keyboard on laptop
Legal15 april, 2022

Digitalisering in de gevangenis na Covid-19. Een blijvende realiteit?

Laurens CLAES, “Digitale toepassingen in het gevangeniswezen na COVID-19”, NjW 2022, afl. 460, 294-299.

De Leuvense kortgedingrechter heeft in een vonnis van 23 november 2021 de Belgische Staat verplicht om een gedetineerde student digitaal toegang te verlenen tot het elektronisch leerplatform van de KU Leuven. Daarnaast besliste de rechter dat hem de mogelijkheid moet worden geboden om het lesmateriaal op een laptop te bewaren. Deze uitspraak werd geveld op het einde van de coronacrisis en dus na een periode waarin het Belgisch gevangeniswezen noodgedwongen heeft geëxperimenteerd met digitale alternatieven.

Lees deze bijdrage rechtstreeks in Jura →

Digitale toepassingen in het gevangenisregime tijdens Covid-19

In deze doctrinebijdrage wordt vooreerst een overzicht geboden van de digitale toepassingen die tijdens de coronapandemie opdoken in het gevangeniswezen. Omdat door de coronamaatregelen het fysiek familiebezoek onmogelijk werd, schakelde het gevangeniswezen onder meer over op virtueel videobezoek. Ook op het vlak van onderwijs voorzagen een aantal gevangenissen in de toegang tot elektronische leerplatformen zoals Moodle. In de Leuvense gevangenis werd echter niet in die toegang voorzien, zodat een gedetineerde besloot zich tot de kortgedingrechter te wenden om die toegang in rechte af te dwingen.

Europees mensenrechtelijk kader: recht op toegang tot internet en het recht op onderwijs

De uitspraak van de kortgedingrechter komt vanuit mensenrechtelijk perspectief niet als een verrassing. De gedetineerde beroept zich vooreerst op art. 10 EVRM, dat weliswaar geen algemene verplichting bevat om gedetineerden toegang verschaffen tot het internet. Toch moet internettoegang volgens het EHRM meer en meer moet worden beschouwd als een recht. Daarnaast is vereist dat elke inmenging op het recht op toegang tot informatie berust op een wettelijke grondslag, een wettig doel nastreeft en proportioneel is. Dat betekent ook dat het verbod op toegang tot specifieke websites voor gedetineerden steeds moet voorafgegaan worden door een gedetailleerde analyse van veiligheidsrisico’s. Hetzelfde vloeit voort uit art. 2 Eerste Aanvullend Protocol EVRM, dat elke willekeurige en onredelijke beperking van het recht op onderwijs verbiedt. Het EHRM verwijst in het bijzonder naar de Europese Gevangenisregels en stelt dat de lidstaten, hoewel zij over een beoordelingsmarge beschikken, niet zonder analyse van de veiligheidsrisico’s het recht op onderwijs mogen beperken.

Basiswet nog niet aangepast aan digitalisering

Een laatste deel van de bijdrage staat stil bij de Basiswet Gevangeniswezen. De bepalingen van deze wet geen zijn immers nog niet aangepast aan de digitaliseringstrend. Een evaluatie dringt zich dus op, nu kan worden verwacht dat ook andere digitale toepassingen een permanente plaats zullen krijgen in de penitentiaire strafuitvoering.

Vooruitblik: digitale revolutie in het gevangeniswezen ingezet?

Het stemt intussen positief dat de Belgische staat het voornemen heeft geuit om tegen het najaar van 2022 een nieuw digitaal platform voor gedetineerden uit te rollen in het kader van het Prison Cloud-project. De huidige minister van Justitie lijkt zich er dus van bewust dat met de recente Belgische en Europese rechtspraak een echte digitale revolutie in het gevangeniswezen werd ingezet. 

Auteur: Laurens Claes

Laurens Claes

Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox
Back To Top