Bedrijfsvoorheffing: lastig woord, nuttige gewoonte. Als werkgever hou je maandelijks een deel van het loon in voor de fiscus. Zo voorkomt je medewerker aan het einde van het jaar een onaangename verrassing.
In dit artikel leggen we stap voor stap uit hoe het percentage wordt bepaald, welke regels voor wie gelden en hoe je het correct boekt - inclusief praktische voorbeelden en tools voor kmo's.
First things first: wat is bedrijfsvoorheffing?
De bedrijfsvoorheffing is een voorafbetaling van de inkomstenbelasting. In plaats van jaarlijks (bij de belastingaangifte) één groot bedrag te betalen, houdt de werkgever maandelijks een deel van het loon in en stort dat door aan de overheid.
Zo wordt vermeden dat medewerkers of bedrijfsleiders op het einde van het jaar plots een hoog bedrag moeten bijbetalen. Voor kmo’s betekent dit een administratieve verplichting, maar ook een belangrijk onderdeel van een correcte loonverwerking.
- Voorbeeld: Bruno (bediende) verdient € 3500 per maand, is gehuwd en heeft één kind ten laste. Op basis van de FOD-tabellen zou zijn maandelijkse bedrijfsvoorheffing grofweg € 750 kunnen bedragen. Let op: dit hangt sterk af van persoonlijke situatie, voordelen in natura en beroepskosten. Raadpleeg daarom altijd de simulators van de FOD Financiën.
Hoe wordt het percentage bedrijfsvoorheffing bepaald?
Het percentage bedrijfsvoorheffing hangt af van meerdere factoren. De FOD Financiën publiceert jaarlijks de officiële tabellen die werkgevers en boekhouders gebruiken om de juiste inhouding te berekenen. Enkele bepalende elementen zijn:
- Het belastbaar inkomen: hoe hoger het loon, hoe hoger het percentage bedrijfsvoorheffing.
- De gezinssituatie: alleenstaanden, gehuwden of gezinnen met kinderen ten laste hebben recht op verminderingen.
- De beroepscategorie: arbeiders, bedienden, bedrijfsleiders of ambtenaren vallen onder verschillende schalen.
- Voordelen in natura: een bedrijfswagen of maaltijdcheques kunnen het belastbare bedrag verhogen.
Concreet schommelt de bedrijfsvoorheffing voor vaste werknemers vaak tussen 25% en 35%, terwijl freelancers of tijdelijke werknemers vaak een veel lager percentage laten inhouden. Het doel is eenvoudig: aan het einde van het jaar zou de werknemer zo weinig mogelijk moeten bijbetalen (of terugkrijgen).