jurisprudence
Legal10 september, 2021

Rechtspraakoverzicht sociaal recht – augustus 2021

Rechtspraak speelt een zeer belangrijke rol bij de toepassing en interpretatie van wettelijke bepalingen. Daarom biedt SocialEye u de mogelijkheid om dagelijks toegang te krijgen tot rechterlijke uitspraken die zijn becommentarieerd door professionals op het gebied van sociaal recht.

Arbeidsrecht

Uitvoering van de overeenkomst

Arbh. Luik (afd. Namen), 22 april 2021, A.R. 11/2.043/A en 20/138/A (Terra Laboris)

Aansprakelijkheid van de werknemer: het Hof neemt de regels over inzake de aansprakelijkheid van de werknemer in geval van schade veroorzaakt aan het bedrijfsvoertuig dat hem voor gemengd gebruik (beroeps- en privégebruik) ter beschikking is gesteld. Het bestaan van schade wordt niet betwist. De werknemer is volledig aansprakelijk voor schade veroorzaakt in verband met het privé-gebruik van het voertuig, waarbij de beperking van artikel 18 alleen van toepassing is op schade veroorzaakt tijdens de uitoefening van het werk.

Schending van het contract

Arbh. Luik (afd. Dinant), 5 maart 2021, A.R. 19/473/A (Terra Laboris)

Ontbreken van een ontslagbevoegdheid: het Hof ziet geen elementen die de auteur van de breuk in staat stellen een ontslagbevoegdheid te behouden. Het hof merkt op dat er geen sprake was van bekrachtiging van het verlof, zelfs niet stilzwijgend. De werkgever heeft snel gereageerd, zodra hij van de brief van de vakbond in kennis was gesteld, en heeft onmiddellijk de nietigheid van het ontslag ingeroepen, waarbij hij bovendien voorstelde de verzuimdagen uit te betalen. Het ontslag wordt derhalve als nietig beschouwd, daar de werknemer zelf de auteur van de breuk is.

Cass. 12 april 2021, A.R. S.20.0022.N (G. Jacquemart, advocaat, www.co-laboris.be )

Beperkte opzegtermijn voor werknemers: het Hof luidt de doodsteek voor de toepassing van de beperkte opzegtermijn voor werknemers met minder dan 6 maanden anciënniteit op 31 december 2013. Het standpunt van het Hof van Cassatie is in strijd met dat van de RVA en de FOD Werkgelegenheid. De werkgever die een werknemer ontslaat, moet voortaan de sectorale of wettelijke opzeggingstermijnen toepassen voor het eerste deel van de opzeggingstermijn, zelfs indien de werknemer op 31 december 2013 minder dan 6 maanden anciënniteit had. De door de RVA betaalde schadevergoeding zal dus worden verminderd, waarbij een groter deel zal worden gedekt door de opzeggingstermijn die door de werkgever moet worden betaald.

Arbh. Brussel, 12 april 2021, A.R. 2018/AB/443 (Terra Laboris)

Gezondheidstoestand: het Hof wijst een vordering tot schadevergoeding toe wegens discriminerend en tevens kennelijk onredelijk ontslag: zodra het discriminerende karakter van de opzegging wordt vastgesteld, oordeelt het Hof dat de opzegging kennelijk onredelijk is, aangezien een normale en redelijke werkgever, ook al houdt zij verband met de geschiktheid van de werknemer, nooit tot opzegging zou hebben besloten.

Arbh. Brussel, 21 april 2021, A.R. 2018/AB/506 (Terra Laboris)

Stabiliteitspremie: het Hof wijst een verzoek om betaling van de in de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst voor de verzekeringssector voorziene stabiliteitspremie toe, en herinnert eraan dat de verplichting om de vakbondsafvaardiging te informeren in geval van kennisgeving van een ontslag om dringende redenen losstaat van de aanwezigheid van de afgevaardigde tijdens het horen van de werknemer.

