arrest
Legal11 juni, 2021

Godsdienstvrijheid versus dierenwelzijn. Over het mijlpaalarrest van het Hof van Justitie aangaande het ritueel slachten

Doctinebijdrage van Elien Verniers en Geert Van Hoorick, “Godsdienstvrijheid versus dierenwelzijn. Over het mijlpaalarrest van het Hof van Justitie aangaande het ritueel slachten”, NjW 2021, afl. 444, 470-478. 

Het mijlpaalarrest van het Hof van Justitie over het ritueel slachten

Deze doctrinebijdrage gaat over het spraakmakend arrest van het Hof van Justitie aangaande het ritueel slachten. In een eerste deel wordt het Vlaams decreet op het onverdoofd slachten besproken in samenhang met het vernietigingsberoep van dit decreet voor het Grondwettelijk Hof. Vooraleer de uitspraak van het Hof van Justitie wordt geanalyseerd, wordt het advies van de advocaat-generaal toegelicht. De kern van de bijdrage verdiept zich op de concrete uitspraak van het Hof en het standpunt dat het Hof hierbij inneemt in de verhouding tussen dierenwelzijn en godsdienstvrijheid. Afsluitend worden nog enkele kritische bedenkingen geformuleerd. 

Hof van justitie bekent kleur in dierenwelzijnsmaterie

Met dit mijlpaalarrest spreekt het Hof van Justitie zich voor de derde maal uit over de relatie dierenwelzijn-godsdienstvrijheid. In de voorgaande arresten over de tijdelijke slachtvloeren (C-426/16, EU:C:2018:335) en het Europees biolabel (C-497/17, ECLI:EU:C:2019:137) onthield het Hof van Justitie zich telkens van het innemen van een expliciet standpunt. Het Hof maakt een duidelijk statement en deinst er niet voor terug om regelrecht het advies van de advocaat-generaal naast zich neer te leggen. Dierenwelzijnsbelangen in samenhang met een teleologische interpretatie krijgen een centrale plaats in de argumentatie van het Hof. Ook al vormt het Vlaams verbod op het onverdoofd slachten prima facie een beperking op het recht op godsdienstvrijheid, het evenredigheidsbeginsel verantwoordt deze beperking volgens het Hof. In navolging van eerdere rechtspraak over het ritueel slachten (C-426/16, EU:C:2018:335) verduidelijkt het Hof dat naast technische voorwaarden ook inhoudelijke voorwaarden kunnen worden gekoppeld aan slachtingen voor religieuze doeleinden. Het Hof brengt tevens in herinnering dat de Vlaamse decreetgever met de omkeerbare bedwelming in een alternatief procedé heeft voorzien en hiermee dus wenst tegemoet te komen aan de verzuchtingen van de religieuze gemeenschappen. Het is hierbij immers belangrijk om te beklemtonen dat de Vlaamse decreetgever niet een verbod op het religieus slachten heeft ingevoerd, maar wel een verbod op het onverdoofd (ritueel) slachten. Een belangrijk nuanceverschil dat vaak wordt miskend.

Wat brengt de toekomst voor dierenwelzijn ?

Wie verwacht uit deze uitspraak assumpties af te leiden inzake een belangenafweging van dierenwelzijn met andere rechten en belangen, komt van een kale reis terug. Zo ontwijkt het Hof het vraagstuk van de jacht, visserij en het gebruik van dieren in sportieve en culturele evenement te behandelen. Niettemin, geeft dit arrest wel stof tot nadenken of ook deze praktijken niet in vraag moeten worden gesteld.

Kortom heeft het Hof in de verhouding dierenwelzijn – godsdienstvrijheid een belangrijke horde genomen, en daarbij centraal gesteld dat godsdiensten moeten evolueren met de nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen. Het valt te verwachten dat het Hof ook in de toekomst op dit elan zal voortbouwen.

 

Deze bijdrage is binnenkort raadpleegbaar op Jura 

De auteurs

Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox