Inhoud whatsappgroep boa's in het openbaar

Op 17 mei 2020 is er een anonieme melding gezonden aan Direct Toezichthouder boa’s eenheid Limburg. De melding zag op een voorval in april 2020 waarbij boa’s van de gemeente Sittard-Geleen hun bevoegdheden bij een aanhouding zouden hebben overschreden. Op 10 juni 2020 heeft de boa een WhatsAppgroep opgericht met de naam ‘Paniek’. In deze WhatsAppgroep werden privé-afspraken gemaakt, maar werd ook kritiek geuit op collega’s, leidinggevenden en de gemeentesecretaris. Een van de deelnemers aan de Appgroep heeft melding daarvan gemaakt bij de gemeente Sittard-Geleen en het integrale gesprek aan deze gemeente verstrekt. De boa is door de gemeente Sittard-Geleen en de gemeente Maastricht geschorst vanwege de deelname aan de WhatsAppgroep. Op 4 september 2020 is door de gemeente Sittard-Geleen aan de boa medegedeeld dat er een dringende reden is voor ontslag op staande voet vanwege de deelname aan de Appgroep en het afleggen van leugenachtige verklaringen. Omdat de boa formeel in dienst is bij de gemeente Maastricht, is de uiteindelijke beslissing of daartoe wordt overgegaan overgelaten aan deze gemeente. Na schriftelijke aankondiging aan de boa heeft de gemeente Maastricht het inleidend verzoekschrift ingediend. Kern van de verwijten aan het adres aan de boa is dat hij door de deelname aan en zijn uitlatingen op de WhatsAppgroep niet integer heeft gehandeld, mede gelet op zijn functie als boa. De vraag is of dit verwijt voldoende onderbouwd is om op een van de aangevoerde gronden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst over te gaan. 

De kantonrechter is van oordeel dat de inhoud van de WhatsAppgroep in beginsel dient te worden beschouwd als privé en valt onder de bescherming van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De kantonrechter overweegt dat de gemeente Sittard-Geleen een minder ingrijpende mogelijkheid om kennis te nemen van de inhoud van het WhatsAppverkeer heeft overgeslagen. De afweging die de kantonrechter moet maken is of dit gedrag dermate ernstig is dat dit een ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt, met alle negatieve gevolgen voor de boa en voor zijn gezin. De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval een andere, lichtere disciplinaire sanctie aan de orde is. De boa heeft een goede staat van dienst. Hij heeft zich in het openbaar niet grof of negatief over collega’s en leiding uitgelaten. De (zonder meer) grove uitlatingen in de WhatsAppgroep waren privé en waren als zodanig strijdig met de voor hem als ambtenaar geldende integriteitseisen, maar niet valt in te zien dat de boa niet te corrigeren zou zijn in dit gedrag. Het gestelde liegen over het moment waarop het Whatsappgroep is verwijderd acht de kantonrechter op zichzelf onvoldoende om een ontbinding te rechtvaardigen. Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen. 

Grote impact Corona wordt meegewogen 

Op 2 juli 2020 heeft werkgever aan werkneemster medegedeeld dat haar dienstverband zou worden beëindigd, maar dat hij contact heeft gehad met MPS Textiles en dat aan werkneemster daar een dienstverband kan worden aangeboden. Hierop heeft werkneemster zeer emotioneel gereageerd en zij heeft vervolgens het bedrijfspand verlaten en is naar huis gegaan. Op 2 juli 2020 heeft de HR manager een voorstel voor een beëindigingsovereenkomst aangeboden. Werkneemster gaat niet akkoord met het voorstel en wordt, op 9 juli, wegens ongeoorloofde afwezigheid en werkweigering op staande voet ontslagen. Het gaat in deze zaak om de vraag of aan werkneemster een billijke vergoeding, de transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging moet worden toegekend. 

De kantonrechter stelt voorop dat duidelijk is dat Covid-19 en de daarmee samenhangende maatregelen grote impact hebben op de entertainmentbranche. Werkgever heeft aan het ontslag ongeoorloofde afwezigheid en werkweigering van werkneemster ten grondslag gelegd. Daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. Werkneemster heeft na de mededeling het bedrijfspand in zeer emotionele staat verlaten. Gelet op de e-mail van 2 juli 2020 mocht werkneemster er vanuit gaan dat contact met haar zou worden opgenomen over de afronding van de werkzaamheden. Gelet hierop volgt de kantonrechter het standpunt van werkneemster dat van ongeoorloofde afwezigheid en werkweigering geen sprake is geweest. Voor zover al sprake zou zijn geweest van ongeoorloofde afwezigheid en werkweigering had van werkgever in deze situatie verwacht mogen worden dat een minder verstrekkende maatregel zou zijn opgelegd, zoals een officiële waarschuwing of een loonsanctie. De conclusie is dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, omdat een dringende reden ontbreekt. 

Dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen aan de kant van werkgever staat vast, gelet op het onterecht gegeven ontslag op staande voet. In de onvoorziene situatie waarin werkgever terecht is gekomen door Covid-19, moet naar het oordeel van de kantonrechter bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding extra gewicht worden toegekend aan de omstandigheden van het geval. Alhoewel de kantonrechter begrijpt dat werkneemster de mededeling dat haar dienstverband zou worden beëindigd moest laten bezinken, had van haar wel verwacht mogen worden dat zij na enige tijd contact zou hebben opgenomen met MPS Textiles. Dat de mededeling van 2 juli 2020 volkomen onverwacht kwam, zoals werkneemster stelt, achter de kantonrechter niet aannemelijk. Werkneemster heeft moeten merken dat werkgever hard werd getroffen door de Covid-19 maatregelen. Gezien het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de houding van werkneemster in deze situatie een drukkend effect moet hebben op de hoogte van billijke vergoeding. Daarom zal een billijke vergoeding worden toegekend van € 3.500,00, waarbij aansluiting is gezocht bij de hoogte van een maandsalaris, inclusief vakantiegeld en overige emolumenten. Ook de gevorderde vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding worden toegewezen.

Het mysterie van het gestolen diploma 

Op 29 juli 2020 verzoekt Dynniq om een kopie van het MTS-diploma van werknemer, vanwege een benodigde QHSE aanwijzing. Werknemer zegt dat zijn diploma’s zijn gestolen bij een woninginbraak. Dynniq verzoekt hem het diploma op te vragen bij het opleidingsinstituut. Diezelfde dag stuurt werknemer aan het examenbureau een e-mail met het verzoek om een nieuw diploma. De school blijkt in die periode dicht te zijn vanwege vakantie. Op 10 augustus 2020 hebben Dynniq en werknemer een gesprek over de ontstane situatie. Per e-mail van 11 augustus bevestigt Dynniq het gesprek van de dag ervoor en de gemaakte afspraken en het aanleveren van het diploma. Op 17 augustus blijkt dat werknemer geen diploma heeft behaald voor de opleiding Elektrotechniek. Op 28 augustus 2020 neemt de gemachtigde van werknemer contact op met Dynniq en meldt werknemer zich ziek. Telefonisch contact met werknemer is niet mogelijk, waardoor diezelfde dag ontslag op staande voet per brief, e-mail en WhatsApp volgt. Na het ontslag corresponderen partijen per e-mail op 31 augustus 2020 en 4 september 2020, maar zij komen niet tot een minnelijke oplossing. 

De kantonrechter laat het ontslag op staande voet in stand. Daartoe wordt als volgt overwogen. De voornaamste gedraging van werknemer, die de dringende reden oplevert, bestaat erin dat hij, nadat hij daartoe meermaals de mogelijkheid heeft gehad, geen open kaart heeft gespeeld in de zomer van 2020. Dynniq vroeg hem op 29 juli 2020 naar het diploma. In ieder geval moest hem op dat moment, voor zover het hem niet al eerder bekend was, het belang van het diploma duidelijk zijn. De kantonrechter acht het ongeloofwaardig dat werknemer niet meer wist of hij het MBO diploma wel of niet heeft gehaald. Daarnaast stelt hij in zijn verzoekschrift dat hij op zijn cv bewust niet heeft opgeschreven dat hij het diploma heeft behaald, terwijl hij dat bij zijn Mavo opleiding bewust wel heeft gedaan. Dit verhoudt zich niet tot zijn verklaring dat hij niet meer wist of hij een diploma heeft gehaald. Evenmin verhoudt dit zich tot zijn eerste verklaring dat het diploma is gestolen. Daar komt bij dat werknemer onder deze omstandigheden geen QHSE certificaat kan krijgen en niet zelfstandig inzetbaar is voor Dynniq, terwijl werknemer wist dat hij na een jaar onder begeleiding te hebben gewerkt, zelfstandig aan de slag zou gaan. Vervolgens ligt ter beoordeling voor of Dynniq onverwijld heeft opgezegd. Op 17 augustus 2020 werd bij Dynniq bekend dat werknemer niet beschikte over het diploma. Vervolgens heeft werkgever op 18 augustus 2020 gemeld dat partijen hierover in gesprek moesten gaan. De kantonrechter is met Dynniq van oordeel dat zij, gelet op de vakantie van werknemer (van 17 tot 28 augustus 2020), mocht wachten met het voeren van een hoor- en wederhoor gesprek tot na zijn vakantie.

Verwijtbare werkgever maakt financiële situatie erger

Een monteur wordt op 24 april 2020 op staande voet ontslagen. Op 22 juni 2020 heeft de kantonrechter deze opzegging vernietigd en Garage Solutions veroordeeld de monteur op straffe van een dwangsom toe te laten tot de bedongen arbeid en tot betaling van het loon. De monteur heeft Garage Solutions nog meerdere malen tevergeefs gesommeerd tot betaling van het loon. Omdat Garage Solutions niet meer reageert start de monteur opnieuw een procedure en vordert naast het loon een transitievergoeding en een billijke vergoeding. 

