Legal10 november, 2021

Vrijheid van religie voor werknemers. Nog mogelijk in het post-Achbita-tijdperk?”

Filip DORSSEMONT, “Vrijheid van religie voor werknemers. Nog mogelijk in het post-Achbita-tijdperk?”, NjW 2021, afl. 450, 750-765.

De hoofddoek van Mevrouw Achbita

Hoofddoeken op de werkplek blijven de gemoederen beroeren. Een Europese richtlijn uit 2000 die onder meer discriminatie op het werk op basis van godsdienst verbiedt leidde op dit punt een sluimerend bestaan. Het duurde tot 2017 eer het Hof van Justitie zich op vraag van het Belgische Hof van Cassatie kon uitspreken over de draagwijdte van dit verbod. In deze bijdrage wordt de impact onderzocht van dit mijlpaalarrest Achbita op de Belgische rechtspraak over hoofddoeken op de werkplek tussen 2017 en 2021. 
Lees deze bijdrage rechtstreeks in Jura →


Het Hof bood in Achbita ruimte aan werkgevers om in naam de vrijheid van onderneming een neutraliteitsbeleid te voeren. Indien dergelijk beleid op voldoende universele wijze alle uitingen van religieuze, politieke en filosofische overtuigingen verbood, kon van directe discriminatie geen sprake zijn. Daarmee dwong het Hof de werknemers aan te tonen dat er indicaties van indirecte discriminatie bestonden, die veel gemakkelijker kunnen worden gerechtvaardigd. Het voeren van een politiek van neutraliteit leek sowieso legitiem. Er rest de werknemers enkel nog om de disproportionaliteit van de discriminatie aan te tonen. Een weigering van een werkgever om een taak in back office te geven vormt wel een aanwijzing van disproportionaliteit. Dit argument valt weg, indien dergelijke aanpassing van de werkgever (zelfs niet onredelijke) moeite zou kosten.


Het Hof van Justitie nuanceert

Op 15 juli jongstleden kwam het Hof in een andere hoofdoekenzaak (Wabe eV en MH Müller Hadels GmbH )de werknemers enigszins tegemoet. De Achbita doctrine werd formeel bevestigd, maar ook genuanceerd. Belangrijk is dat de werkgever moet aantonen dat de ingeroepen neutraliteit beantwoordt aan een reële nood. Die vraag moet objectief worden beschouwd in het licht van de aard en de context van de activiteit. Daardoor wordt de mogelijkheid om indirecte discriminatie te rechtvaardigen verregaand ingeperkt. Het Hof gooit nationale rechters ook een reddingsboei toe. Ze mogen toepassing maken van bepalingen die werknemers meer verregaand tegen discriminatie beschermen, zoals bij voorbeeld de vrijheid van godsdienst. Het Hof trapte evenmin in de val om een verbod te valideren dat slechts opzichtige religieuze symbolen (lees: hoofddoeken) verbood. Een dergelijk verbod genereert immers directe discriminatie.


Belgische rechtspraak: veel exlusieve en weinig inclusieve neutraliteit

Een analyse van de Belgische rechtspraak die in het zog van het arrest Achbita tot stand kwam, toont aan dat de meerderheid van de Belgische rechters een exclusieve visie huldigt op neutraliteit. Zij raakt niet enkel de uitoefening van de missie, maar ook de persoon van de werknemer. Aan deze wordt verboden op de werkplek zijn of haar religieuze of metafysische overtuigingen uit te drukken. De inclusieve neutraliteit houdt slechts in dat werknemers in de uitoefening van hun taken geen onderscheid op basis van hun religieuze of metafysische overtuiging mogen maken tussen burgers of klanten. De vraag of deze rechtspraak de toets van het meer recente arrest doorstaat lijkt gewettigd. De door collega Uyttendaele gehekelde MIVB beschikking van de Voorzitter van de Arbeidsrechtbank van 3 mei 2021 lijkt op profetische wijze veel beter te sporen met deze nieuwe strengere toets.

Auteur

Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox
Back To Top