Contract van bepaalde duur

Grondwettelijk Hof, nr. 93/2021, 17 juni 2021 (O. Langlet en A.-S. Stichelbaut, advocaten, CEW & Partners)

Opvolging van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en vervangingsovereenkomsten: dit arrest van het Grondwettelijk Hof bevat een actualisering van de regels die van toepassing zijn op de alternerende opvolging van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en vervangingsovereenkomsten. In afwachting van de tussenkomst van de wetgever heeft het Grondwettelijk Hof gepreciseerd dat het aan de rechter is om een einde te maken aan de vastgestelde ongrondwettigheid door de regels inzake arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd toe te passen ten aanzien van een werknemer die zich in een dergelijke situatie bevindt.

Loon

Cass. 21 juni 2021, nr. S.19.0071.F (Terra Laboris)

Thuiszorg: bij het Hof is een hogere voorziening ingesteld tegen een arrest van het Arbeidshof te Bergen van 20 december 2018. In wezen werd in dit arrest geoordeeld dat, zodra aan een (vrijwillige) brandweerman zeer restrictieve regels inzake oproepbaarheid worden opgelegd (optreden binnen zeer korte tijd, opgelegde geografische nabijheid, verplicht karakter van de naleving van de wachtdienst op straffe van sancties), de perioden van wachtdienst als arbeidstijd moeten worden beschouwd en dat het gaat om een prestatie die voor 100 % moet worden vergoed. Het Hof van Cassatie heeft het standpunt van het Arbeidshof over het verloningspercentage niet gevolgd.

Arbh. Brussel, 1 april 2021, A.R. 2019/AB/650 (Terra Laboris)

Aanvulling op kinderbijslag: het Hof, oordelend op prejudiciële vraag naar aanleiding van een arrest van het Hof van Cassatie van 25 maart 2019, wijkt af van het standpunt van de RSZ over de voorwaarden van het al dan niet verlonende karakter van door een werkgever toegekende aanvullingen op de kinderbijslag.

Discriminatie

HvJ, 3 juni 2021 (A. Mortier)

Leeftijd voor toegang tot een vergelijkend examen: het verbod van elke discriminatie, met name op grond van leeftijd, is opgenomen in artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en geconcretiseerd bij Richtlijn 2000/78 op het gebied van arbeid en beroep, met name wat betreft de voorwaarden voor toegang tot arbeid in loondienst of als zelfstandige of tot een beroep, met inbegrip van de selectiecriteria en de aanstellingsvoorwaarden. In het licht van dit rechtscorpus onderzoekt het Hof van Justitie van de Europese Unie de verenigbaarheid van een nationale regeling die de leeftijdsgrens voor deelneming aan een vergelijkend onderzoek voor de toelating tot het beroep van notaris op 50 jaar stelt.

HvJ, 15 juli 2021 (A. Mortier)

Geloofsovertuiging en het dragen van een hoofddoek: dit arrest biedt het Hof de gelegenheid om zijn rechtspraak te verfijnen over het verbod om op de werkplek zichtbare tekenen van politieke, filosofische of religieuze overtuiging te dragen, zoals een islamitische hoofddoek, een christelijk kruis, enz. Indien een interne regel van een particuliere onderneming alleen het dragen van grote opvallende tekens van politieke, filosofische of religieuze overtuiging op de werkplek verbiedt, zal dit a priori worden beschouwd als een direct verschil in behandeling op grond van godsdienst of overtuiging. Indien daarentegen het dragen van zichtbare tekenen van politieke, filosofische of religieuze overtuiging op de werkplek wordt verboden, zal dit a priori worden beschouwd als een indirect verschil in behandeling op grond van godsdienst of overtuiging. In dat geval zal het echter niet als verboden indirecte "discriminatie" worden beschouwd indien het objectief wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel en mits de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.

HvJ, 3 juni 2021 (A. Mortier)

Gelijkheid van mannen en vrouwen : het beginsel van gelijkheid van mannen en vrouwen is een van de grondslagen van de Unie. Artikel 3, lid 3, VEU en artikel 23 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie voorzien in deze mogelijkheid. Met name in artikel 157 VWEU is het beginsel neergelegd van gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke werknemers voor "gelijke arbeid" of voor "arbeid van gelijke waarde". Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft de rechtstreekse werking van deze bepaling erkend, ongeacht of artikel 157 VWEU wordt ingeroepen voor "dezelfde arbeid" dan wel voor "arbeid van gelijke waarde" - het voorwerp van het onderhavige geschil.

