Kinderen erven in principe in gelijke delen van hun ouders. Die mathematische gelijkheid wordt in de praktijk echter niet altijd als rechtvaardig ervaren. Wat als een kind tijdens het leven al aanzienlijke voordelen kreeg? Wat als een kind intensief voor de ouder heeft gezorgd of gratis heeft meegewerkt in de onderneming van de ouder? Of wat als een kind bij overlijden een bijzondere behoefte aan ondersteuning heeft? In zijn boek ‘Billijkheidscorrecties op de gelijke verdeling in het intestaat erfrecht’, gebaseerd op zijn doctoraatsonderzoek, onderzoekt Damiaan Leire hoe het erfrecht met deze situaties omgaat. Wij spraken met Damiaan over zijn doctoraatsonderzoek, over gelijkheid en billijkheid en de belangrijkste inzichten uit zijn onderzoek.
Damiaan Leire vertelt over zijn boek ‘Billijkheidscorrecties op de gelijke verdeling in het intestaat erfrecht’
Damiaan Leire
Functie: Advocaat ECGB Advocaten Antwerpen, onbezoldigd medewerker Universiteit Antwerpen
Specialisatie: Erfrecht, Verbintenissenrecht
Auteur Wolters Kluwer-publicaties: Billijkheidscorrecties op de gelijke verdeling in het intestaat erfrecht, Erfenissen, Schenkingen en Testamenten, Focus op nalatenschappen, schenkingen en testamenten, Notarieel en Fiscaal Maandblad
Kan je kort iets vertellen over het onderwerp van jouw boek – ‘Billijkheidscorrecties op de gelijke verdeling in het intestaat erfrecht’? Wat mag de lezer verwachten?
Het boek is het resultaat van vijf jaar doctoraatsonderzoek aan de Universiteit Antwerpen, dat op 12 oktober 2026 succesvol werd verdedigd. Het bevat een bespreking van verschillende types van erfenisconflicten en welke juridische wegen in die gevallen kunnen worden gevolgd om tot een eerlijk ervaren verdeling te komen. Op die wijze biedt het houvast in talloze erfrechtelijke grijze zones, zoals bijvoorbeeld de inbreng van dienstengiften, vrijstelling van inbreng op grond van de omringende omstandigheden, ongerechtvaardigde verrijkingsvorderingen en onderhoudsvorderingen tegen de nalatenschap, alsook het erfrechtelijke lot van natuurlijke verbintenissen, vergeldende schenkingen, kosten van dagelijks bestaan, begunstigingen bij levensverzekering, enzovoort. Een systematische rechtsvergelijking met Nederland en Frankrijk reikt daarbij meer context aan.
In een afzonderlijk hoofdstuk biedt het boek ook beleidsaanbevelingen, gestoeld op empirische literatuur en geïnspireerd op talrijke mechanismen uit andere rechtsstelsels.
De lezer mag zich verwachten aan een werk dat duidelijk het speelveld van de familiale solidariteit in kaart brengt en zo de grenzen van het intestaat erfrecht uitzet.
Wat bracht jou ertoe om precies dit spanningsveld tussen gelijkheid en billijkheid in het erfrecht te kiezen als onderwerp voor jouw proefschrift?
Veel erfenisconflicten die vandaag voor notarissen of rechtbanken worden uitgevochten, komen voort uit een gevoel van onrechtvaardigheid bij (een van) de erfgenamen. De schijnbaar logische regel van gelijke verdeling onder kinderen blijkt immers niet altijd de meest rechtvaardige oplossingen te bieden. Om die reden, en omdat billijkheidscorrecties ook in het bredere privaatrecht in opmars lijken, was een onderzoek naar billijkheidscorrecties in het intestaat erfrecht interessant.
Bij jouw analyse van het geldende recht koos je ervoor om de mogelijke erfenisconflicten tussen (half)broers- en zussen te herleiden tot drie types. Die types heb je gebaseerd op de principes van verdelende rechtvaardigheid. Kan je daar iets meer over vertellen?
