.

Fiscale professional? Volg alle wijzigingen op monKEY.

Op het gebied van werk en sociale zekerheid voorziet de wet onder andere in: versoepelingen voor studentenarbeid, de afschaffing van de startbaanverplichting, aanpassingen van maaltijdcheques, en wijzigingen in de pensioenregelingen, zoals de invoering van een nieuwe pensioenbonus voor werknemers, ambtenaren en zelfstandigen. Ook de responsabiliseringsbijdrage en de solidariteitsbijdrage op aanvullende pensioenen worden aangepast.

Hr-professionals? Volg alle ontwikkelingen op SocialEye.

De wet omvat 166 wijzigingsartikelen, waarvan een groot deel meteen in werking treedt, en biedt zo een uitgebreid pakket aan maatregelen dat zowel de fiscale als de sociale regelgeving moderniseert en vereenvoudigt. Legal professional?

Volg alle ontwikkelingen op Jura.

Fiscale hervormingen

Wijzigingen aan de inkomstenbelastingen

Vastgoedfiscaliteit.

De federale interestaftrek wordt afgeschaft vanaf aj. 2026 (ook voor lopende schulden). Het is dan niet meer mogelijk om interesten die betaald zijn voor schulden voor een ander onroerend goed dan de eigen woning af te trekken van de inkomsten van onroerende goederen.

Expats.

Om het voor buitenlands talent makkelijker te maken om in België te komen werken, maakt de wetgever het belastingstelsel voor nieuwkomers en onderzoekers aantrekkelijker.

Flexi-jobs.

De belastingvrije som voor niet-gepensioneerden wordt vanaf inkomstenjaar 2025 verhoogd tot 18 000 EUR. Dit gebeurt door te werken met een te indexeren basisbedrag van 8955 EUR, dat elk jaar wordt aangepast aan de index, zodat het belastingvrije bedrag automatisch meestijgt met de levensduurte.

Autofiscaliteit.

De focus ligt hier op versoepelingen voor hybride wagens. Er wordt een nieuw fiscaal aftrekbaarheidsschema geïntroduceerd voor hybride voertuigen, uitsluitend in de personenbelasting.

Investeringsaftrek

. Om de investeringsaftrek interessanter te maken en om investeringen te stimuleren, is de aftrekbeperking bij de aftrek van overgedragen investeringsaftrek geschrapt. Ook het cumulverbod met de gewestelijke staatssteun is geschrapt.

Onderhoudsuitkeringen.

De aftrekbaarheid van onderhoudsuitkeringen wordt afgebouwd van de huidige 80 % naar 70 % voor de onderhoudsuitkeringen die vanaf 1 januari 2025 worden betaald of toegekend (voor zover het belastbare tijdperk eindigt na 30 december 2025), naar 60 % voor de onderhoudsuitkeringen die vanaf 1 januari 2026 worden betaald of toegekend en naar 50 % voor de onderhoudsuitkeringen die vanaf 1 januari 2027 worden betaald of toegekend. Het belastbaar gedeelte van de onderhoudsuitkeringen wordt op dezelfde manier afgebouwd.

Bestaansmiddelen van personen ten laste.

De wetgever wil werken stimuleren. Om fiscaal als persoon ten laste te gelden, mag het eigen inkomen van een kind een bepaalde grens niet overschrijden. Voor aanslagjaar 2026 zijn die grenzen op dit moment 4100 EUR voor kinderen van gehuwden of wettelijk samenwonenden; 5930 EUR voor kinderen van alleenstaanden en 7520 EUR voor een kind met een handicap van een alleenstaande. De wetgever verhoogt deze plafonds voor alle kinderen tot 12 000 EUR (geïndexeerd voor 2026; basisbedrag 5265 EUR). Daarnaast zijn er ook wijzigingen m.b.t. studiebeurzen.

Indexering van fiscale uitgaven.

De indexering van een aantal fiscale uitgaven wordt bevroren op de geïndexeerde bedragen die gelden voor aanslagjaar 2025 en dit tot en met aanslagjaar 2030. Het gaat onder meer om de belastingverminderingen voor de verwerving van werkgeversaandelen (artikel 1457 WIB 1992) en voor het pensioensparen (artikel 1458 WIB 1992) en de belastingvermindering voor giften (artikel 14.533 WIB 1992). Deze wijzigingen gelden vanaf aj. 2026.

DBI-aftrek en DBI-beveks.

Er wordt een meerwaardebelasting van 5 % ingevoerd bij uitstap van een DBI-bevek. Daarnaast wordt de verrekening van roerende voorheffing op dividenden van een DBI-bevek gekoppeld aan de minimale bedrijfsleidersbezoldiging van 45 000 EUR.

Belastingkrediet voor eigen middelen.

De wetgever wijzigt het belastingkrediet dat ondernemers met een eenmanszaak kunnen krijgen bij verhoging van hun eigen middelen.

Vereenvoudiging van de belastingaangifte.

Een aantal bestaande fiscale voordelen wordt opgeheven. Zo geldt bijvoorbeeld de vrijstelling van de tussenkomst door de werkgever in de aankoopprijs van een computer (pc-privé) niet langer voor tussenkomsten gedaan vanaf 1 oktober 2025 (vanaf het vierde kwartaal) en wordt het bijkomend forfait voor verre verplaatsingen (artikel 51, vierde lid, WIB 1992) vanaf het aanslagjaar 2026 opgeheven. Ook in de vennootschapsbelasting verdwijnen er voordelen.

Aanslagtermijnen en de onderzoektermijnen WIB 1992.

Heel wat aanslagtermijnen worden ingekort. Algemeen geldt nu een termijn van 3 jaar. Hierop gelden uitzonderingen voor bijvoorbeeld complexe aangiften. Daar geldt een termijn van 4 jaar. De verjaringstermijn van de vestiging van de belasting in geval van belastingontduiking wordt verkort van 10 naar 7 jaar. Er wordt een retroactief gevolg aan deze nieuwe termijnen gegeven vanaf aanslagjaar 2023.

Toegang tot Centraal Aanspreekpunt van de Nationale Bank van België.

De wetgever regelt de toegang tot het Centraal Aanspreekpunt van de Nationale Bank van België voor de toepassing en controle van de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen. De ambtenaren die belast zijn met onderzoek van de correcte aangifte van de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen kunnen de beschikbare gegevens m.b.t. de effectenrekeningen waarvan een persoon titularis is bij Belgische financiële instellingen, elke toegestane volmacht over deze effectenrekeningen en de identiteit van de gemachtigden erop opvragen bij het Centraal Aanspreekpunt. Deze bepalingen treden in werking op 1 december 2026.

Maaltijdcheques.

Het maximumbedrag van de werkgeversbijdrage in elektronische maaltijdcheques wordt verhoogd van 6,91 naar 8,91 EUR (wijziging artikel 38/1, § 2, eerste lid, 5° WIB 1992). Dat brengt de maaltijdcheque op 10 EUR netto. Het bedrag van de als beroepskosten aftrekbare tussenkomst van de werkgever wordt bovendien verdubbeld van 2 naar 4 EUR wanneer de tussenkomst van de werkgever dit nieuwe maximumbedrag bereikt (aanpassing art. 53, 14° WIB 1992). Als de werkgever een tussenkomst toekent die lager is dan het hierboven vermelde maximum, blijft de fiscaal aftrekbare kostprijs maximum 2 EUR per maaltijdcheque. De wijzigingen treden in werking op 31 december 2025 en zijn van toepassing op de elektronische maaltijdcheques die worden toegekend vanaf 1 januari 2026. 

Werk, sociale zekerheid en pensioenen

Studentenarbeid.

