Terwijl advocatenkantoren volop investeren in betrouwbare AI-tools en een helder AI-beleid, wint ook een andere vraag aan belang: wat met de externe communicatie? Is het überhaupt nodig om cliënten te informeren over het AI-gebruik binnen het kantoor? En hoe ver moet die communicatie dan gaan? Er heerst verdeeldheid over het antwoord, onder advocaten én bij de beroepsorganisaties.
De spanning in de praktijk
Steeds meer cliënten gaan er vandaag al van uit dat hun advocaat AI gebruikt. Met welke tools wordt gewerkt, welke waarborgen gelden voor vertrouwelijke informatie, en hoe de kwaliteit van het juridische advies gegarandeerd blijft, is echter niet altijd duidelijk. Maar op de vraag hoe ver een advocaat moet gaan in de proactieve, transparante communicatie over zijn AI-gebruik, is er geen unaniem antwoord.
Dat bleek ook tijdens een recent Future Ready Lawyer-webinar.
Tomasz Zalewski, oprichter van Zalewski Legal en de LegalTech Polska Foundation, pleitte voor méér AI-transparantie. Volgens hem creëert zwijgen vooral onzekerheid. Wie uitlegt hoe AI wordt ingezet én welke waarborgen gelden voor gegevensbescherming en GDPR-compliance, versterkt het vertrouwen.
Tom Braegelmann, advocaat en legal tech-expert, plaatste daar een interessante nuance bij. Meldt een advocaat vandaag expliciet aan zijn cliënt dat hij de spellingcheck in Word gebruikt? Waarschijnlijk niet. Volgens hem evolueert AI in dezelfde richting. Zodra een technologie voldoende ingeburgerd raakt, wordt ze een vanzelfsprekend onderdeel van de dagelijkse praktijk.
Viktor von Essen, CEO van Libra by Wolters Kluwer, ziet in de openheid over AI dan weer een strategische kans. "Laat cliënten zien dat je de beste tools inzet en leg uit hoe die tools je sterker maken als adviseur", stelt hij. "Transparantie zorgt zo voor extra vertrouwen, in plaats van een risico."
Beroepsorganisaties: Nederland pleit voor transparantie, België niet
Ook de beroepsorganisaties zitten niet op dezelfde lijn.
De NOvA kiest expliciet voor actieve transparantie in haar richtlijnen. Advocaten worden aangemoedigd om cliënten te informeren over het gebruik van AI in hun dossier en over het AI-beleid van het kantoor. De achterliggende gedachte is duidelijk: vertrouwen ontstaat wanneer cliënten weten hoe technologie wordt ingezet en welke waarborgen daarbij gelden.
De Belgische balies hanteren een andere benadering. Een advocaat is niet verplicht om mee te delen dat hij AI gebruikt, net zoals hij cliënten doorgaans niet informeert over andere IT-toepassingen die hij inzet bij de behandeling van een dossier. Denk aan juridische zoekmachines, tekstverwerkers, vertaalsoftware of andere digitale toepassingen die deel uitmaken van de dagelijkse praktijk. Enkel wanneer cliënten rechtstreeks interageren met een AI-systeem, zoals een chatbot, geldt een informatieplicht.
Beide benaderingen hebben een interne logica. Ze weerspiegelen dezelfde fundamentele afweging die ook in de praktijk speelt: wanneer wordt technologie een gewoon werkinstrument, en wanneer vraagt het om uitleg?
De kwaliteit van de AI-tool stuurt het gesprek
Of een advocatenkantoor cliënten nu expliciet informeert dat GenAI wordt ingezet bij de voorbereiding van een advies of pleidooi: dat gesprek staat of valt met de kwaliteit van de technologie achter de schermen.
Niet elke AI-tool biedt immers dezelfde garanties. Generieke toepassingen roepen vragen op rond bronkwaliteit en vertrouwelijkheid. Steeds meer juridische professionals kiezen voor gespecialiseerde AI-oplossingen die steunen op gevalideerde juridische content, een veilige omgeving en transparante bronverwijzingen. Dat zijn ook de uitgangspunten waarop Wolters Kluwer zijn AI-oplossingen ontwikkelt.
Ronald Nakken, Manager Product Operations bij Wolters Kluwer, benadrukt daarbij het belang van verantwoord databeheer: "Je kunt pas echt vertrouwen op AI als de techniek klopt én je weet wat er met je data gebeurt." Dergelijke garanties maken het ook eenvoudiger om cliënten uit te leggen hoe technologie op een veilige en gecontroleerde manier wordt ingezet.
Technologie is maar zo goed als de kennis waarop ze steunt. Dat is precies waar Anna Posthumus Meyjes, Manager Legal Engineering bij Libra by Wolters Kluwer, de vinger op legt: "De AI-oplossingen van Wolters Kluwer bieden wat generieke AI-tools vaak missen: zekerheid. Informatie die gecontroleerd en herleidbaar is, en daardoor onmiddellijk bruikbaar is in de praktijk."
Die zekerheid begint bij de onderliggende kennisbasis: gezaghebbende wetgeving, rechtspraak en vakliteratuur die redactioneel wordt beheerd en gevalideerd. Zonder die basis genereert AI wel snel antwoorden, maar niet noodzakelijk antwoorden die ook juridisch standhouden. Net daarom groeit het belang van AI-oplossingen die werken met gecontroleerde juridische content, waarbij elke conclusie herleidbaar is naar de onderliggende bron.
Wie zijn cliënten kan uitleggen welke tool hij gebruikt en waarom die tool veilig is, heeft het gesprek over transparantie al half gewonnen, ongeacht wat de richtlijnen erover zeggen.
Vertrouwen als sleutel
Hoewel Nederland kiest voor expliciete communicatie over AI-gebruik en de Belgische balies meer ruimte laten voor professionele beoordeling, geldt in beide landen dezelfde onderliggende logica: cliënten verwachten in de eerste plaats kwalitatief juridisch advies, niet een overzicht van elke technologie die daarbij wordt ingezet.
De discussie gaat met andere woorden niet zozeer over de technologie zelf, maar over het vertrouwen dat errond wordt opgebouwd. En dat vertrouwen begint bij het kunnen uitleggen welke tools worden gebruikt en welke garanties ze bieden voor vertrouwelijkheid en kwaliteit.