De principes van verdelende rechtvaardigheid of distributive justice zijn filosofische en sociaalpsychologische opvattingen over wanneer een verdeling van schaarse goederen – hier: de nalatenschapsgoederen – door de ontvangers ervan als eerlijk wordt beschouwd. Ze bieden een kapstok voor dit boek, want ze objectiveren de mogelijke erfenisconflicten die kunnen rijzen:
- erfenisconflicten over wat ‘gelijkheid’ is wanneer een mede-erfgenaam reeds voordelen in het verleden heeft ontvangen;
- erfenisconflicten over de eventuele vergoeding van een erfgenaam die een bijdrage leverde aan het vermogen van de erflater; en
- erfenisconflicten over situaties van behoefte of behoeftigheid die maken dat de ene erfgenaam de nalatenschapsgoederen meer nodig heeft dan de andere.
Deze types van erfenisconflicten worden eveneens uitvoerig onderzocht in empirische literatuur uit de sociologie en de economie. Door die literatuur in kaart te brengen, krijgt het boek ook een beter idee van de vermoedelijke wil van de erflater. Zo kan het de rol van het intestaat erfrecht goed weergeven.
Welke inzichten uit jouw onderzoek vond je zelf het belangrijkst?
Zeer vaak maakt rechtspraak gebruik van bepaalde juridische grijze zones om in een specifiek geval tot het meest billijke resultaat te komen. Door die grijze zones duidelijk in kaart te brengen, kunnen rechtszekerheid en rechtvaardigheid naast elkaar bestaan.
Bovendien kwam, bij dat in kaart brengen van de grijze zones, een zeer interessant element stelselmatig terug: de familiale solidariteit. Wat kadert binnen de normale familiale solidariteit tussen ouder en kind, hoeft erfrechtelijk niet meer ter sprake te komen (via bijvoorbeeld inbreng of inkorting). Het onderzoek benoemt deze rode draad als de ‘solidariteitsmarge’.
Je hebt ook het Franse en Nederlandse recht bestudeerd. Wat waren de opvallendste verschillen met het Belgische recht? Is er een oplossing die we in België zouden kunnen toepassen?
Het Franse recht bleek heel interessant omdat het veel relevante rechtspraak en rechtsleer kon bijbrengen aan het Belgische debat. Maar wat wetgeving betreft, is Nederland navolgenswaardig. De sommen ineens uit artikelen 4:35 en 4:36 van het Nederlands Burgerlijk Wetboek, alsook het feit dat inbreng niet langer automatisch speelt, zijn zeer interessante pistes voor het Belgische recht.
Op het einde van jouw boek formuleer je concrete aanbevelingen voor de wijziging van de verdelingsregels. Als je beleidsmakers één advies zou mogen meegeven, wat zou dat zijn?
De concrete aanbevelingen zijn meer dan honderd pagina’s van het boek, maar als ik er één advies zou moeten uitlichten: heroverweeg de principiële verplichting tot inbreng van giften uit de artikelen 4.83 e.v. BW.
Wat kunnen notarissen, advocaten en andere juridische professionals vandaag al concreet meenemen uit jouw onderzoek?
Het boek biedt een catalogus van rechtsfiguren die de erfaanspraken in specifieke gevallen kunnen aanvullen en bespreekt daarvan telkens de voorwaarden en de gevolgen. Dat is voor de praktijk rechtstreeks bruikbaar.
Wat waren de grootste uitdagingen tijdens het schrijven van jouw proefschrift? Hoe ben je daarmee omgegaan?
De ‘billijkheid’ is een vage notie. ‘Billijkheidscorrecties’ zijn dan ook niet gemakkelijk op te sporen in het recht. Om deze concepten om te zetten in een concreet juridisch betoog, was vooral veel geduld nodig. Enkel door zeer veel rechtspraak, rechtsleer en empirische literatuur (meermaals) te lezen, wordt duidelijk op welke punten een rechter zich hoofdzakelijk door het billijkheidsgevoel laat of kan laten leiden.