Personenbelasting vs. vennootschapsbelasting: wat is het verschil?
Veel zelfstandigen vragen zich af: “Wat is voordeliger: werken als natuurlijk persoon of via een vennootschap?” Het antwoord hangt af van je inkomsten, je kostenstructuur en je plannen.
- Personenbelasting: je betaalt op je volledige inkomen volgens progressieve schijven (25% tot 50%). Hoge inkomens belanden snel in de hoogste belastingschijf.
- Vennootschapsbelasting: je betaalt een vast tarief (25% of 20% voor kmo’s). Binnen de vennootschap kan je bovendien bepaalde kosten beter aftrekken (bv. wagenpark, investeringen, pensioenopbouw).
In de praktijk zie je vaak dat kleinere zelfstandigen in eenmanszaak starten met personenbelasting en later overstappen naar een vennootschap zodra hun inkomsten hoger liggen. Een simulatie met beide systemen helpt je de juiste keuze maken.
Voorbeelden uit de praktijk
Voorbeeld 1: personenbelasting
Een consultant verdient € 60.000 belastbaar inkomen. Zonder fiscale optimalisatie zou hij volgens de progressieve tarieven ongeveer 45% belasting betalen: bijna € 27.000. Maar door slimme aftrekposten kan dat bedrag flink dalen. Enkele mogelijkheden:
- Forfaitaire beroepskosten of werkelijke beroepskosten: kiest hij voor het forfait, dan wordt automatisch een percentage van zijn inkomsten vrijgesteld. Bij werkelijke kosten kan hij bv. de aankoop van zijn laptop, telefoon, internetabonnement, vakliteratuur of reiskosten aftrekken. Stel dat dit € 6.000 bedraagt, dan zakt zijn belastbare basis naar € 54.000.
- Pensioensparen: jaarlijks kan hij tot ongeveer € 1.020 inbrengen, goed voor een belastingvermindering van 30% (= besparing van € 306).
- Langetermijnsparen of groepsverzekering: bijdragen voor een aanvullende pensioenopbouw zijn ook aftrekbaar, vaak met een belastingvermindering van 30%. Stel dat hij € 2.000 stort, dan levert dat nog eens € 600 belastingvoordeel op.
- Kinderopvangkosten: betaalde opvang kan deels in mindering gebracht worden, bv. € 1.500 op jaarbasis met een belastingvermindering van 45% (= € 675 voordeel).
- Hypothecaire lening: als hij een woning afbetaalt, geniet hij mogelijk nog van een fiscale aftrek voor kapitaalaflossingen en intresten. Stel € 2.280 aan belastingvermindering.
Voorbeeld 2: vennootschapsbelasting
Een kmo maakt € 120.000 winst. De eerste € 100.000 wordt belast aan 20%, de overige € 20.000 aan 25%. In totaal betaalt de vennootschap € 25.000 vennootschapsbelasting. Het resterende bedrag kan in de vennootschap blijven voor toekomstige investeringen of uitgekeerd worden als dividend.
Stap 1: Toepassen van de tarieven
- De eerste € 100.000 wordt belast aan het verlaagd tarief van 20% (op voorwaarde dat de kmo voldoet aan de voorwaarden, bv. geen uitkering van meer dan € 13.360 aan dividenden). Dat geeft een belasting van € 20.000.
- De resterende € 20.000 wordt belast aan het standaardtarief van 25% = € 5.000.
Totaal vennootschapsbelasting: € 25.000
Stap 2: Nettowinst in de vennootschap
De vennootschap houdt dus € 95.000 over na belastingen.
Stap 3: Wat kan je doen met die nettowinst?
- In de vennootschap houden: het bedrag kan gebruikt worden voor nieuwe investeringen (bv. aankoop machines, software, marketingcampagnes). Dit is vaak fiscaal interessant, omdat afschrijvingen op investeringen de toekomstige belastbare winst verminderen.
- Uitkeren als dividend: de zaakvoerder kan beslissen om een deel van de winst uit te keren. In dat geval moet hij roerende voorheffing betalen (standaard 30%, of 15% onder bepaalde voorwaarden zoals VVPRbis-regeling). Stel dat hij € 20.000 uitkeert:
- Dividend = € 20.000
- Roerende voorheffing 30% = € 6.000
- Netto uitgekeerd: € 14.000
- Combinatie: een deel behouden in de vennootschap en een deel uitkeren.
Stap 4: Fiscale optimalisatie
Een kmo kan ook kiezen voor alternatieven die de belastingdruk verlagen, zoals:
- Uitkering in de vorm van een liquidatiereserve, later belast aan 10% i.p.v. 30%.
- Groepsverzekering of IPT (Individuele Pensioentoezegging) voor de bedrijfsleider, aftrekbaar in de vennootschap.
- Investeren in onderzoek en ontwikkeling, waarbij vaak extra fiscale voordelen gelden.
Het resultaat
- Winst vóór belastingen: € 120.000
- Vennootschapsbelasting: – € 25.000
- Nettowinst: € 95.000
- Uitkering als dividend (voorbeeld): € 20.000 → netto € 14.000
- Overblijvend in vennootschap: € 75.000 (voor investeringen of reserves)
Zo zie je dat het niet alleen gaat om vennootschapsbelasting berekenen, maar ook om een bewuste keuze: hou je de winst in de vennootschap om te groeien, of keer je (een deel van) uit aan jezelf als bedrijfsleider?