De voorwaarden voor studentenarbeid versoepelen. De Arbeidswet voorziet voortaan dat elke minderjarige vanaf 15 jaar studentenarbeid kan verrichten, ongeacht of hij/zij nog voltijds leerplichtig is. Tot nog toe mochten werkgevers alleen studenten aanwerven die 16 jaar waren of studenten van 15 jaar die niet meer voltijds leerplichtig waren (de 15-jarige moest zijn eerste twee jaren van het secundair onderwijs met volledig leerplan hebben gevolgd en afgewerkt). De regeling moet wel nog verder worden uitgewerkt. De wet diverse bepalingen stelt wel al een reeks bijkomende voorwaarden vast. Zo zullen de 15-jarigen alleen ‘lichte arbeid’ mogen uitvoeren. Bovendien gelden er strikte beperkingen op de arbeidsduur en is overwerk en nachtarbeid verboden. Inbreuken zullen bestraft worden met een sanctie van niveau 2 cfr. het Sociaal Strafwetboek.

Startbaanverplichting.

Op 1 januari 2026 wordt de startbaanverplichting opgeheven. De verplichting zorgt voor een hoge administratieve last en schiet door de vele vrijstellingen zijn doel voorbij.

Pensioenen

Pensioenbonus.

Het federale regeerakkoord 2025-2029 vervangt de huidige pensioenbonus voor werknemers, ambtenaren en zelfstandigen door een nieuwe bonus. Bij deze nieuwe bonus stijgt het pensioenbedrag voor elk jaar dat iemand langer werkt na de wettelijke pensioenleeftijd. De opbouw van de bestaande pensioenbonus wordt daarom stopgezet in de pensioenregelingen voor ambtenaren, werknemers en zelfstandigen. De wijzigingen treden (grotendeels) in werking op 1 januari 2026.

Responsabiliseringsbijdrage lokale besturen.

Volgens de wet van 24 oktober 2011 kon een werkgever in 2024 30 % van de kosten voor het aanvullend pensioen van contractuele medewerkers aftrekken van de responsabiliseringsbijdrage. De federale wetgever zorgt ervoor dat die aftrek ook geldt voor de jaren 2025 tot en met 2028 (berekend in 2026 tot en met 2029). De wijziging treedt retroactief in werking op 1 januari 2025. Daarnaast wil de wetgever de responsabiliseringfacturen van de lokale besturen verlichten. Een deel van de responsabiliseringsbijdrage van de besturen die aan een bepaalde voorwaarde voldoet zal daarom ten laste worden gelegd van de federale overheid. Deze regel treedt in werking op 1 januari 2026.

Bijdragevoet van de bijzondere bijdrage voor de aanvullende pensioenen.

De wet van 25 april 2024 heeft een verhoging van het bijdragepercentage van 3 naar 6 % ingevoerd met ingang van 1 januari 2028. In uitvoering van de begrotingsnotificaties 2025-2029 wordt die verhoging ingetrokken en wordt de huidige ‘Wijninckx-bijdrage’ aangepast naar een bijdragepercentage van 12,50 %. De wijziging treedt in werking op 1 juli 2025 en is van toepassing vanaf het bijdragejaar 2026.

Solidariteitsbijdrage.

De wet diverse bepalingen voorziet in een vereenvoudiging van de bronheffing van de solidariteitsbijdrage op aanvullende pensioenen betaald in de vorm van een kapitaal. Deze maatregel treedt in werking op 1 januari 2026 om de uitbetalingsinstellingen en de Federale Pensioendienst voldoende tijd te geven de nodige aanpassingen door te voeren. Voor elk aanvullend pensioen in de vorm van een kapitaal waarvan de betaling verschuldigd is vanaf deze datum zal een bronheffing verschuldigd zijn van 2 %. In uitvoering van de begrotingsnotificaties 2025-2029 wordt, boven op de eerste schijf, een bijkomende solidariteitsbijdrage van 2 % toegepast op de aanvullende pensioenen. Deze verhoging zal enkel van toepassing zijn op het deel van de aanvullende pensioenen boven de drempel van 150 000 EUR en enkel op de betalingen die verschuldigd zijn vanaf 1 juli 2027.

Bron: 18 december 2025 – Wet houdende diverse bepalingen, BS 30 december 2025, p. 97989.
Taxworld
Taxworld Newsletter
Doe zoals 9.000 vakgenoten en ontvang onze maandelijkse TaxWorld Newsletter
Back To Top