jurisprudence
Legal07 februari, 2022

Rechtspraakoverzicht sociaal recht – januari 2022

Rechtspraak speelt een zeer belangrijke rol bij de toepassing en interpretatie van wettelijke bepalingen. Daarom biedt SocialEye u de mogelijkheid om dagelijks toegang te krijgen tot gerechtelijke beslissingen die besproken worden door specialisten in sociaal recht.
U vindt hierna sociaalrechtelijke beslissingen die besproken werden in januari 2022.

Arbeidsrecht

Begrip arbeidsovereenkomst:

Arbh. Luik – 8 november 2021 – AR 2020/AL/337 (J. Nossent en R. Capart – elegis)
Schijnstageovereenkomst: het Hof herinnert eraan dat de arbeidsovereenkomst wordt gekenmerkt door de band van ondergeschiktheid en de verplichting tot arbeid die op de werknemer rust, en zich dus onderscheidt van de leerovereenkomst. Bijgevolg kan de werknemer wegens het bestaan van een arbeidsovereenkomst aanspraak maken op het loon dat verschuldigd is voor de uitgeoefende functie. De Arbeidsrechtbank erkent dat de verjaringstermijn van vijf jaar van toepassing is op deze vordering, aangezien de niet-betaling van loon een zogenoemd voortgezet misdrijf kan vormen.

Begrip arbeidsovereenkomst

HJEU, 9 december 2021, zaak C‑217/20 (A. Mortier)
Arbeidsongeschiktheid na een vakantieperiode, loon verschuldigd: dit arrest biedt interessante verduidelijkingen over de gevolgen van het optreden van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte tijdens de referentieperiode die als basis dient voor de vaststelling van het recht op betaalde jaarlijkse vakantie, zowel voor de kwestie van de opening van het recht op betaalde jaarlijkse vakantie (ook al heeft de werknemer tijdens de referentieperiode niet gewerkt en wordt hij dus niet geacht een dergelijk recht te doen ontstaan, waarvan het doel dat bestaat uit rust, ontspanning en vrijetijdsbesteding veronderstelt dat de werknemer voordien een activiteit heeft uitgeoefend die de toekenning van een dergelijke periode rechtvaardigt) en over de kwestie van het bedrag van het daaraan verbonden loon (aangezien sommige nationale wetgevingen het bedrag van het loon dat wordt betaald in geval van arbeidsongeschiktheid verminderen).
 

Beëindiging van de arbeidsovereenkomst

Arbh. Brussel, 6 juli 2021, AR 2018/AB/607 (Terra Laboris)
Geen verhoor van een contractueel uit de overheidssector: het ontbreken van een verhoor speelt in zeer grote mate een rol, in de eerste plaats omdat daardoor de uitoefening van de rechten van de verdediging niet mogelijk was, zodat de realiteit van de door de overheidswerkgever verweten grieven niet is aangetoond, wat leidt tot de afwijzing van de dringende reden als dusdanig. In de tweede plaats staat het ontbreken van een verhoor, dat een bewezen tekortkoming is - zoals reeds aan het begin van het arrest is benadrukt - centraal in het debat over de mogelijke gunstige effecten die de werknemer zijn ontnomen, terwijl hij - misschien - zijn betrekking had kunnen behouden indien zijn rechten in dit opzicht waren nageleefd. Het Hof verwijst hier uitvoerig naar de theorie van het verlies van een kans, die niet het bewijs van een bewezen nadeel veronderstelt (dat onmogelijk te bewijzen is), maar wel van de reële of ernstige aard van de verloren kans.
 

Contract voor een bepaalde tijd

Arbrb. Luik (afd. Luik), 15 oktober 2021, AR 20/1.805/A (Terra Laboris)
Opeenvolgende overeenkomsten voor een bepaalde tijd: het Hof erkent dat de situatie waarin de werkgever slechts één subsidie ontvangt, waarmee hij personeel kan aanwerven voor het uitvoeren van één enkele activiteit (in casu het onderhoud van een gemeentelijke kruidtuin), een ‘wettige reden’ is in de zin van artikel 10 van de wet van 3 juli 1978 die de opeenvolging van overeenkomsten voor een bepaalde tijd toestaat.
 

Loon

Arbh. Brussel, 9 september 2021, AR 2018/AB/553 (Terra Laboris)
Beroepsbrandweerlieden: het Hof, dat werd aangezocht over een onderscheid bij de betaling van het loon van beroepsbrandweerlieden naargelang van hun anciënniteit (niet-betaling van bepaalde prestaties voor brandweerlieden met minder dan 5 dienstjaren), besluit dat er sprake is van schending van het gelijkheids- en het non-discriminatiebeginsel.

Arbh. Brussel, 27 oktober 2021, AR 2017/AB/950 (Terra Laboris)
Aan personeel toegekende bedragen die loonvoordelen uitmaken: Het hof heeft de voorwaarden opgenomen die waren vastgesteld vóór de wijziging van artikel 19, § 1, vijfde lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 door het koninklijk besluit van 24 september. Dit KB heeft aan artikel 19, § 1, een vijfde lid toegevoegd dat betrekking heeft op dit beding. Het bepaalt dat, in afwijking van artikel 2 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, als loon wordt beschouwd: de vergoeding die rechtstreeks of onrechtstreeks wordt betaald aan de werknemer ingevolge een binnen een termijn van twaalf maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst gesloten overeenkomst op grond waarvan de vroegere werknemer zich ertoe verbindt om geen personeel of zelfstandige medecontractanten af te werven van zijn vroegere werkgever hetzij in eigen naam en voor eigen rekening hetzij in naam en voor rekening van één of meerdere derden, en/of zich ertoe verbindt om geen soortgelijke activiteiten uit te oefenen als dewelke hij uitoefende bij zijn vroegere werkgever, hetzij door zelf een onderneming uit te baten, hetzij door in dienst te treden van een concurrerende werkgever. Deze toevoeging betreft niet enkel het niet-concurrentiebeding maar ook het niet-afwervingsbeding. Ze stelt een periode van twaalf maanden na het einde van de contractuele relatie vast als criterium om de vergoeding als loon te bestempelen.

Arbrb. Luik (afd. Luik), 18 oktober 2021 (Terra Laboris)
Weddeschaal van contractuelen van het openbaar ambt: aangezien de Rechtbank vaststelt dat de functies die zijn vastgelegd in het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt niet zijn omschreven, veroordeelt hij de Belgische Staat om voor het bewakingspersoneel van gerechtelijke gebouwen de weddeschaal met betrekking tot beveiligingsagenten in acht te nemen.
 

Sluiting van onderneming

Arbh. Luik – 7 september 2021 – 2020/AN/85 (C. PAIE en M. STRONGYLOS, Elegis)
Uitwinningsvergoeding en kennelijk onredelijk ontslag: het Hof heeft zich uitgesproken over de vraag of de uitwinningsvergoeding en de vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag zijn inbegrepen in een van de interventiegrenzen van het Sluitingsfonds waarin is voorzien in het koninklijk besluit van 23 maart 2007 tot uitvoering van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen. Het Hof is van oordeel dat de uitwinningsvergoeding en de vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag geen deel uitmaken van de opzeggingsvergoeding die uit de beëindiging van de arbeidsovereenkomst voortvloeit, maar andere vergoedingen uitmaken.

 

Socialezekerheidsrecht

Arbeidsongeval

Arbh. Luik (afd. Luik), 4 oktober 2021, AR 2019/AL/608 (Terra Laboris)
Bewijs van de plotse gebeurtenis: het Hof herinnert eraan dat de werknemer die wettelijke schadeloosstelling vordert na een arbeidsongeval het bewijs moet leveren van verschillende elementen, en dat dit bewijs zeker moet zijn. Anders zal zijn vordering worden afgewezen.

Arbrb. Henegouwen (afd. Charleroi), 9 november 2021, AR 20/1.983/A (Terra Laboris)
Vermindering van de bijdrage voor ambtshalve aansluiting: sinds het arrest van het Grondwettelijk Hof van 22 oktober 2015 staat vast dat de bijdrage voor ambtshalve aansluiting weliswaar een sanctie is, maar van burgerlijke aard is. De maatregel is een sanctie van in wezen burgerlijke aard, in het belang van de financiering van de sociale zekerheid, en valt niet binnen de werkingssfeer van het EVRM. Aangezien het gaat om een burgerlijke betwisting is de onmogelijkheid voor de arbeidsgerechten om een maatregel zoals uitstel toe te passen redelijk verantwoord. Het vonnis herinnert echter aan de voorwaarden waaronder het Beheerscomité (en niet de rechter) de vermindering van de bijdrage kan toestaan, aangezien aan dat Comité behartigenswaardige gevallen kunnen worden voorgelegd. Er zijn drie dergelijke gevallen. De rechtbank bevestigt in zijn vonnis de discretionaire aard van de bevoegdheid van het Beheerscomité bij de beoordeling van het geval en de daaruit voortvloeiende aanzienlijke beperking van de rechterlijke toetsing. Die heeft uitsluitend betrekking op de wettigheid van de beslissing en in dit verband kan worden gedacht aan de niet-naleving van artikel 8ter van het koninklijk besluit van 30 december 1976, voor zover het voorziet in de vereiste van een eenparige en gemotiveerde beslissing.

Arbh. Brussel, 2 september 2021, AR 2017/AB/5 (Terra Laboris)
Voorwaarde van de eis tot herziening: het Hof behandelt de vier wettelijke voorwaarden van de eis tot herziening, waarbij de discussie gaat over het begrip ‘nieuw feit’ in het kader van deze procedure. De vordering wegens verergering van de restletsels in het kader van een herziening zoals toegestaan door artikel 72 van de wet van 10 april 1971 is delicaat. Het begrip ‘nieuw feit’ staat centraal in de discussie en is zeer regelmatig het voorwerp van debat.

 

Werkloosheid

Arbh. Brussel, 2 december 2021, AR 2020/AB/167 (Terra Laboris)
Cumulatie met een buitenlands pensioen: het Hof behandelt op zijn beurt de vraag naar de aard van artikel 65 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 (volgens hetwelk cumulatie niet mogelijk is (§ 1) maar onder bepaalde voorwaarden kan worden toegestaan, waarbij de begunstigde uitkeringen kan genieten binnen de beperkingen van artikel 130, met name dat de werkloosheidsuitkering moet worden verminderd met het gedeelte van het dagbedrag van het pensioen dat een bepaald bedrag overschrijdt (§ 2)) en stelt de vraag of het gaat om een anticumulatiebeding in de zin van artikel 53 van de Europese verordening 883/2004.

Pensioen

Arbh. Luik (afd. Luik), 7 september 2021, AR 2020/AL/233 (Terra Laboris)
Vennootschapsmandataris: het Hof herinnert eraan dat voor de gelijkstelling van een periode van arbeidsongeschiktheid inzake pensioen voor zelfstandigen de vermoedens van koninklijk besluit nr. 38 van toepassing zijn, aangezien de begrippen beroepswerkzaamheid identiek zijn.

Kinderbijslag

Arbh. Luik (afd. Luik), 22 november 2021, AR 2018/AL/341 (Terra Laboris)
Samenwoning met een illegaal verblijvende vreemdeling: het Hof herinnert aan de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof in zijn arrest van 4 februari 2021, dat de kwestie van de wettigheid van het verblijf neutraliseerde en het criterium van het economisch-financieel voordeel in aanmerking nam.
 

Zelfstandige

Arbh Brussel, 8 oktober 2021, AR 2016/AB/998 (Terra Laboris)
Overdracht van fiscale gegevens: het Hof bevestigt de wettigheid van de overdracht door de belastingadministratie van informatie over het belastbaar inkomen van zelfstandigen, aan de hand waarvan het sociaalverzekeringsfonds het bedrag van de verschuldigde bijdragen kan vaststellen.
 

Persoon met een handicap

Arbh. Luik (afd. Luik), 13 oktober 2021, AR 2021/AL/32 (Terra Laboris)
Vermindering van zelfredzaamheid: het Hof herinnert aan een basisprincipe van de beoordeling van de vermindering van zelfredzaamheid, namelijk dat dezelfde bron van handicap in aanmerking moet worden genomen voor de score van meerdere functies indien ze elk van die functies aantast.

Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox
Back To Top