Omdat Garage Solutions zich niet verzet tegen de verzochte ontbinding zal deze worden toegewezen. De kantonrechter stelt vast dat Garage Solutions niet heeft weersproken dat zij het loon niet betaalt, althans niet vrijwillig. Dat sprake is van een moeilijke financiële situatie is geen rechtvaardiging voor het niet of niet tijdig betalen van het loon. De kantonrechter stelt dan ook vast dat Garage Solutions ernstig verwijtbaar heeft gehandeld waardoor de arbeidsovereenkomst is ontbonden. Omdat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Garage Solutions is zij aan de monteur een billijke vergoeding verschuldigd. De gezichtspunten die in ‘New Hairstyle’ zijn geformuleerd worden toegepast in dit geval. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de rechter de billijke vergoeding dient te bepalen op een wijze die, en op het niveau dat, aansluit bij de uitzonderlijke omstandigheden van het geval. In de hiervoor genoemde beschikking is geoordeeld dat de billijke vergoeding geen punitief doel heeft. De rechter dient in de motivering van zijn oordeel inzicht te geven in de omstandigheden die tot de beslissing over de hoogte van de vergoeding hebben geleid. De kantonrechter acht aannemelijk dat de arbeidsovereenkomst nog enige tijd had voortgeduurd als Garage Solutions haar verplichting tot loonbetaling was nagekomen. Doordat het loon niet is betaald is de monteur in de financiële problemen gekomen. Tot slot is van belang dat Garage Solutions nauwelijks verweer heeft gevoerd. De kantonrechter acht, gelet op dit alles, een billijke vergoeding van € 12.000,- bruto toewijsbaar. 

 

--

Jurisprudentie

9 ECLI:NL:RBNHO:2020:9219 Rechtbank Noord-Holland, 06-11-2020, 8712720 \ AO VERZ 20-129
Ontslag op staande voet in coronatijd. Ontslag niet rechtsgeldig i.v.m. ontbreken dringende reden. Houding werkneemster heeft in deze situatie drukkend effect op hoogte billijke vergoeding.

ECLI:NL:RBOVE:2020:4156 Rechtbank Overijssel, 26-11-2020, 8769040 EJ VERZ 20-271
Bevoegdheid om ontslag op staande voet in te trekken tijdens procedure, artikel 7:681 BW

ECLI:NL:RBROT:2020:10869 Rechtbank Rotterdam, 25-11-2020, 8745389 HA VERZ 20-66
ontslag op staande voet, artikelen 7:681 lid 1 BW, 7:677 lid 1 Bw, 7:678 lid 1 en lid 2 sub e BW, artikel 7:672 lid 11 BW. Camerabeelden, geen dringende reden komen vast te staan, transittievergoeding, billijke vergoeding, concurrentiebeding

ECLI:NL:GHARL:2020:9899 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30-11-2020, 200.270.094/01
Wwz. Ontslag op staande voet. Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2020:1812. Bewijs van diefstal van een fiets of meenemen daarvan in strijd met geldende bedrijfsregel is niet geleverd. Voor recht verklaard dat geen sprake was van een dringende reden voor ontslag. Vorderingen werknemer (gefixeerde schadevergoeding, billijke vergoeding) toegewezen.

ECLI:NL:RBROT:2020:10854 Rechtbank Rotterdam, 27-02-2020, 8193393
Arbeidszaak. Geen ontslag op staande voet, maar een beëindiging arbeidsovereenkomst waarmee is ingestemd.

ECLI:NL:RBROT:2020:10802 Rechtbank Rotterdam, 14-10-2020, 8495779
Vernietiging ontslag op staande voet. Ontbinding arbeidsovereenkomst met transitievergoeding, geen billijke vergoeding.

ECLI:NL:RBROT:2020:10796 Rechtbank Rotterdam, 05-11-2020, 8747729
Arbeidszaak. Ontslag op staande voet door werknemer. Verzoeken en tegenverzoeken, deels toe- en afgewezen.

ECLI:NL:RBOVE:2020:4070 Rechtbank Overijssel, 18-11-2020, 8763034 \ EJ VERZ 20-173
Onterecht ontslag op staande voet. Billijke vergoeding.

ECLI:NL:RBNHO:2020:9724 Rechtbank Noord-Holland, 19-11-2020, 8680448 \ AO VERZ 20-122 en 8671829 \ AO VERZ 20-119
Ontslag op staande voet wegens (vermeende) werkweigering niet rechtsgeldig. Geen zodanige dringende reden dat van werkgever niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Vergoedingen en vakantiedagen werknemer toegewezen. Schadevergoeding werkgever afgewezen.