Arbh. Luik (afd. Huy), 14 juni 2021, A.R. 19/205/A (Terra Laboris)

Loon en vakbondsveroordeling: het Hof wijst een verzoek om achterstallig loon en schadevergoeding wegens discriminatie wegens vakbondsveroordeling af na onderzoek van de door het Hof van Justitie van de Europese Unie in zijn rechtspraak ter zake vastgestelde criteria: bestaan van een ogenschijnlijk neutrale maatregel, gevolgen ervan voor vergelijkbare werknemers, legitiem doel en geschiktheid en noodzaak van de maatregel om dit doel te bereiken.

Arbh. Brussel, 25 mei 2021, A.R. 2018/AB/578 (Terra Laboris)

Gelijkheid van mannen en vrouwen en beloning: hoewel de antidiscriminatiewetgeving de klassieke bewijsregels aanzienlijk heeft gewijzigd, herinnert de rechter in dit arrest aan een belangrijk punt, namelijk dat de bewijslast niet rust op de eiser met betrekking tot de discriminatie waarvoor hij schadevergoeding vordert, maar met betrekking tot het bestaan van feiten die het vermoeden van de discriminatie in kwestie mogelijk maken.

Arbh. Brussel, 5 mei 2021, A.R. 2018/AB/156 (Terra Laboris)

Sociaal plan en leeftijdscriterium: het Hof herinnert eraan dat voor het Hof van Justitie de bescherming van jongere werknemers en de ondersteuning van hun re-integratie in het arbeidsproces een legitieme doelstelling vormen op grond waarvan in het kader van een sociaal plan onderscheid kan worden gemaakt tussen categorieën werknemers, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak van een billijke verdeling van de beperkte financiële middelen van het sociaal plan.

Detachering

HJEU, 20 mei 2021 (Terra Laboris)

Toepasselijke wetgeving: het Hof heeft in het kader van verordening nr. 1408/71 de regels betreffende de socialezekerheidswetgeving die van toepassing is in geval van een door een werknemer op het grondgebied van verschillende lidstaten uitgeoefende activiteit overgenomen, waarbij de verordening voorziet in een algemene regel, met uitzonderingen. Het Hof heeft er in dit arrest aan herinnerd dat de afwijkingen van het in artikel 13, lid 2, sub a, neergelegde algemene beginsel strikt moeten worden uitgelegd.

Overdracht van onderneming

HJEU, 24 juni 2021 (A. Mortier)

Opeenvolgende overeenkomsten voor bepaalde tijd: het Hof onderzoekt de verenigbaarheid van een opeenvolging van voor de duur van verschillende bouwplaatsen in de bouwsector gesloten overeenkomsten in het licht van de raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd.

Socialezekerheidswetgeving

 

Aansprakelijkheid

HJEU, 15 juli 2021, zaak nr. C-535/19 (Terra Laboris)

Inactieve personen die hun recht van vrij verkeer hebben uitgeoefend: het Hof van Justitie van de Europese Unie buigt zich over de onderlinge verhouding tussen de bepalingen van richtlijn 2004/38 en die van verordening 883/2004 tot vaststelling van de rechten van economisch inactieve burgers van andere lidstaten die hun recht van vrij verkeer hebben uitgeoefend.

Arbeidsongevallen

Arbh. Brussel, 12 april 2021, A.R.2012/AB/3 (Terra Laboris)

Datum van de consolidatie van het letsel: het Hof regelt de nasleep van een arbeidsongeval dat in 1987 heeft plaatsgevonden, terwijl de eerste rechterlijke beslissing 24 jaar later (in 2011) is genomen: het Arbeidshof concludeert dat de datum van consolidatie 23 jaar na het ongeval kan worden vastgesteld, gelet op het bestaan van perioden van tijdelijke volledige of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid in verband met het ongeval. Ook wordt herinnerd aan de regels inzake bijstand aan derden.

Werkloosheid

Arbh. Luik, 22 april 2021, A.R. 2020/AL/76 (Terra Laboris)

Fraude / terugvordering: het Hof herinnert aan de verjaringsregels betreffende de terugvordering van werkloosheidsuitkeringen, waarbij de verjaringstermijn wordt verlengd in geval van fraude of bedrog: de verjaringstermijn voor het nemen van de beslissing tot terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen, die 3 jaar bedroeg, wordt verlengd tot 5 jaar. Er is een andere verjaringstermijn van tien jaar voor het instellen van een vordering tot terugvordering van onverschuldigd verkregen voordelen.

Arbh. Henegouwen (afd. Bergen), 21 juni 2021, A.R. 19/1476/A (Terra Laboris)

Gezinslast en onderhoudsverplichting: het Hof herinnert aan de voorwaarde van verbetering van de betaling van een onderhoudsbijdrage om de inning mogelijk te maken van werkloosheidsuitkeringen tegen het tarief van een werknemer die gezinslast heeft.

Beroepsziekte

Arbh. Luik (afd. Luik), 20 april 2021, A.R. 2020/AL/89 (Terra Laboris)

Blootstelling aan het risico: het Hof onderzoekt een nieuw verzoek van FEDRIS in hogere voorziening om de erkenning van een onder code 1.605.01 (osteoarticulaire aandoening ten gevolge van mechanische trillingen) opgenomen ziekte te schrappen op grond dat er geen verband bestaat tussen de trillingen die worden veroorzaakt door het werken met trillende machines en de aandoeningen van de bovenste ledematen.

Pensioenen

Arbh. Brussel, 15 april 2021, A.R. 2019/AB/719 (Terra Laboris)

Eenheid van loopbaan: het Hof herinnert aan de regel van artikel 10bis van het koninklijk besluit nr. 50, dat het beginsel van de eenheid van loopbaan vastlegt, een bepaling die door de wet van 5 december 2017 is gewijzigd voor de pensioenen die voor het eerst en ten vroegste op 1 januari 2019 effectief ingaan. Deze beperking van de totale beroepsloopbaan geldt in het geval van een gemengde loopbaan en niet in het geval van een homogene loopbaan.

Gezinsuitkeringen

Arbh. Luik, 6 mei 2021, A.R. 2020/AN/119 (Terra Laboris)

Standstill: het Hof gelast de heropening van de debatten om vanuit het oogpunt van de standstill-verplichting de voorwaarden te onderzoeken voor cumulatie tussen een winstgevende activiteit en de hoedanigheid van student tijdens de laatste vakantiedagen vóór de uitoefening van een beroepsactiviteit.

Zelfstandige

Arbh. Luik (afd. Namen), 18 mei 2021, A.R. 2016/AN/133 & 2016/AN/159 (Terra Laboris)

ZIV en terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen: het Hof herinnert aan de verjaringsregels op het gebied van de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen in de sector van de ZIV voor zelfstandigen, wanneer de uitkeringen zijn betaald voor een periode die nadien wordt gedekt door ouderdomspensioenuitkeringen De combinatie van ZIV-uitkeringen met een pensioen (ouderdoms- of nabestaandenpensioen) is in beginsel verboden. Artikel 235 van het Koninklijk Besluit van 3 juli 1996 staat evenwel gedeeltelijke cumulatie toe. Zij bepaalt dat, onverminderd de bepalingen van de pensioenwetgeving, de rechthebbende op uitkeringen die zijn rechten in deze sector kan doen gelden, naargelang hij al dan niet personen ten laste heeft, aanspraak kan maken op een bedrag gelijk aan het verschil tussen 150% (indien hij personen ten laste heeft) of 125% (indien hij geen personen ten laste heeft) van de voor de rechthebbende met personen ten laste vastgestelde arbeidsongeschiktheidsuitkering en het bedrag van het pensioen of de daarvoor in de plaats tredende uitkering, berekend in arbeidsdagen.

Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox